De wooncrisis in Brussel neemt dramatische proporties aan. Het project Leeggoed/Vidange van Samenlevingsopbouw Brussel, Jeugd en Stad, Pigment en Bij Ons- Chez Nous biedt een oplossing door leegstaande sociale woningen tijdelijk te bezetten.

“Leeggoed is niet de zaligmakende oplossing, maar de crisis is zo groot dat het beleid voor nieuwe oplossingen moet open staan,” zegt Lien Gijbels van Samenlevingsopbouw Brussel terwijl ze ons de vier appartementen in Elsene toont, die Leeggoed bezet. Hier wonen acht volwassenen en één kind. Lien heeft twee deelnemers gerekruteerd om aan dit gesprek deel te nemen.

Younes is een jonge Tunesiër. Als we hem vragen waarom hij zich bij het collectief heeft aangesloten, is hij eerlijk. “Ik had geen andere opties. Ik kraakte hier in de buurt een woning, maar toen Leeggoed dat ook deed, werden we allemaal uitgezet zonder herhuisvesting. Ik kreeg het voorstel om bij de groep te komen en dat heb ik aanvaard.”

Isabelle heeft een heel ander verhaal. Zij is nog maar zes maanden bij de groep. “Tot voor kort leidde ik een gewoon leven. Maar toen ik mijn werk verloor, bleek de huur van mijn appartement te hoog en geraakte ik in de schulden. Ineens stond ik op straat.”

Leeggoed1


Brusselse wooncrisis

Younes en Isabelle zijn twee slachtoffers van de Brusselse wooncrisis. Volgens de Brusselse Bond voor het Recht op Wonen (BBRoW) kunnen minstens 200.000 Brusselse gezinnen zich niet op een degelijke of betaalbare manier huisvesten. Dat is te wijten aan een toenemende kloof tussen de inkomens van de meeste Brusselaars, de sterk gestegen huur- en verkoopprijzen op de privémarkt, en een veel te klein aanbod van openbare woningen.

Nochtans staan er in het Brusselse Gewest tussen 15.000 en 30.000 woningen leeg, waarvan 80 procent op de private markt. Dat zijn wrange cijfers als je weet dat het aantal dak- en thuislozen stijgt. Tijdens de winterperiode van 2012-2013 moest het winteropvangplan maar liefst 5.522 mensen opvangen.


Kraken en bezetten

“De mensen die naar onze diensten komen vonden geen woning meer,” vertelt Lien. “Samen met het straathoekwerk van Jes en de armenverenigingen Pigment en Chez Nous/Bij Ons besloot Samenlevingsopbouw Brussel om tot de actie over te gaan. "Het plan was om samen met onze mensen een collectief en solidair samenwoonproject op te zetten in een leegstaande woning. Vanaf het begin wilden we de mensen zoveel mogelijk betrekken in elk aspect van het project. We brachten onze mensen samen en startten de zoektocht naar een leegstaand pand. We schreven brieven naar eigenaars en discussieerden al over het samenleven. Na een klein jaar hadden we nog niets gevonden en toen de winter aanbrak besloten we om zonder akkoord van de eigenaar in twee panden van de Elsense Haard in te trekken. Op die manier wilden we de sociale huisvestingsmaatschappij onder druk zetten om een bezettingsovereenkomst met ons te sluiten.”

Na lang onderhandelen met de sociale huisvestingsmaatschappij (SHM) slaagt het collectief in zijn opzet. Zes maanden na de kraak krijgt ze de sleutel van vier appartementen. “Maar eenvoudig was het allemaal niet,’ herinnert Lien zich. “Toen we dat gebouw binnen braken, vroeg ik me toch af of dit nog arbeidstijd was, die ik van mijn directeur mocht ingeven. Blijkbaar moet je soms een beetje over de schreef gaan om zaken in beweging te krijgen.”

Leeggoed2


Renovatie

De kraak en de onderhandelingen waren echter maar het begin. De SHM stelde immers een belangrijke voorwaarde vooraleer ze toestemming gaf voor de bezetting: het collectief moest de appartementen eerst volledig renoveren. “En dat hebben we zwaar onderschat,” geeft Lien toe. “We dachten dat even op een maand te fixen … maar uiteindelijk heeft het ons zes keer zo lang gekost. Ondertussen hadden sommige deelnemers geen vast onderdak. Reken daarbij dat niet iedereen dezelfde inspanningen kon leveren en je begrijpt dat die situatie tot heel wat spanningen in de groep zorgde.”

Als ik vraag wat er dan precies gedaan moest worden, moet Younes lachen. Hij werpt me een stapel foto’s van de binnenkant van een krot toe. “Die zijn hier getrokken voor de werken. Sanitair, elektriciteit … we hebben alles vernieuwd. Er waren geen douches, slechts één toilet voor de vier appartementen … We moesten deze plek van de blote muur opnieuw opbouwen.”

Samenlevingsopbouw Brussel en la Fédération Bruxelloise de l'Union pour le Logement (FéBUL) zorgden tijdens de werken voor technische ondersteuning. Maar voor de rest moesten de leden van het collectief rekenen op hun eigen tijd, middelen en talenten. Younes herinnert het zich als een zeer zware periode. “Ik denk niet dat ik het opnieuw zou kunnen. Tegelijk heb ik veel geleerd. Hoe je zo’n renovatie als groep aanpakt, maar ook praktisch. Ik kon al schilderen, van leidingen trekken had ik een idee, maar elektriciteit leggen heb ik hier geleerd.”

Dankzij al die inspanningen voldoen de appartementen nu aan de veiligheidsnormen. Na controle heeft de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij haar zegen gegeven. Toch zijn ze niet conform de Brusselse Huisvestingscode. “Het gaat om kleine dingen,” weet Lien. “Zo moeten er bijvoorbeeld twee deuren tussen een toilet en een keuken. Dat is niet overal het geval. Gelukkig wordt dat gedoogd. Anders zouden de bewoners nog meer geld kwijt zijn en was dit project niet mogelijk.”


Leven in groep

De leden van het collectief hebben een zeer verschillend profiel. Sommigen hebben papieren, anderen niet. Het gaat om een Marokkaan, een Nigeriaan, een Tunesiër en vijf Belgen. Wat ze allemaal gemeen hebben, is hun laag inkomen – ook al zijn sommigen deeltijds aan het werk – en de moeilijke woongeschiedenis die ze allemaal achter de rug hebben.

Voor Isabelle is het leven in groep een enorme troef. “Ik moet hier weinig betalen om goed te wonen. Dat speelt een grote rol. Daar ga ik niet flauw over doen. Maar het sociale aspect is voor mij minstens even belangrijk. Nog niet zo heel lang geleden leidde ik een klassiek burgerbestaan. Toen begonnen mijn financiële problemen en in een mum van tijd was ik ook al mijn vrienden en familie kwijt. Je kunt je niet voorstellen hoe snel je kunt vallen. Leeggoed heeft mij toen gered. Het is een manier van leven die ik niet kende, maar ik heb opnieuw een klein netwerk kunnen opbouwen.”

Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Younes geeft toe dat er zich al eens spanningen voor doen. Hij benadrukt wel dat het geen culturele conflicten zijn, maar eerder misverstanden tussen mensen die dicht op elkaar wonen. “Wat soms ook speelt, zijn de investeringen die mensen vroeger en nu in het project steken. Sommigen kunnen en willen dat meer dan anderen en dat is niet altijd gemakkelijk.”

Als ik vraag hoe ze die problemen oplossen, blaast hij. “Oplossen? Je mag dat ook niet idealiseren. We leven goed samen, maar we zijn daarom niet allemaal de beste vrienden.” Lien knikt en legt uit dat de bewoners zelf een charter met leefregels hebben opgesteld. “Daar staan vanzelfsprekende zaken in, zoals geen racisme of seksisme. Maar het gaat ook over praktische afspraken, bijvoorbeeld over de financiën of over waar je mag roken en waar niet. We hebben samen ook een vorming in geweldloze communicatie gevolgd. Ten slotte zijn er ook meer fundamentele zaken in opgenomen, zoals wanneer iemand de groep moet verlaten. Zo’n drastische beslissing kan natuurlijk enkel op een bewonersvergadering genomen worden.” 

Leeggoed3


Participatie

De gezamenlijke manier van beslissen is kenmerkend voor de groep. Leeggoed draagt participatie hoog in het vaandel. Zo geeft de groep op de wekelijkse groepsvergadering het dagelijkse leven vorm. “We overlopen er de lijst met klusjes,” vertelt Isabelle, “maar we bespreken ook projecten die op middellange termijn op stapel staan. Zo plannen we binnenkort een feest waarop de buren, maar ook politici en vertegenwoordigers van de SHM uitgenodigd zijn.”

Ook het beleidswerk waarbij de mensen van Leeggoed met de bevoegde instanties in dialoog gaan, gebeurt steeds met de voltallige groep. “De eerste keer dat we daar met een tiental mensen binnen vielen, keken ze wel raar.” herinnert Younes zich. “Maar we vinden het toch belangrijk dat we er steeds zelf bij zijn. De professionals die het project begeleiden, zouden dat alleen kunnen doen, maar het gaat over ons leven. Ons belang is te groot om niet te gaan.” Isabelle knikt: “Bovendien zijn we voor een bureaucratische organisatie als een SHM enkel maar een cijfer. Als we mee aan tafel zitten, krijgen we een gezicht.”

Een ander aspect dat de bewoners zelf opnemen, zijn de gesprekken met politici. Zo is de Brusselse staatssecretaris voor Huisvesting Christos Doulkeridis al op bezoek gekomen. “We hebben niet alleen voor ons project gepleit,” vertelt Isabelle. “We hebben hem uitgelegd dat er gewoon te weinig kwaliteisvolle en betaalbare woningen zijn. Daardoor moeten mensen soms tot kraken overgaan. Het is niet omdat wij een overeenkomst met de SHM hebben, dat we dat veroordelen.” “De staatssecretaris staat positief tegenover Leeggoed,” weet Lien. “Hij heeft de bezetting van leegstaande sociale woningen als principe erkend in de Brusselse Huisvestingscode. Maar wat gaat er na de verkiezingen gebeuren als er misschien een andere partij het departement Wonen zal opeisen? We blijven toch heel afhankelijk van de goodwill van politici en ambtenaren.”


Iedereen wint

“Misschien zullen beleidsmakers in de volgende legislatuur wel zien dat Leeggoed een oplossing is waarbij iedereen wint,” hoopt Isabelle. “Voor de SHM is het een geruststelling dat hun patrimonium goed beheerd wordt. Bovendien is er meer controle dan in een kraakpand. We dragen zorg voor de appartementen. Uiteindelijk zijn ze onze thuis. Ik merk trouwens dat ook de buren liever hebben dat wij hier zitten en geen krakers zoals in een aantal andere gebouwen hier in de buurt.”

Natuurlijk zijn de grote winnaars de bewoners. Voor de meesten is deze ervaring een overwinning op zichzelf. Bovendien is er het financiële aspect. Door hun extreem laag inkomen was het voor hen anders quasi-onmogelijk om een kwaliteitsvolle woning te vinden. Lien legt uit dat ze elke maand ongeveer 65 per persoon betalen. “Dat bedrag valt uiteen in huurlasten voor de huisvestingsmaatschappij, een bijdrage aan de werken, de brandverzekering en spaargeld. Dat laatste is belangrijk om hen de mogelijkheid te geven om in de toekomst een stabiele woonoplossing te bieden.”

Leeggoed4


De toekomst

Wat de toekomst voor Leeggoed brengt, is onduidelijk. De overeenkomst met de SHM wordt jaarlijks verlengd totdat de vier appartementen volledig gerenoveerd zullen worden. Het perspectief daarop is 1 januari 2015. Het is echter de vraag of de huisvestingsmaatschappij dan middelen zal kunnen vrijmaken.

Lien is voorzichtig optimistisch. “In deze buurt is veel leegstand. Zelfs als we niet in deze appartementen kunnen blijven, krijgen we misschien wel andere gebouwen ter beschikking. We hebben de voorbije periode trouwens veel geleerd. We weten nu beter hoe we met een SHM moeten onderhandelen. We hebben een betere kijk op hoe we renovatiewerken moeten aanpakken en we moeten niet meer leren om als groep samen te leven. Daarom ben ik ervan overtuigd dat in een volgende ronde alles makkelijker zal verlopen.”

Op termijn is het de bedoeling om een vzw op te richten, bestuurd door de bewoners, die de overeenkomst met de SHM kunnen tekenen. Voorlopig neemt Samenlevingsopbouw Brussel die verantwoordelijkheid nog op zich. “Maar dat is toekomstmuziek,” weet Isabelle. “Het eerste doel nu een gemeenschapsruimte. We gaan bij Elsense Haard aankloppen met de vraag of we een tuin ter beschikking krijgen. Om in de zomer van te genieten en om kippen te houden” Younes moet lachen: “Er zijn weinig problemen die je niet de baas kunt als je kippen hebt.”

Na het gesprek leidt Lien me rond in de buurt. We komen voorbij een heel aantal leegstaande sociale woningen. Aan het raam hangt telkens een poster met daarop de boodschap ‘De renovatie van dit gebouw start op 1 maart 2011’. Het lijkt erop dat de SHM er alle belang bij heeft om de mensen van Leeggoed nog een tijdje in hun appartementen te laten.


Geert Schuermans

Terug naar het artikeloverzicht