Armoede en energie, Overspanning
Wat in 1998 in Turnhout als lokaal project van start ging, belandde al vlug in een stroomversnelling. Het groeide tot een opbouwwerkproject dat uitgedragen werd naar de rest van Vlaanderen en doorgedrongen is tot op het beleidsniveau.
Het project werkt met betaalde krachten en met heel veel vrijwilligers. Dit zijn hoofdzakelijk mensen in armoede, mensen die de problemen van binnenuit kennen. Zij zijn allen als vrijwilliger actief in opbouwwerkprojecten, buurtwerkingen, groepswerkingen binnen OCMW’s, verenigingen waar armen het woord nemen.
Wat het project energie en armoede wil is dat iedereen beschikt over een gratis en leefbaar minimumpakket aan energie. Tegelijk willen zij een verbod op volledige afsluiting van nutsvoorzieningen. Een aantal maatregelen van sociale openbare dienstverlening dienen het recht op energie blijvend te ondersteunen. Overleggen en praten met diensten en politieke overheid is dan ook zeer belangrijk om deze doelen te bereiken.
Mensen in armoede: de ruggengraat van het project
De medewerkers van het project Energie en Armoede worden actief betrokken in elk onderdeel van de werking en bij alle stappen van het project (planning, uitvoering, evaluatie, strategie,…). Zij worden betrokken bij alle vertegenwoordigingen naar het beleid (kabinetten, administraties, de minister), hulpverleners en de energiesector. De opbouwwerkers gaan in principe nooit alleen op stap: er zijn altijd medewerkers van het project aanwezig.
Participatie is de rode draad binnen het project. Daarvoor zijn het E-team en de grote maandelijkse vergadering in Brussel belangrijk.
Het E-team
Het E-team is de kerngroep die de dagelijkse werking van het project coördineert. Het telt een 10-tal vrijwillige medewerkers. Tweewekelijks, op dinsdag, komt het team samen in Turnhout.
Het uitgangspunt is steeds: zoveel mogelijk mensen betrekken bij alles wat bijdraagt tot het project.
Maar omdat àlles in grote groep bespreken en beslissen niet productief is én bovendien tijdrovend, wordt met dit team het voorbereidend werk gedaan.
De Grote Vergadering
Maandelijks komen zo’n 40 tot 50 mensen samen in Brussel. De meerderheid zijn mensen in armoede; uit alle hoeken van Vlaanderen. Maar ook vertegenwoordigers van Welzijnszorg, het Verbruikersateljee, de Bond Beter Leefmilieu, woonwinkel, … komen naar de bijeenkomsten. Op elke vergadering worden nieuwe mensen verwelkomd. De groep staat open voor iedereen.
Deze vergadering is “den drive” van het project. De gemotiveerde medewerkers vormen de basis van de werking. Zij brengen de inhoud aan, het gaat om hun ervaringen. Hier worden de grote lijnen in verband met de werking uitgezet en besproken, standpunten ingenomen, acties voorbereid, zaken getoetst. De ervaringen met energieproblemen staan steevast op de agenda. Eigen getuigenissen, verhalen van buren of vrienden: alles wordt nauwgezet genoteerd en gebundeld. Indien nodig start een tijdelijke werkgroep (bijvoorbeeld werkgroep facturen, werkgroep Lokale Adviescommissies (LAC)) om een bepaald aspect van de energieproblematiek uit te diepen.
Op pad
De vrijwilligers in dit project zijn “medewerkers” in de letterlijke zin van het woord. Naast het E-team en de grote vergadering zijn deze mensen ook present op studiedagen of andere evenementen. Als echte ambassadeurs laten ze geen forum onbenut om aandacht te vragen voor het energieprobleem van mensen in armoede en om het doel van hun project in de verf te zetten.
Zo gaan ze in het Vlaamse land op zoek naar partners om het recht op energie mee hard te maken. Ze zetten publieke acties op om hun eisen kracht bij te zetten. Bijvoorbeeld rond de installatie van een federale ombudsdienst energie; een noodzakelijke klachtenbank die instaat voor onpartijdige bemiddeling bij geschillen. De goedkeuring voor zo’n dienst dateert al van 2003, er zijn middelen voor (830.000 euro), maar de bevoegde minister Verwilghen gaat maar niet over tot de installatie ervan.
Naast dit alles verzorgen de opbouwwerkster, samen met de medewerkers, vorming voor een heel divers publiek: OCMW’s, seniorenraden, scholen. Het vormingspakket “Over Spanning” stelt het project voor en geeft informatie over de vrijmaking van de energiemarkt en armoede. De vele vragen naar informatie maken duidelijk dat de problematiek leeft.
Minister en parlement geadviseerd
Bij de vorming van de Vlaamse Regering in 2004, schreef toenmalig minister van Energie, Kris Peeters, in zijn beleidsbrief dat hij de maatregelen rond energie, zeker ook wou bespreken met de mensen in armoede. Een duidelijke intentie. En hij hield woord.
Toen hij in de zomer van 2006 de bestaande regelgevingen (een 6-tal) in verband met energie wou samenbrengen tot één decreet, vroeg hij ook het (facultatief) advies van het project Energie en Armoede. Tijdens twee vergaderingen bespraken de medewerkers het voorontwerp in verband met de sociale openbaredienstverplichtingen rond energie. In september 2006 maakten ze hun advies over aan minister Peeters.
Maar daarmee was de kous niet af. De medewerkers van het project dachten dat het advies dat ze aan de minister bezorgden, misschien ook wel de parlementairen zou interesseren. Zij zijn het tenslotte die over het voorontwerp van decreet zouden gaan stemmen. Er werden stappen ondernomen om door de ad-hoccommissie Energiearmoede gehoord te worden. Tijdens twee vergaderingen in het Vlaams Parlement kregen de mensen van het project Energie en Armoede de kans hun verzuchtingen kenbaar te maken. Aan de vergaderingen ging een nauwgezette voorbereiding vooraf. Per paragraaf werd overlopen wat de bedenkingen waren bij het ontwerp, werden argumenten en ervaringen verzameld om die bedenkingen te staven, en werd afgesproken wie dit zou inbrengen. De parlementairen vonden deze aanpak een meerwaarde voor de bespreking van het voorontwerp. Het stelde hen in staat de gevolgen van een bepaald artikel beter te doorgronden. Drie weken vóór de stemming kregen alle Vlaamse parlementairen een mail waarin de tien belangrijkste punten uit het advies nog eens extra in de verf werden gezet.
Op 23 mei 2007 werd het decreet goedgekeurd. Een historisch feit. De voorzitter van de ad-hoccommissie Energiearmoede, Carl Decaluwe, verwoordde het als volgt:
“Mevrouw de voorzitter, dit is één van de weinige ter stemming voorgelegde ontwerpen van decreet, als het al niet het eerste is, dat tot stand is gekomen na uitermate groot overleg, ook met de zwaksten in de samenleving.”
De groep werd niet in al z’n adviezen gevolgd. Maar Carl Decaluwe heeft hen wel duidelijk uitgelegd waarom niet. En dat is eerlijk vinden ze. Want vaak wordt bij zo’n consultatie de indruk gewekt dat iedereen unaniem achter het eindresultaat staat. De groep is blij met het respect dat de commissieleden betoonden voor hun nauwgezet werk. “Er werd echt naar ons geluisterd.” En dat is een hart onder de riem om verder te gaan. Want er komen veranderingen ten goede, maar er is ook nog veel niét gerealiseerd.
In november 2007 werd het project Energie en Armoede om advies gevraagd over de uitvoeringsbesluiten die het mogelijk moeten maken om het decreet dat op 23 mei 2007 werd goedgekeurd in de praktijk om te zetten. Ook deze keer formuleerden het project Energie en Armoede zijn bedenkingen en bezorgdheden in een advies.
Project Energie en Armoede
Mieke Clymans, Ellen Dries en Anita Rimaux
Denise Hermans, administratief medewerkster
Otterstraat 116, 2300 Turnhout
014 44 26 74
mieke.clymans@samenlevingsopbouw.be
ellen.dries@samenlevingsopbouw.be
anita.rimaux@samenlevingsopbouw.be
denise.hermans@samenlevingsopbouw.be
>> www.energieenarmoede.net