In de Harelbeekse Centrumwijk gaat Samenlevingsopbouw voluit voor grondrechten, gemeenschapsvorming en de ruimte publiek maken. Daarbij zijn co-creatie en maatwerk sleutelwoorden.

Samenlevingsopbouw initieert tal van kleine initiatieven en zorgt ervoor dat andere partners in de wijk deze overnemen. In deze wijk is er geen centraal buurthuis aanwezig, daarom wordt vanuit verschillende entingsplaatsen in de wijk gewerkt. Opbouwwerkster Katrien Laga en Joke Dekoninck, programmaverantwoordelijke aandachtsgebieden, maken het concreet.

 

Harelbeke 1


Maatwerk in het naaiatelier

Joke en Katrien ontvangen ons in één van de gebouwen van een oude school. Dit doet nu wekelijks dienst als naaiatelier. “Sinds de opstart in 2016 tellen we ongeveer 55 deelnemers van verschillende origine en socio-economische positie”, vertelt Katrien. “Sommige zijn via de sociale dienst van het OCMW tot hier geraakt, anderen via de sociale kruidenier, een heel aantal ook door mond-tot-mondreclame. Ik ben hier vaak aanwezig, maar het zijn onze vrijwilligers die de boel hier draaiende houden.”

Vandaag zijn er een 10-tal mensen aanwezig. Voor twee euro kunnen ze gebruik maken van het materiaal dat er ter beschikking staat. Ze herstellen hun kleren of maken er nieuwe. “Nogal wat van onze mensen kunnen het zich niet veroorloven om kapotte kleren zo maar weg te gooien en een winkel binnen te stappen om er nieuwe te kopen. Maar het financiële is maar één aspect van het naaiatelier. We willen mensen via een gemeenschappelijke interesse bij elkaar brengen. Voor de deelnemers is het een vertrouwde plek waar ze nieuwe mensen leren kennen. Ze doen een babbeltje, soms over koetjes en kalfjes, soms over de dagelijks problemen waar ze voor staan. We merken dat mensen elkaar hier vinden. Een tijdje geleden hoorde ik dat vier dames samen naar het lokale dienstencentrum gestapt waren. Alleen durfden ze daar niet binnen gaan, maar in groep waagden ze zich toch over de drempel.”

“Toen we in 2015 met het naaiatelier startten was het eigenlijk een experiment. We gingen voor een pop-upformule van 10 sessies op een andere plek in de wijk. Maar het bleek een succes en we kregen dit gebouw ter beschikking. Ondertussen is het voor ons een belangrijke plaats om nieuwe mensen te werven.” Dan wijst Katrien naar de kleren op een paspop. “Dat zijn de kostuums van de lokale toneelgroep. Zij maken nu ook gebruik van het naaiatelier om hun volgende voorstelling voor te bereiden. Af en toe steken onze deelnemers hen een handje toe. Het is fijn om op die manier weer nieuwe linken te leggen in de wijk. Zulke kleine contacten tussen mensen die elkaar normaal niet ontmoeten, lijken misschien banaal, maar wij zijn ervan overtuigd dat ze ervoor zorgen dat mensen zich meer thuis voelen in hun buurt.”


Harelbeke 2


Een grijze buurt

De Centrumwijk is een grijze buurt met weinig groen of openbare ruimte. Het drukke autoverkeer op de centrale baan versterkt dat nog. Het gevolg is een wijk met weinig buurtgevoel. De bewoners wonen er anoniem naast elkaar. Bovendien zijn de vele kleine arbeidershuisjes van lage woonkwaliteit. Mensen komen er wonen omdat het er goedkoop is, maar van zodra ze kunnen, zijn ze weer weg. De Centrumwijk is een doorgangsbuurt zonder sterke identiteit en met een klein aanbod aan dienstverlening. Wie bijvoorbeeld op de VDAB of Open School aangewezen is, of wie een beroep wil doen op het CAW, moet telkens naar Kortrijk.

Nochtans heeft net deze buurt nood aan sterke dienstverlening. De Kansarmoedeatlas geeft aan dat er veel verdoken armoede heerst. Zo piekt het aantal kansarme geboortes op maar liefst 16,54 procent. De bevolking veroudert er snel (29,74 procent is ouder dan 60 jaar) en het aandeel alleenstaanden (38,10 procent) en eenoudergezinnen (16,94 procent) groeit. Naar Harelbeekse normen ligt ook het aandeel allochtone gezinnen (13,90 procent) erg hoog.

Daarom besloot Samenlevingsopbouw samen met het OCMW van Harelbeke dat de Centrumwijk een nieuw elan moest krijgen. Sinds 2013 kiest Samenlevingsopbouw voor een integrale wijkgerichte aanpak van deze buurt met expliciete aandacht voor de meest kwetsbare bewoners. Na een grondige gebiedsanalyse die zich sterk richtte op de bevindingen en signalen van bewoners, wou Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen tot een aantal vernieuwende initiatieven komen, die op de specifieke noden en behoeften van de wijk zouden inspelen.


Sociale kruidenier als ontmoetingsplaats

Een van die initiatieven was de omvorming van de voedselbedeling tot een echte sociale kruidenier. Joke heeft ons er ondertussen naartoe gereden en toont het splinternieuwe gebouw op de Gentsestraa. De sociale kruidenier wordt er gerund door een ploeg vrijwilligers van vzw de Oever en het OCMW Harelbeke. “Op jaarbasis bereiken we hier ongeveer 170 gezinnen. Samenlevingsopbouw richt zich vooral op het onthaal. Wij spreken bezoekers aan en peilen naar hun interesses en talenten. Met die informatie gaan we aan de slag. Zo hadden we in 2014 een cliënte die aangaf graag te breien. Misschien waren er nog wel bezoekers met die hobby. We hebben toen vier breisessies opgezet. Een paar maanden later heeft het lokaal dienstencentrum dat overgenomen. Wekelijks gaat daar nu de breiclub door. In totaal vinden wel 24 deelnemers er hun weg naartoe. Dat is een heel gemengde groep van zowel jonge als oudere dames uit de buurt, geboren en getogen Harelbekenaars en dames van diverse nationaliteiten. Twee vrijwilligers uit onze doelgroep leiden alles in goede banen.“

"Tegelijk bundel ik de hulpvragen en signalen die mensen in de sociale kruidenier aangeven”, vult Katrien aan. “Zo krijgen we zicht op de verschillende problemen in de wijk en gaan we in gesprek met het bestuur, betrokken diensten en organisaties. Het doel is de grondrechten van mensen te garanderen. We vinden het heel belangrijk om stem te geven aan ervaringen van mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie. Een voorbeeld daarvan is Guido (nvdr. fictieve naam). Guido is cliënt bij de sociale kruidenier. Door met hem te praten hoorde ik niet alleen dat hij in collectieve schuldbemiddeling zit, maar vooral dat hij heel scherp en precies over die ervaring kan praten. Als hij vertelt hoor je heel precies hoe hij naar antwoorden en informatie heeft moeten zoeken. Aangezien hij erop uit is om anderen zijn miserie te besparen, hebben we hem laten spreken voor mensen die met collectieve schuldbemiddeling starten, maar ook voor maatschappelijk assistenten. Beide groepen hebben daar veel van geleerd. Om de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren zullen de ervaringen van gebruikers in de toekomst een belangrijkere rol spelen.


Harelbeke 3


Vinger aan de pols met huisbezoeken

Door het naaiatelier, de sociale kruidenier en haar aanwezigheid kent Katrien enorm veel mensen in de wijk. Toch vallen er door het hoge verloop soms nog gezinnen tussen wal en schip. Daarom is de samenwerking met de sociale dienst van het OCMW erg nuttig. “Jaarlijks krijg ik van hen een lijst met namen van nieuwe cliënten die mij willen ontmoeten. Bij hen ga ik langs. In januari heb ik de lijst weer gekregen en daar zijn 30 huisbezoeken uit gekomen. Doordat je welkom bent in de omgeving waar mensen wonen, krijgen die gesprekken een andere dynamiek. Je ziet letterlijk hun leefwereld. Ik pols dan naar hun behoeften op het vlak van werk, vorming, opvoeding, vrije tijd ... Ik vraag ook wat ze nodig hebben om goed in de wijk te kunnen leven en ook hoe zijn hun steentje zouden kunnen bijdragen."

“Die huisbezoeken vormen een schat aan informatie”, vult Joke aan. Het laat ons toe om ook op andere grondrechten dan maatschappelijke dienstverlening in te zetten. Als er in de regio middelen vrijkomen om in Harelbeke een dossier voor Dampoort knapT Op!, een rollend fonds om noodkoopwoningen op te knappen, te realiseren, dan weet Katrien uit eerste hand welke gezinnen daarvoor in aanmerking komen. Wanneer de stad wil starten met Beweging op Verwijzing dat kwetsbare mensen met een gezondheidsrisico naar een actiever leven op weg wil zetten, dan kan Katrien mensen aanreiken die hier nood aan hebben.

"Mobiliteit blijkt bijvoorbeeld een groot probleem. Mensen willen wel aan activiteiten deelnemen, maar geraken er niet. Hetzelfde voor de dienstverlening. Ik heb veel mensen gehoord die naar Open School willen gaan voor Nederlandse les, maar daar niet in slagen omdat het moeilijk bereikbaar is. Een dossier naar de Lijn is hier in het verleden zonder gevolg gebleven. De nood aan oefenkansen Nederlands is intussen wel door dienst Integratie van Stad Harelbeke opgepikt met een aanbod van praattafels als mooi resultaat."

Om deze waaier aan thema’s op de agenda te plaatsen is er vier maal per jaar een kerngroep van het project met voorzitter en secretaris OCMW, diensthoofd sociale dienst van het OCMW en departementshoofd van dienst Welzijn van Stad Harelbeke. Halfjaarlijks is er ook een overleg met alle betrokken diensten en organisaties zoals centrumschool, wijkinspecteurs, lokale welzijnsschakel  …



Harelbeke 4



Repair Café voor iedereen

“Na vier jaar werking staan we op een kantelpunt”, vertelt Katrien. “We willen een aantal nieuwe initiatieven nemen. Het repaircafé is er daar één van. Repair cafés duiken op in heel Vlaanderen en ze hebben de naam een blanke middenklasse aangelegenheid te zijn. Maar duurzaamheid is ook voor mensen in armoede een belangrijke zaak. Niet als vaag concept, maar iets waar we samen van onderuit over na moeten denken. Onze uitdaging was om, in samenwerking met de dienst Duurzaamheid, het Repair Café bekend te maken voor diverse doelgroepen en het ook aan hen aan te passen. Vanuit het naaiatelier wilden we zo het talent van een aantal buurtbewoners bekend maken.  Binnenkort komt de derde editie er aan. Dit keer voegen we er weer iets nieuws aan toe: een ruil van kinderkledij. Ik hoop dat het een nieuw publiek aanboort. Want daar gaat het ons om: bewoners van een ander circuit laten proeven dan waar ze normaal in vertoeven, zowel voor de moslima die hier haar weg nog zoekt als voor de middenklasser die je in zo’n repaircafé kan verwachten.“

Dat het repaircafé in het cultureel centrum plaatsvindt, is een extra voordeel”, benadrukt Joke. “Onze doelgroep komt daar maar zelden. De drempel is te hoog waardoor zulke plekken voor hen gesloten blijven. Wij vinden het belangrijk om de publieke ruimte te herverdelen omdat die publieke ruimte kan verbinden en dynamiseren. Alleen is er in de Centrumwijk heel weinig open ruimte om te herverdelen. Daarom richtten wij ons vooral op het openbreken van bestaande plekken voor en met maatschappelijk kwetsbare groepen.”


Harelbeke 5



Samenwerking troef, ook in de toekomst

Terwijl we in een gebouw in de Boterpotstraat zijn aangekomen benadrukt Katrien dat een andere uitdaging voor de komende tijd erin bestaat om naast het naaiatelier en de sociale kruidenier een derde vaste plek in de wijk te hebben waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. “Het OCMW huurt dit gebouw. De lokale welzijnsschakel de Spie organiseert hier wekelijks een huiswerkklas en crea. In samenwerking met deze vereniging willen we het lokaal gebruiken om af en toe bijvoorbeeld een spelletjesnamiddag te organiseren. Op die manier kunnen we nog meer jonge gezinnen met kinderen bereiken. Maar hoe en wat staat nog niet vast, behalve dan dat het van onderuit moet komen. Wij werken op vraag en op maat van de bewoners.”

"We kiezen niet voor grootse wijkactiviteiten”, benadrukt Joke. “Hier in de wijk is er vooral nood aan laagdrempelige ontmoetingsmomenten en –plaatsen. We willen mensen  op een ongedwongen manier met elkaar in contact te brengen.“

Onze manier van werken bestaat erin kleine initiatieven te starten en daarbij van in het begin uit te kijken naar partners die deze op een structurele manier kunnen inbedden. Het breiatelier is er een goed voorbeeld van. De praattafels zijn een andere illustratie. In 2014 zagen we dat een aantal vrouwen met een andere origine het fijn zouden vinden om af en toe samen te komen om Nederlands te praten. We hebben twee jaar een buurtbabbel georganiseerd. We bereikten hierbij 45 dames uit 11 verschillende landen. Op deze manier maakten ze kennis met de buurt. Het initiatief inspireerde de dienst integratie van de stad om een aanbod van oefenkansen Nederlands te starten in samenwerking met Open School. Intussen kennen deze oefenkansen nog steeds een groot aantal deelnemers. Het is maar één voorbeeld van hoe wij een nood opsporen, daar een oplossing voor uitwerken en dan een andere instantie zoeken, die bereid is om het initiatief in hun reguliere werking te verankeren.

Heel het verhaal laat zien hoe de opbouwwerkster verschillende rollen opneemt door in te zetten op cocreatie met bewoners, een stevige vrijwilligersgroep en de samenwerking met de lokale overheid en met andere organisaties. In deze geïntegreerde aanpak gericht op het versterken van de centrumwijk, detecteert het opbouwwerk nieuwe noden en signalen, verlaagt het de drempels van het bestaande aanbod, zet het creatieve en innovatieve experimenten op, versterkt het de netwerken en het thuisgevoel en maakt het bestaande openbare gebouwen toegankelijker voor alle bewoners van de wijk.


Artikel: Geert Schuermans en Riet Steel

Foto's: Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen©