Nederlands leren in de tuin



michele carre2Michèle Carré gaat elke zaterdag ecologisch tuinieren in haar (samen)tuin in Zellik. Dankzij de ondersteuning van Samenlevingsopbouw Riso Vlaams-Brabant vzw groeide de bonte groep deelnemers uit tot een volwaardige werkgroep van VELT. Ondertussen werden ze vrienden en oefenen ze Nederlands tussen het onkruid wieden en groenten oogsten door.

Achter de flatgebouwen van het Breughelpark en naast de grijze industrieterreinen van Zellik, deelgemeente van het Vlaams-Brabantse Asse, ligt 5 are tuin, waar savooi en bloemkolen wortel schieten en waar plantaardappelen liggen te wachten om binnenkort met de eerste warmte en zonnestralen uit te groeien tot weelderige planten.

Kusje hier kusje daar

Vandaag doet de groep mee aan de zwerfvuilactie die de gemeente organiseert. Ze zijn met tien. Nieuwkomers en Belgen, Nederlandstaligen en anderstaligen door elkaar. Met de actie halen ze zo’n 250 euro in het laadje. De mist staat laag als de deelnemers toekomen. Ze begroeten mekaar hartelijk en kussen mekaar alsof het nieuwe jaar is aangebroken. Iedereen is welkom in de tuindersfamilie, zowel oude getrouwen als nieuwe vrijwilligers. De sfeer zit erin. Iedereen is gewapend tegen de kou.

“De mix van verschillende culturen leidt soms tot spanningen. Dit project geeft de gelegenheid om elkaar op een andere manier te ontmoeten en beter te leren kennen.”

Investeren in mensen

Vier jaar geleden trok Samenlevingsopbouw Riso Vlaams-Brabant aan de kar (naast andere partners zoals de gemeente, het CAW Halle-Vilvoorde, de Vlaamse Landmaatschappij en de Volkshogeschool Arch’educ, nvdr) om mensen warm te maken voor dit project waarbij integratie van nieuwkomers en Nederlands oefenen centraal staat. De kracht van het project bestaat uit ‘de investering in mensen’ zoals de publicatie ‘Groe(n)ten uit Zellik’ formuleert die de vzw in februari 2016 publiceerde als kers op de samenwerking. ‘Wanneer de groep hecht wordt, zijn de leden ervan ook in staat om om te gaan met veranderingen.’

“Zellik herbergt een mengelmoes aan nationaliteiten die verschillende talen spreken”, vertelt Raymond Masschelein (74), ‘Reej’ voor de vrienden, vrijwilliger van VELT en ecologische steun en toeverlaat van de tuinders. “Sommigen zijn minder gegoed. Als gevolg van de hoge vastgoedprijzen in Brussel wijken mensen uit naar de randgemeenten zoals Zellik. We noemen dit een slaapdorp met weinig mogelijkheden om mekaar te ontmoeten. De meeste mensen leven en werken in de omgeving en komen enkel naar Zellik om te slapen. Bovendien leidt de mix van verschillende culturen soms tot spanningen. Dit project geeft de gelegenheid om elkaar op een andere manier te ontmoeten en beter te leren kennen. Bovendien kunnen de tuinders op informele wijze Nederlands met elkaar oefenen.”

Gesprek in het Nederlands

Groenten Zellik2Iets wat deelneemster Michèle Carré (60) helemaal bevestigt. Voor haar is het een ideale plek om haar handen in de grond te stoppen, onkruid te wieden en groentjes te oogsten. Ze las een oproep in het plaatselijke magazine ‘Klakson’ en gaf zich op. Ondertussen is ze bruggepensioneerd en heeft ze meer tijd om in de tuin te vertoeven. “Ik doe dat heel graag. Mijn man en ik wonen op een appartement zonder tuin. Ondertussen heb ik hier nieuwe vriendinnen leren kennen en dat vind ik heel gezellig.” De tuin ligt op een kwartiertje wandelen van haar thuis. Ook bij slecht weer zit ze elke week met haar caoutchouc botten gehurkt bij de plantjes. Ondanks haar bescheidenheid durft ze na een tijdje toegeven dat haar Nederlands is verbeterd dankzij het project. Terwijl ze het hele interview in het Nederlands geeft, verontschuldigt ze zich dat ze geen gesprek in het Nederlands kan voeren. “Mijn ouders woonden in Jette. Wij spraken altijd Frans thuis. Vanaf mijn zestiende ging ik werken in de Carrefour in Etterbeek. Ook daar sprak iedereen Frans, zelfs de directeur. Maar hier in de tuin kan ik elke zaterdag mijn Nederlands oefenen. En als we elkaar niet begrijpen, spreken we langzaam.”

Ann Palmers, maart 2016

Lees ook de vorige reportages