Opbouwwerkster Griet Van Dessel van Samenlevingsopbouw Riso Vlaams-Brabant heeft mee de kiemen gelegd van de volkstuin in Zellik. Voor het opbouwwerk is de tijd rijp om het project uit handen te geven aan het nieuw opgerichte samenwerkingsverband tussen tuinders, sociale organisaties en gemeentebestuur. Drie tuinders Zozan, Monique en Pascal maken samen met Griet en Reej (lokale afdeling Velt) na vier jaar de balans op. De opvallendste conclusie is dat de deelnemers door het samen tuinieren samen sterker zijn geworden. Hun hoop is nu gevestigd op de herinrichting van de site met middelen van de Vlaamse overheid.


Monique, Zozan en Pascal behoren tot de vaste kern van de tien mensen die op zaterdagnamiddag wekelijks bijeenkomen op de volkstuin met een begeleider van de Vereniging van Ecologisch Leven en Tuinieren (Velt).Ook Reej Masschelein van de lokale Velt afdeling (Zellik-Asse) is telkens van de partij. Hij ligt immers aan de basis van de volkstuin en blijft een spilfiguur in de continuïteit van het project.

De drie tuinders hebben een totaal verschillende achtergrond, maar delen hun interesse voor het tuinieren. Pascal had al een tuin in Portugal - zijn land van herkomst. Hij weet van aanpakken en voor het zwaardere handwerk kijkt men onder meer in zijn richting. Voor Monique en Zozan, die op een appartement wonen, was het tuinieren totaal nieuw. In de beginperiode waren zelfs de dochters van Zozan aanwezig samen met andere kinderen. Ze namen enthousiast deel aan het tuinieren maar door het wegvallen van leeftijdgenootjes waren ze niet langer gemotiveerd en bleven weg.

‘We hebben nu de smaak van verse, onbespoten groenten te pakken’, luidt het eensgezind. ‘De tuinbegeleiders leerden ons nieuwe groenten kennen en bereiden, zoals pastinaak, aardpeer, koolrabi, tuinbonen, warmoes en winterpostelein. In de cursus kregen we uitleg over het fermenteren van groenten om die beter te bewaren.’ Zozan, Monique en Pascal wijzen tijdens het interview herhaaldelijk op de aangename groepssfeer en het onderlinge vertrouwen. Dit vormt het cement van de groep. Naast de tien kernleden, zijn er occasionele deelnemers. Ze komen minder frequent omdat ze andere bezigheden hebben. Anderen haakten snel af wegens familiale redenen of omwille van beroepsactiviteiten.

Foto 1 

Randactiviteiten

De kernleden voeren mond-aan-mond reclame en zijn de beste ambassadeurs van het tuinproject. Opbouwwerkster Griet hecht veel belang aan de zogenaamde randactiviteiten om met het project naar buiten te treden. ‘We stonden op de jaarmarkt in Zellik met soep van groenten uit de eigen tuin, en op de Dag tegen de Armoede ging onze groep aan de slag met allerlei seizoengroenten waarmee we vegetarisch broodbeleg hebben bereid. Met een afvaardiging van tien mensen nam Zellik deel aan trefdag Samen Tuinen die door Velt werd georganiseerd in Antwerpen. ‘We stelden er de eigen werking voor en maakten kennis met andere volkstuinen.’

‘Op die trefdag bleek dat onze volkstuin nogal verschilt van het veel andere volkstuinprojecten in Vlaanderen,’ stelt Griet Van Dessel. ‘Bij ons in Zellik geven de tuinders de voorkeur aan een formule van samen tuinen. Gelet op de beperkte ervaring en kennis verkiezen ze een gemeenschappelijke aanpak in plaats dat iedere tuinder afzonderlijk zijn individueel perceel bewerkt. Dit seizoen zijn ze gestart om een systeem van peter en meter in te voeren, waar een duo de verantwoordelijkheid of het voortouw neemt voor een bepaald perceel.


Concept ‘samen tuinen’

‘We waren verrast dat in sommige andere Vlaamse gemeenten 40 tot 50 vrijwilligers actief zijn op de volkstuin. Verschillende gemeentebesturen hebben niet alleen een site ter beschikking gesteld maar afgebakende, kant en klare tuin percelen.'

In Zellik daarentegen stond de startgroep voor een braakliggend terrein waarop zelfs afval werd gedumpt. De tuinders en hun begeleiders hebben hier echt van nul moeten beginnen. Als je vanop de Brusselse steenweg in Zellik nu kijkt naar het deels verwaarloosde gebied waarin de volkstuinen liggen, zou de moed in je schoenen zakken. Maar zodra je de volkstuin zelf betreedt, merk je meteen dat er al veel voorbereidend werk is geleverd. Er liggen acht tot negen percelen klaar voor het nieuwe seizoen. Er zijn paden aangelegd en er is de schuur waarin het tuingerei van de groep veilig is opgeborgen. Er is bovendien nog veel ruimte voor uitbreiding van de volkstuin, die een plaats zal krijgen in een ruimer plan voor landinrichting. Dit op initiatief van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) in samenwerking met het gemeentebestuur van Asse.'

Foto 2


Landontwikkelingsproject

Reej schetst dat het landontwikkelingsplan als centrale doelstelling heeft om het buitengebied van Zellik te valoriseren, zowel ecologisch als recreatief. ‘De lokale afdelingen van Velt en Natuurpunt waren betrokken partij bij de herinrichting van dit gebied rond de dorpskern aan de Brusselse steenweg. Velt en Natuurpunt hebben voorgesteld om er een ontmoetingsplek te creëren voor wandelaars, fietsers en andere recreanten en binnen dit gebied ook volkstuinen een vaste stek te geven. Bij de herinrichting staan ontmoeting en natuurrecreatie dus voorop. De publieke ruimte moet mensen aanmoedigen om naar buiten te komen, te wandelen of met kinderen te komen spelen en picknicken.

De architect heeft al een plan getekend voor het gebouw dat in het landschap zal geïntegreerd zijn. Het zal dienst doen als ontmoetingsplek en het heeft ook een duidelijke functie binnen het volkstuinproject. Zo is er een groen dak met een kruidentuin voorzien, en een duurzame ecologische serre voor het zaaien en kweken van planten. De Vlaamse Landmaatschappij heeft intussen gaandeweg de gronden verworven voor de realisatie van het project. Er is een akkoord met het gemeentebestuur. Met middelen van de Vlaamse overheid (VLM) wordt gestart met de bouw en de herinrichting in 2016.

Velt en Natuurpunt participeerden vanaf het begin aan het concept van het landontwikkelingsplan waarin vanaf 2012 al plaats voorzien was voor de aanleg van volkstuinen. Volgens Reej was het daarom zinloos om te wachten met de start van de volkstuinen tot 2016. De voorkeur werd gegeven om die samen met geïnteresseerden te laten groeien en geleidelijk dat initiatief door hen te laten dragen.

Bovendien wilden we er borg voor staan dat we met de volkstuin niet alleen autochtone inwoners, maar ook nieuwkomers zouden bereiken die geen deel uitmaken van het klassieke verenigingsleven of door hun gebrekkige taalkennis van het Nederlands evenmin de aankondigingen lezen in het gemeentelijke informatieblad en daardoor niet op de hoogte zijn van initiatieven binnen de gemeente.


Actie-onderzoek

‘Om al eerder met de volkstuin van start te kunnen gaan, dienden we via de toenmalige milieuschepen Etienne Keymolen een dossier in bij de Vlaamse minister die bevoegd was voor de Rand rond Brussel’, aldus Reej. Minister Bourgeois gaf middelen voor een actie-onderzoek gericht op de integratie van nieuwkomers en de verwerving van de Nederlandse taal. Het Randproject werd door de gemeenteraad goedgekeurd en op die manier kon de gemeente geld van de Vlaamse overheid ter beschikking stellen voor het tuinproject in Zellik. Van de VLM kreeg men bij de start een lapje grond van 2 are, net groot genoeg als oefenterrein voor beginnende tuinders. ‘

‘Met het oog op de stimulering van de Nederlandse taal kozen we ervoor om met een taalgemengde groep van start te gaan: aan de ene kant Nederlandstalige deelnemers en aan de andere kant kandidaten die maar een beperkte kennis van het Nederlands hebben, maar toch een voldoende basis om de tuincoach te begrijpen’, verduidelijkt Reej. Maar hoe mensen warm maken en rekruteren voor het tuinproject? Je moet weten dat de sterk verstedelijkte randgemeente van Brussel een typische slaapgemeente is. Veel inwoners werken overdag in Brussel en komen hier enkel overnachten. Voor vele nieuwkomers is het een doorgangsgemeente: ze huren hier tijdelijk een woning en verhuizen nadien. Anderen wonen in hoge torengebouwen en hebben er nauwelijks of geen contact met de buren. Bovendien telt Zellik meer dan 100 verschillende nationaliteiten.’

Foto 3


Opbouwwerk

Tegen die achtergrond was het voor de vrijwilligers van Velt en Natuurpunt een haast onmogelijke opdracht om kandidaat-tuinders van zowel autochtone als allochtone afkomst te rekruteren. We kozen daarom voor een opbouwwerkmatige aanpak, aldus Reej. Met subsidies van het Randproject konden we gedurende drie jaar een opbouwwerkster halftime in dienst nemen.

Griet Van Dessel van RISO Vlaams-Brabant neemt de coördinatie op zich van het Randproject voor de integratie en taalbevordering. Dit komt tot uiting in haar centrale rol in de beleidsgroep waarin het gemeentebestuur, de VLM en Velt zijn vertegenwoordigd. De coördinerende taak gebeurt tegelijk via de stuurgroep waarvan de sociale organisaties in de regio deel van uitmaken. Via deze organisaties worden ook kwetsbare mensen geïnformeerd over het tuinproject en er naar toe geleid. 

Griet is op vele bijeenkomsten van de volkstuinders aanwezig. Van de aanwezigen steekt ze wellicht zelf het minst de handen uit de mouwen, maar ze is een vertrouwensfiguur en is voor iedereen in de groep aanspreekbaar, ook over persoonlijke zaken. Tuinders die bij voorbeeld niet wijs raken uit hun facturen over gas, water of elektriciteit kunnen bij haar terecht. Ze stimuleert informele ontmoetingsmomenten van de groep. In de koffiepauzes komen de tongen los, niet alleen over het tuinieren, maar ook over zaken die hen dwars zitten. Zo kreeg Griet het signaal over afvalproblemen in het hoogbouwcomplex het Breughelpark of het ontbreken van een terrein waar honden mogen loslopen. Dergelijke signalen geeft ze door aan de betrokken diensten.

Als opbouwwerkster stimuleert Griet de participatie van alle tuinders, zowel in de planning als de uitvoering van de activiteiten. Ook het tuinreglement is samen met de deelnemers opgemaakt. Bij het begin van een nieuw seizoen overlopen we telkens de gemaakte afspraken en worden deze - indien nodig - aangepast met de groep.

Foto 4

Partners  voor de toekomst

De opbouwwerkster is tevens een brugfiguur naar andere organisaties en ze bouwt ook de samenwerking uit met andere organisaties, zoals de integratiedienst van de gemeente, Volkshogeschool Archeduc en het OCMW. Een andere belangrijke partner is het Centrum voor het Algemeen Welzijnswerk, vooral met de verantwoordelijke van het inloopcentrum van het CAW. Enkele tuinders nemen deel aan activiteiten die door het inloopcentrum worden georganiseerd en een aantal bezoekers  van het inloopcentrum zijn ook tuinders.

‘Die partnerorganisaties zijn belangrijk voor het aantrekken van nieuwe kandidaten voor de volkstuin. Zo hebben het OCMW en het Provinciaal Integratiecentrum (PRIC) al mensen doorverwezen naar de volkstuin. Maar het blijft moeilijk,’ aldus Griet en Reej. ‘De sociale dienst van het OCMW is enthousiast over het bevorderen van de zelfredzaamheid van hun cliënten via de deelname aan de volkstuin, maar in de praktijk loopt de doorstroming heel moeizaam, in het bijzonder als het gaat om kansarmen met meervoudige problemen.

Een andere belangrijke partner is het onderwijs. Verschillende scholen in de omgeving toonden al belangstelling, ze introduceerden het thema in de klas of hebben een eigen moestuintje. Ook monitoren van het jeugdwerk werkten al samen met de volkstuin. Het volkstuinproject in Zellik zet de poort van de volkstuin in ieder geval wijd open voor scholen die er willen komen tuinieren en experimenteren. Via de kinderen is het ook makkelijker om de ouders te bereiken.


Informeel leren en zich integreren

Met Volkshogeschool Archeduc wordt samengewerkt rond het educatieve luik, met name hoe het tuinproject een informele leeromgeving kan vormen om Nederlands bij te leren. Wat de kennis van het Nederlands betreft, zien deelnemers aan de volkstuin een positieve evolutie. Ze drukken zich makkelijker uit in het Nederlands.

Tijdens de cursus en de activiteiten komen vaak dezelfde woorden en uitdrukkingen terug. Griet vertelt de anekdote van de Syriër Saliba die de spreekstijl van Reej overnam. Zoals het gebruik van verkleinwoorden. Net als Reej heeft Saliba het over patatjes planten, paadjes aanleggen en groentjes telen. Inmiddels heeft Saliba in de loop van het project voldoende Nederlands geleerd zodat hij in aanmerking kwam voor een tewerkstelling in een project van sociale economie. Een duidelijker illustratie van geslaagde integratie kun je moeilijker vinden.

Foto 5

Samen sterker

De sterkte van de volkstuin als methode bestaat erin dat mensen deelnemen vanuit eenzelfde interesse, met name tuinieren.  Dit ongeacht hun achtergrond, middelen, kennis  en overtuiging. In Zellik klikt het tussen de tuinders en ze verstaan elkaar. Het verdelen van de geoogste groenten zorgt nooit voor problemen. De enkelingen die alleen naar de volkstuin komen op het moment dat er groenten worden geoogst, worden daar door de groep op aangesproken. De verantwoordelijkheid voor de volkstuin komt sterker bij de groep te liggen. Tuinders betalen een bijdrage en beheren de groepskas van het project.

De cohesie van de groep heeft positieve effecten op de leden, ook  buiten de tuin. Wie met een dringende vraag zit kan bij iemand van de groep terecht. Niet enkel de taalkennis maar ook de sociale vaardigheden zijn verhoogd. De tuinders benadrukken dat ze via het samen tuinen ook sterker zijn geworden: 'Onze groep is onze sterkte!'


Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.