Een groot pand in de Brusselse Brabantwijk is gerenoveerd. Het biedt ruimte voor 15 sociale appartementen in een formule van solidair wonen. Bovendien is het MAISON BILOBA HUIS een bicommunautaire onthaal- en ontmoetingsruimte voor senioren en mantelzorgers uit de buurt.

Aan de basis van het alternatief woonproject liggen drie partners: de vzw Emancipatie Via Arbeid (EVA), het Maison Médicale (het Franstalige Wijkgezondheidscentrum) en het lokaal dienstencentrum Aksent. In de realisatie van dit woonproject speelde EVA een sleutelrol als sociale projectontwikkelaar. Coördinator Linda Struelens en beheerder-penningmeester Julia Rottiers schetsen de tijdsintensieve en de soms wel erg moeizame mobilisatie van middelen en partners in de Brusselse beleidscontext.

Biloba 4

Senioren in beeld

‘EVA heeft in de Brabantwijk eerst het lokaal dienstencentrum Aksent opgericht. We vroegen ons vervolgens af welke initiatieven je kunt nemen opdat senioren zo lang mogelijk in hun wijk kunnen blijven wonen. Daarop hield EVA een bevraging bij senioren en mantelzorgers. Uit de reacties van een 80 tal mensen kwamen de volgende drie kwesties naar voor: 1) de kloof tussen het professioneel zorgaanbod en de behoeften in de wijk, 2) de penibele woonsituatie, en 3) problemen in verband met de leef- en woonomgeving. Daarnaast wezen de bevraagden op de noodzaak van een intergenerationele aanpak, dus geen initiatief die alleen senioren, maar wel verschillende generaties in de buurt ten goede komt. Een ander pijnpunt is de complexiteit van de samenleving. Mensen raken er niet meer wijs uit, mede als gevolg van de toenemende bureaucratie.’

‘Uitgaand van de aanbevelingen zijn we gestart met verbeteracties,’ aldus Linda en Julia. ‘Daarbij spitst Aksent zich toe op de zorg in de buurt, terwijl EVA zich focust op de woonsituatie. We zijn gestart met het Bricoteam dat kleine klusjes in huis uitvoert die het basiswooncomfort verhoogt  en de veiligheid in de woning verbetert. Tegelijk zocht EVA naar alternatieve woonvormen, zodat ouderen die zorg of hulp behoeven in de wijk kunnen blijven wonen.

Bij de analyse van de wijkproblemen kwam EVA in contact met het Maison Médicale - het Franstalig wijkgezondheidscentrum. Een dokter-antropoloog had eerder diepte-interviews gehouden bij Turkse en Marokkaanse senioren en mantelzorgers. Die gesprekken legden de stresssituatie bloot tussen generaties in eenzelfde gezin. Het samenwonen is niet altijd een droomsituatie. Het eten en drinken liet meestal niets te wensen over, maar de ouderen werden overdag voor tv geplaatst en voor een deel aan hun lot overgelaten. Het illustreerde de dualiteit waarin veel gezinnen zich bevinden: de omgeving verwacht dat kinderen voor hun inwonende ouders zorgen, uit schaamte voor de omgeving en/of schuldgevoel durft men dit niet te weigeren, alhoewel die opdracht vaak niet verenigbaar is met de andere taken. Het maakte de noodzaak aan alternatieve woonvormen duidelijk. Maison Médicale liet ons weten dat zij wilden mee zoeken naar alternatieven en bovendien over een budget beschikten dat ze wilden investeren in de aankoop van een pand in de wijk. Het budget van 600.000 euro kwam als een geschenk uit de hemel.


Coöperatieve vennootschap

Een belangrijke troef was dat de drie verenigingen (Aksent, Maison Médicale en EVA) op dezelfde golflengte zaten en een bicommunautair initiatief wilden verwezenlijken in de Brabantwijk. Eerst wou Maison Médicale enkel een initiatief nemen voor bewoners van Turkse en Marokkaanse origine, maar na overleg kon men zich vinden in een wooninitiatief voor alle senioren, die er nu al wonen alsook voor nieuwe inwijkelingen. In de afgelopen jaren is de samenstelling van de bevolking immers gewijzigd. Er is de inwijking van Oost-Europeanen, zoals Roemenen en Bulgaren.

De raden van bestuur van EVA, Maison Médicale en Aksent, beslisten op 14 april 2008 om samen de coöperatieve vennootschap E.MM.A op te richten. ‘We kozen voor een coöperatieve  vennootschap met een sociaal oogmerk waarbij aan de vennoten geen rendement in het vooruitzicht wordt gesteld. Het ging om een berekend risico, evenwel zonder rendement. De vennoten zouden  de geïnvesteerde middelen terugkrijgen als het project niet werd gerealiseerd. Kort na de oprichting van de coöperatie, werd met de eigenaar het compromis getekend voor de aankoop van het pand in de Plantenstraat 118-120 in Brabantwijk.

Biloba 2


Gemeenschappelijke filosofie

Bij de herbestemming stond bij MAISON BILOBA HUIS de creatie van drie zones voorop:

  • Een aanbod van 15 betaalbare, sociale wooneenheden voor senioren, waarvan er acht volledig toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Ieder appartement heeft een eigen badkamer, keuken, leefruimte en slaapkamer.
  • Als surplus bij het eigen appartement kan elke senior gebruik maken van collectieve ruimten: een gezamenlijk salon, stille ruimte, wasplaats en tuin. Via die collectieve ruimte hebben ze toegang tot het eigen appartement. Het zijn middelen om goed nabuurschap tussen bewoners te bevorderen.
  • Een onthaal- en ontmoetingsruimte op het gelijkvloers. Deze ontmoetingsruimte staat open voor senioren uit de wijk, alsook voor de mantelzorgers of mensen die al dan niet professioneel met senioren te maken hebben.

De aankoop en de renovatie werd begroot op 3,2 miljoen euro. In functie van de coöperatieve vennootschap E.MM.A stelde EVA een financieel meerjarenplan op voor 20 jaar met daarbij de volgende financiële componenten: 1/3 private middelen, 1/3 publieke middelen en 1/3 uitgestelde lening van Triodosbank.

Het verwerven van middelen  via het Gewest en de Gemeenschappen liep niet van een leien dakje. Telkens opnieuw speelde de administratieve complexiteit ons parten.


Kafkaiaans

De drie partners vulden elkaar aan: het WGC (maison médicale) investeerde financiële middelen, Aksent had ervaring en expertise met betrekking tot zorg in de buurt en EVA fungeerde als sociale projectontwikkelaar. EVA speelde tevens een rol als bruggenbouwer tussen politieke en administratieve vertegenwoordigers van de verschillende Gewesten, maar zelfs binnen de administraties van het eigen (Vlaamse) Gewest.

De specifieke Brusselse context dwong de drie partners tot het opzetten van zeer ingewikkelde structuren. Naast de coöperatieve vennootschap E.MM.A werden we verplicht om drie vzw’s op te richten, met name vzw Maison Biloba, vzw Biloba Huis en de tweetalige vzw Maison Biloba Huis. Voor de tweetalige vzw moesten we  dus zowel statuten in het Frans en het Nederlands voorleggen.

Tussen het ontstaan van een idee en het realiseren van een concreet project gaat er immens veel tijd over. Om middelen te mobiliseren van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij leek eerst onhaalbaar omdat enkel een sociale huisvestingsmaatschappij, een gemeente of een OCMW op die middelen een beroep kan doen, en dus niet een private partner, zoals onze coöperatieve vennootschap E.MM.A. De politieke wil van enkele sleutelfiguren hielp ons om juridische obstakels te overwinnen: zo was er het aantreden van de Staatssecretaris voor huisvesting Doulkeridis (Ecolo) die een oproep deed om samen te werken om iets te doen aan de nijpende huisvestingssituatie. Verder was er de positieve ingesteldheid en samenwerking met  de voorzitter van de Sociale huisvestingsmaatschappij in Schaarbeek, die voordien ook  voorzitter was geweest van het Sociaal Verhuurkantoor, Asis.  Uiteindelijk, na ruime twee jaar, is het ons gelukt om een beroep te doen op investeringen in sociale huisvesting van het Brussels Grootstedelijk Gewest, zowel voor de sociale panden (individuele wooneenheden) alsook voor de gemeenschappelijke ruimte bij die wooneenheden.

We probeerden dus innovatief en creatief uit de hoek te komen, maar om bijkomende middelen via de Gemeenschap(pen)  te verkrijgen, werden we gedwongen complexe structuren te creëren, getuigen Linda en Julia, alhoewel het soms ook heel eenvoudig kan. Zo stelde de Vlaamse Gemeenschapscommissie als eis, dat uitsluitend investeringsmiddelen konden gegeven worden aan een eentalig Vlaamse vzw en dat die vzw volledig eigenaar moest zijn of een langdurig zakelijk recht moest kunnen voorleggen. Let wel, de voertaal in het onthaal- en ontmoetingscentrum  is Frans, maar we hebben er altijd op toegezien dat Vlamingen er terecht konden in de Nederlandse taal, net zoals we het belangrijk vinden dat een Turkse senior die enkel Turks spreekt, ook begrepen kan worden en zich verstaanbaar kan verstaanbaar maken in het Turks. . Opnieuw dreigden we vast te lopen in een juridisch kluwen. Op vraag van VGC werd de Nederlandstalige vzw Biloba Huis opgericht die een langdurig zakelijk recht afsloot met de cvba E.MM.A. en dus de investeringssubsidie ontvangt (200.000,- €). Het Vlaams Brussel Fonds daarentegen stemde er gelukkig mee in dat EVA met de middelen van het Vlaams Brussel Fonds aandelen verwierf in de coöperatie E.MM.A, zodat E.MM.A over de middelen beschikt om de renovatie in de  gemeenschapsruimte te financieren. EVA verhoogt  bijgevolg haar aandelen met 149.000 € in de coöperatieve en engageerde zich t.a.v. de Vlaamse Gemeenschap om die aandelen in de cvba te laten. 

Biloba 3


Overdraagbaar model

De moeizame discussies hebben uiteindelijk geleid tot een model(overeenkomst) waarin iedereen zijn expertise en zijn verantwoordelijkheid kan opnemen en waarvoor ook de juiste partners zijn betrokken. Concreet ziet dit als volgt uit:

  • de coöperatieve vennootschap E.MM.A geeft alle woondelen voor 60 jaar in erfpacht aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij;
  • Zodra het pand gerenoveerd is, worden de woondelen overgedragen aan de Sociale Huisvestingsmaatschappij de Schaarbeekse Haard  die de woningen beheert;
  • Voor de huur/verhuur van de woningen werkt de sociale huisvestingsmaatschappij samen met Maison BILOBA Huis die kanidaat bewoners selecteert en voordraagt;
  • De coöperatie E.MMA. behoudt de volle eigendom van de gemeenschappelijke ruimten (die niet bij de woningen behoort) en heeft  een bepaald percentage (niet gepreciseerd) van de oppervlakte van die ruimte in huur gegeven aan de vzw BILOBA Huis.
  • Het beheer van de  gemeenschappelijke ruimte (die open staat voor de buurt) wordt uigebaat door Maison BILOBA Huis vzw/asbl..

Deze structuur legt de verantwoordelijkheid bij de partners die ieder op hun domein de nodige kennis en deskundigheid hebben, zoals de sociale huisvestingsmaatschappij. Op die manier hoeft vzw/asbl Maison Biloba Huis niet de huur te innen en kan zich toespitsen op zijn sociale rol (ontmoeting, goed nabuurschap, ondersteuning en begeleiding). We zien dit als een zeer werkbaar model, ook voor andere locaties en wijken in Brussel.


Charter

Alhoewel er veel energie is gestopt in het overleg tussen partners, het mobiliseren van middelen en het uitwerken van een geschikte structuur, is er eveneens veel aandacht besteed aan de participatie. De behoeften van bewoners zijn allereerst in kaart gebracht aan de hand van de DIP-methode, de zogenaamde Doelgerichte Interventie Planning (DIP). In de loop van de uitwerking van het project waren meerdere reflectiegroepen actief. Via die groepen, van mannen en vrouwen van diverse leeftijd en origine, werd het ouder worden in de wijk bespreekbaar gemaakt en was men actief bezig met de opbouw, de inhoud en de waarden van het solidair wonen voor senioren van diverse herkomst. De resultaten van de reflectiegroepen zijn weerspiegeld in het charter van de coöperatieve gemeenschap, dat is goedgekeurd door de raden van bestuur van de verschillende partners.

Het charter maakt duidelijk waar het project voor staat, wat de filosofie en de doelstellingen zijn.  Kandidaat huurders moeten dan ook de uitgangspunten van het solidair wonen onderschrijven. De (toekomstige) huurders zijn niet formeel juridisch vertegenwoordigd in het beheer van de coöperatie, maar ze hebben anderzijds in de loop van het participatieproces mee vorm gegeven aan de uitbouw van het kleinschalig woonzorgcentrum. De bewoners zijn tot hiertoe dus geen aandeelhouder noch vennoot (maar kunnen dat wel worden), maar het gaat wel om co-constructie omdat een ruime groep van mensen uit de buurt  werkelijk hebben meegedacht en meegebouwd aan het voorliggende concept.

Biloba 1


Economische bril

Dat Linda en Julia een economische bril opzetten is ongetwijfeld verrassend en tegelijk vernieuwd. Het heeft alles met de opzet van EVA te maken: ‘in 1995 bij de start van EVA bestonden er in Brussel tal van tewerkstellingsmaatregelen, maar aan Nederlandstalige kant waren er te weinig initiatiefnemers om die te benutten voor de tewerkstelling van kansengroepen. Actoren in de welzijnssector waren terughoudend om het zakelijk beheer op zich te nemen. EVA bood daarom een structuur om projecten op te zetten, te laten groeien en nadien te laten verzelfstandigen.

EVA constateerde dat veel werkzoekende, kortgeschoolde vrouwen wel een opleiding volgden, maar dat die hen geen toegang verschafte tot de arbeidsmarkt en tegelijk zagen we in de kansarme buurten tal van noden die niet ingevuld werden. Veel werkzoekende vrouwen bleven verstoken van de kans om een opleiding te volgen omdat er voor hun kinderen geen voorzieningen inzake kinderopvang bestonden. Kinderopvang was enkel voorzien voor mensen die aan het werk zijn. Veel werkzoekende vrouwen hebben echter een zeer grote ervaringsdeskundigheid in de kinderopvang. Het kwam er volgens EVA op aan om de noden in de buurt te matchen met de aanwezige talenten en de toekomstige opleidingen van werkzoekenden daarop af te stemmen. Zo konden we duurzame tewerkstelling scheppen voor werkzoekenden en tegelijk lokale noden invullen. We beseften dat we werkzoekenden niet moesten toeleiden naar de economie, maar dat wij met EVA zelf deel uitmaken van de economie.

Linda en Julia wijzen op de omslag in het denken: ‘de creatie van nieuwe voorzieningen (zoals kinderopvang of groenvoorziening in de buurt) noemden we in de jaren ’80 buurtdiensten. Het accent lag toen op welzijn – het helpen van mensen. Terwijl EVA eigenlijk veel sterker de link legt met economie: met name met beperkte middelen een maatschappelijke nood invullen om te komen tot een maximum aan resultaat. Je kunt het project BILOBA dus beschouwen als een realisatie in de ‘solidaire economie’.


Cruciale randvoorwaarden

Eind 2007 is EVA samen met Aksent gestart met de bevraging in de wijk. Ruim zeven jaar later zullen de appartementen worden opgeleverd voor de sociale huurders. In die periode heeft EVA een centrale rol vervuld als sociale projectontwikkelaar, die daarin bijgestaan werd door een medewerker van de Maison Médicale du Nord. Om dergelijke experimenten mogelijk te maken zou de overheid fondsen ter beschikking moeten stellen om ideeën en innovatieve projecten te ontwikkelen. Nu geeft men enkel subsidies voor een eindproduct (constructie of renovatie).


Spin-off

Professor Dominique Verté, een expert inzake ouderenbeleid aan de VUB, was vanaf het begin een enthousiaste medestander en heeft het project vanaf de zijlijn altijd gevolgd. Onder zijn impuls hebben we nu een nieuw project ingediend rond informele zorgdragers in de wijk, dit in het kader van zorginnovatie. Verder gaan we via INNOVIRIS (Brussels Instituut voor onderzoek en innovatie) nieuwe woon- en zorgmodellen creëren, in samenwerking met andere stakeholders waaronder Samenlevingsopbouw Brussel. Dit nieuwe project net als verschillende andere initiatieven die in de pijplijn zitten, zijn voor ons de spin off van het experiment BILOBA.

Terug naar artikeloverzicht