Sociale mix is in. Beleidsmakers van alle kanten van het politieke spectrum zijn het erover eens dat dit buurten er weer bovenop te krijgen. Sociaal geograaf Maarten Loopmans is sceptisch.

Om het gesprek te starten, bepalen we wat het begrip sociale mix nu precies inhoudt. Vervolgens bekijken we waar het concept historisch vandaan komt en welke kwaliteiten het door de jaren heen toegedicht krijgt. Maar is die lofzang wel terecht? De wetenschap blijkt daar niet eenduidig positief op te antwoorden. Toch bestaat er consensus over de wenselijkheid om voor een beleid te kiezen dat sociale mix resoluut promoot. Van waar die eensgezindheid? Afsluiten doen we door te kijken in welke situaties en onder welke vorm sociale mix een meerwaarde kan bieden in de strijd tegen sociale problemen.

Mix mensen 1


Waar we het over hebben als we het over sociale mix hebben

Sociale mix is een term die niet alleen in discussies over stadsvernieuwing valt, maar ook als het gaat over de leerlingenpopulatie van een school, huurders in de sociale huisvesting ... Maar wat bedoelen we eigenlijk met sociale mix? Volgens Loopmans is het een begrip dat een hele scala aan invullingen krijgt, naargelang de context waarin het gebruikt wordt. 'In essentie spreken we een wens tot sociale mix uit als we willen dat een groep mensen die in een wijk woont, in een klas zit of samen een andere activiteit uitoefent, op die kleinere schaal, de diversiteit van de samenleving weerspiegelt. Dat kan zijn op het vlak van etnisch culturele achtergrond, sociale klasse, leeftijd ... of een ander kenmerk dat we belangrijk vinden. Het is het idee dat bijvoorbeeld in een wijk als Berchem de bevolkingssamenstelling dezelfde moet zijn als die van Antwerpen of België.'


Sociale mix, een historisch overzicht

Loopmans geeft aan dat sociale mix een begrip is dat in de loop van de geschiedenis verschillende invullingen kreeg. 'Sociale mix is steeds als de tegenpool van segregatie beschouwd, waarbij segregatie als de negatieve situatie werd gezien. De oorsprong van het sociale mix-idee ligt in het begin van de 19e eeuw bij de utopische socialisten. Mensen als Charles Fourier wilden een nieuwe samenleving creëren. Ze voegden daarbij de daad bij het woord en richtten nieuwe steden op. Daarin streefden ze naar een "gezonde mix" van mensen waardoor iedereen beter zou samenwerken. Op licht andere wijze lees je een kritiek op klassensegregatie bij Karl Marx en Friedrich Engels. In 'The Condition of the Working Class in England', klaagt Engels aan hoe segregatie van rijk en arm ervoor zorgden dat de burgerij niet met de problemen van de werkende klasse werd geconfronteerd. Het boek is een van de eerste werken over stadssociologie en sociale mix. Maar meer dan wetenschap is het een morele aanklacht vanuit socialistische hoek die eist dat de werking van de woningmarkt arbeiders niet langer zou opsluiten in slechte woonomstandigheden.'

Tot dusver lijkt de nadruk op sociale mix vooral te komen vanuit een roep naar sociale rechtvaardigheid. 'Maar vanuit de burgerij kwam daar al snel een reformistische invalshoek bij', weet Loopmans. 'Een voorbeeld is de Engelse Octavia Hill. Zij pleitte voor sociale mix om de arbeidersklasse op te voeden. Het probleem was niet meer de burgerij die zich afzondert, maar de arbeidersklasse en hun slechte manieren. Als arbeiders meer worden geconfronteerd met de middenklasse of burgerij, dan zullen zij hun goede manieren overnemen en zich ook kunnen opwerken in de maatschappij. Die integratiegedachte vinden we tot vandaag nog in het debat terug, zeker als het over etnisch culturele minderheden gaat. Als zij niet allemaal samen zouden gaan wonen, zouden ze zich sneller integreren en onze normen en waarden overnemen.'

In de 19e eeuw vierde het debat over sociale mix dus hoogtij, maar na verloop van tijd viel het stil. Loopmans wijst er op dat in de 20e eeuw, zeker na de Eerste Wereldoorlog wanneer socialistische partijen her en der tot de regering toetreden, de nadruk vooral op de uitbouw van de welvaartstaat en het arbeidsrecht kwam te liggen. 'Pas in het tweede deel van de eeuw dook het idee van sociale mix opnieuw de kop op. Dat had vooral te maken met de opgang van de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten tijdens de jaren 60. Die vocht tegen segregatie en zag in sociale mix een dubbele oplossing voor hun probleem. Om te beginnen ging men er vanuit dat segregatie voor de minder sterke groep minder goede voorzieningen betekende: slechtere scholen voor de zwarten, slechtere woonwijken ...'

'Bovendien was er een argument van sociaalpsychologische aard,' gaat Loopmans verder. 'De basisidee hier was dat segregatie racisme in de hand werkt. Omdat blanken zo weinig met zwarten in contact komen, zouden ze er allerhande vooroordelen over hen op nahouden. Door rassen in het dagelijks leven te mengen, zouden die denkbeelden ontkracht worden en zou racisme en discriminatie verminderen. Gordon Allport was een van de grondleggers van deze contacthypothese. Ze waaide over naar Europa na de eerste immigratiegolven. De Amerikaanse contacthypothese en de integratiegedachte uit de 19e eeuw zorgen ervoor dat sociale mix bekeken werd als een manier om zowel de allochtone als de autochtone groepen op te voeden om beter samen te leven.'

Mix mensen 2


Wetenschappelijk bewijs voor de voordelen

Vandaag steken deze verschillende argumenten over sociale mix nog regelmatig de kop op. soms pleit men ervoor om buurten te mengen vanuit de integratiegedachte, dan weer vanuit de contacthypothese. Soms voegt men die verschillende argumenten samen. Al deze social engineeringsmotieven, waarmee het beleid het gedrag en de houding van mensen wil beïnvloeden, zijn door de sociale wetenschap uitvoerig onderzocht. Volgens Loopmans zijn de resultaten genuanceerd. 'De contacthypothese wordt meestal bevestigd. Soms is visueel contact zelf genoeg. Zelfs als je regelmatig foto's van mensen met een andere huidskleur ziet, ga je positiever tegenover deze groepen staan. De resultaten van studies die de kracht van de integratiegedachte onderzoeken, zijn veel minder eenduidig. Studies die het effect van etnisch-culturele mix op economisch succes onderzoeken, leveren wisselende resultaten op. Er blijken heel wat andere factoren nog een rol te spelen. Het effect van klassenmenging lijkt positiever. Een aantal onderzoeken concludeert dat wanneer armere mensen de kans krijgen om in een rijkere buurt te gaan wonen, ze sneller een hoger inkomen weten te verwerven.'

Vaak hoor je echter nog andere argumenten dan diegene die historisch het meest naar voor komen. Zo zou een grote sociale mix in een wijk ervoor zorgen dat er betere voorzieningen in die buurt komen. Armere bevolkingsgroepen hebben niet de consumptiekracht om een kwaliteitsvolle middenstand in hun buurt te onderhouden. Een grotere groep aan rijkere bewoners in die buurt kan dat wel en zou dus betere winkels en horeca aantrekken. Daar zouden de zwakkeren ook baat bij hebben. Loopmans heeft echter zijn twijfels bij die redenering. 'Het blijkt dat armere bewoners niet altijd meegenieten van de voorzieningen die door rijkere consumenten worden aangetrokken. In rijkere buurten heb je geen discountsupermarkten, is de prijs van een koffie duurder op café, verkoopt de bakker duurder brood ... De fiscale voordelen van sociale mix in armere buurten zijn natuurlijk wel evident: een stad kan meer belastingen innen bij rijke inwoners dan bij arme. Daar staat dan wel weer tegenover dat rijke bewoners vaak veeleisender zijn naar de diensten die zo'n stad met dat belastinggeld levert, en dat een stad heel wat geld spendeert om hogere inkomens aan te trekken. Daardoor zullen ook op dit vlak de kosten niet altijd opwegen tegen de baten.'

'De effecten van sociale mix zijn met andere woorden moeilijk te voorspellen. De onzekere uitkomsten wegen zelden op tegen de grote inspanningen, die ervoor moeten worden gedaan. De zeldzame kosten-batenanalyses die er ooit gebeurd zijn, wijzen erop dat de meeste doelstellingen van sociale mix op andere manieren met minder middelen kunnen worden nagestreefd.'


Van waar dan die consensus?

Alles bij elkaar genomen wegen de argumenten in het voordeel van sociale mix eerder licht. Toch lijkt er in het publieke en politieke debat een consensus te zijn pro sociale mix. Waar komt die eensgezindheid dan vandaan? 'Aan de ene kant juist omdat het zo een brede waaier aan doelen kan dienen. De groenen kunnen zeggen dat het autochtone mensen leert om met diversiteit om te gaan. De liberalen kunnen beweren dat het etnisch culturele minderheden een job leert zoeken. Extreem-rechts kan zeggen dat sociale mix assimilatie bevordert. Voor elk wat wils dus.'

Maar Loopmans wijst ook op een studie die hij enkele jaren geleden met collega's Pascal De Dekker en Chris Kesteloot uitvoerde. Dit onderzoek ging over de manier waarop er in Vlaanderen over sociale mix gepraat werd als het over het woonbeleid ging. 'Onze conclusie was dat het concept sociale mix vooral een discursief instrument was. Er is nooit echt iets mee gedaan. Het is enkel woordelijk beleden om een aantal eisen van tegenbewegingen af te zwakken of zelfs de kop in te drukken. In Vlaanderen hadden we decennialange een hegemonie van een beleid dat het wonen in de groene rand bevorderde. Dat had in oorsprong zelfs als doel om sociale mix tegen te gaan.'

Die stelling vraagt om concretisering: 'Eind 19e eeuw wilde de Katholieke partij, uit angst voor het opkomende socialisme, de middenklasse uit het stadscentrum lokken om zo haar verbondenheid met de arbeiders te verbreken. Daarvoor zette men subsidies in, maar investeerde men ook fors in transportinfrastructuur. Dit beleid stimuleerde een eeuw lang de stadsvlucht van de hogere en middenklasse. Vanaf de jaren 70 van de twintigste eeuw is dat beleid op zijn grenzen gebotst. De steden verloederden omdat ze te weinig financiële draagkracht over hadden om zich te onderhouden. Het platteland geraakte helemaal volgebouwd. Mensen woonden uiteindelijk ook in overstromingsgebieden en kregen steeds vaker te maken met wateroverlast. Om te werken moesten ze vanuit hun verkaveling naar de stad en dat zorgde voor files. De kosten voor infrastructuuraanleg en onderhoud werden te duur. Elk deel van Vlaanderen moest ontsloten worden. Tot in de kleinste uithoek moest de overheid nutsvoorzieningen voorzien.'

'In Vlaanderen vinden wij dat normaal, maar in het buitenland kijken ze daar met verstomming naar,' weet Loopmans. 'Onze hoge belastingdruk heeft voor een groot deel met ons ruimtelijk beleid te maken en met het feit dat iedereen met zijn auto tot aan zijn deur wil geraken en in elke afgelegen woning elektriciteit wil hebben. Het mag dan ook niet verbazen dat er vanuit verschillende hoeken verzet kwam tegen dit beleid. In de binnensteden protesteerden bewoners tegen de kaalslag en het gebrek aan investeringen. In de rand groeide het groene protest tegen het opofferen van de open ruimte. Het beleid reageerde op dergelijke protesten met nieuwe beleidsmaatregelen, waarin de eisen van de actievoerders wel werden opgenomen, maar tegelijk werden vervormd. Zo kon de angel uit het protest worden gehaald. Kritiek op het hegemonische model van verstedelijking van het platteland werd zo in beleidsteksten omgebogen tot een probleem van 'gebrekkige sociale mix' in de binnenstad. In plaats van de subsidiëring van stadsvlucht te stoppen, ging men zich toespitsen op stadsontwikkeling van de binnensteden. De eerste keer dat sociale mix gebruikt werd in het beleidsdiscours, vormde het dus een dekmantel om de kern van een nefaste politiek niet in vraag te moeten stellen.r

'Ook nu, dertig jaar later, hoor je iets gelijkaardigs. Wanneer steden terecht protesteren dat ze te weinig financiële middelen hebben, kiest het beleid er niet voor om de maatschappelijk zeer dure stadsvlucht te ontraden. Nee, de steden krijgen te horen dat ze hun best moeten doen om het voor middenklasse bewoners aantrekkelijk te maken om naar de stad te verhuizen, ook al gaat die gentrificatie (nvdr. gentrificatie is de terugkeer van rijkere bewoners naar een armere wijk waardoor de armere bewoners uit de wijk verdrongen worden) ten koste van de oorspronkelijke, minder gegoede bewoners.'

Mix mensen 3


Geen mix van mensen, maar een mix van maatregelen.

Ondanks al deze kritische bedenkingen benadrukt Loopmans dat hij niet per definitie tegen sociale mix is. 'Er zijn duidelijk nadelen aan segregatie en sociale mix lijkt me in de meeste situaties te verkiezen. Maar in praktijk leggen de voorstanders van sociale mix in Vlaanderen de problemen vooral bij de maatschappelijk kwetsbare groepen. Dat Ukkel of Sint-Martens-Latem homogene, rijke getto's zijn, wordt nooit geproblematiseerd. Ik hoor zelden een pleidooi om daar meer sociale woningen te bouwen en de bevolking daar op sociaaleconomisch vlak te mengen. Wel klinkt het steeds dat er meer rijke mensen in arme stadsbuurten moeten gaan wonen. Bij die keuze voor gentrificatie stel ik me vragen, want sociaal zwakkere groepen zijn er de dupe van. De huurprijzen en de prijzen van voorzieningen stijgen waardoor zij hun wijk moeten verlaten. Bovendien krijgen maatschappelijk kwetsbare groepen, het in die buurten veel moeilijker omdat het beleid, al dan niet op vraag van de nieuwe bewoners, repressief tegen hen begint op te treden. Straatbewoners, maatschappelijk kwetsbare jongeren, vaak ook etnische minderheden worden hard aangepakt om gentrificatie te stimuleren. Om al die redenen zorgt een gentrificatiebeleid de facto dus niet voor sociale mix, maar voor een homogenisering van de bewonerspopulatie. Zurenborg in Antwerpen en de Dansaertwijk in Brussel waren twintig jaar geleden, voordat ze door het beleid opgewaardeerd werden, veel meer gemengd dan vandaag.'

Loopmans pleit daarom niet voor een mix van mensen, maar een mix van maatregelen. 'Je moet vooral goed weten welk probleem je wilt aanpakken en van sociale mix geen toverformule maken. Meestal haal je trouwens betere resultaten door gewoon meer te investeren in sociale huisvesting, onderwijs voor iedereen ... De stimulatie van sociale mix door middel van verbeteringen op de private woonmarkt kan soms een onderdeel van de oplossing zijn. Het is mogelijk dat maatschappelijk kwetsbare groepen hun wagonnetje vasthaken aan de middenklassers in hun buurt en samen de wijk voor iedereen verbeteren. Alleen moet je die mix dan niet enkel in Antwerpen Noord nastreven, maar ook in Brasschaat.'

Onze vragen zijn op, maar nog voor we Loopmans kunnen bedanken voor het gesprek zorgt hij zelf voor een interessante uitsmijter. 'Wat ik altijd absurd vind, als ik pleidooien voor sociale mix hoor, is dat het meestal gaat over wijken die al enorm gemixt zijn. In Borgerhout, waar meer dan 130 nationaliteiten wonen, zou er gewerkt moeten worden aan een betere etnische mix. In plaats van met het vingertje naar die buurten te wijzen, zou men het beste moeten maken van de sociale mix die er al is. Investeer er in het sociaal weefsel. Zorg ervoor dat al die verschillende mensen op een positieve manier met elkaar kunnen samenleven. Dat kan met veel minder middelen dan 'een betere sociale mix' te willen creëren. Bijvoorbeeld door de aanwezige opbouwwerkers, jeugdwerkers, bewonersorganisaties, winkeliersverenigingen, culturele organisaties ... te steunen in hun pogingen om met vernieuwende maatschappelijke experimenten de positieve kanten van sociale mix te versterken.'

 

Terug naar het artikeloverzicht