In 2009 begon de stad Antwerpen met de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor het gebied Antwerpen Noord. Een RUP heeft een grote impact op het leven van mensen in een wijk. Het plan legt vast waar er gebouwd mag worden, waar er winkels kunnen opstarten, waar er speelpleintjes kunnen bijkomen... Daarom besloot Buurtschatten, een project van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad, hier mee over na te denken. Patrick Vinck, opbouwwerker bij Buurtschatten, vertelt.

Vinck licht eerst toe wat Samenlevingsopbouw Antwerpen stad precies wil bereiken met Buurtschatten. Vervolgens legt hij kort uit wat een RUP is en waarom het belangrijk is voor de wijk, die ook wel als den 2060 bekend staat. De impact van dit plan op het dagelijkse leven van de bewoners blijkt erg groot. Iedereen zou er dan ook zijn zeg in moeten hebben, ook mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie. Buurtschatten slaagde erin om een heel divers publiek te horen over deze materie. Maar wat waren nu precies hun opmerkingen? Vinck ligt ze toe en geeft aan dat Buurtschatten deze aanbevelingen niet enkel aan de bevoegde politici heeft overgemaakt, maar er ook zelf mee aan de slag gegaan is. Het artikel sluit af met de vraag of deze succesvolle manier van werken niet beter in de standaardprocedure van ingrijpende planningsprocessen moet zitten.

Buurtschatten - Foto 1


Buurtschatten

Ondertussen bestaat Buurtschatten al acht jaar. Het project is actief in twee Antwerpse wijken: Antwerpen Noord en het Kiel. 'Ook in deze buurten, die in de stad als kansenwijken bekend staan, merken we dat bewoners ideeën, plannen en dromen hebben om hun omgeving te verbeteren', vertelt Vinck ons. 'Dat wil zeggen dat het initiatief om deze buurten er weer bovenop te krijgen, niet enkel van buitenaf moet komen.'

'De mensen die wij tegen komen, hebben de competenties om hun ideeën te realiseren,' weet Vinck. Met Buurtschatten proberen wij hen te activeren om samen tot de actie over te gaan. Onze taak bestaat erin om mensen met verschillende vaardigheden aan elkaar voor te stellen, hen in contact te brengen met andere relevante organisaties en met het beleid. Op die manier hopen we dat ze een netwerk vormen dat hen sterker maakt om hun ideeën te verwezenlijken. In heel die benadering is het voor ons belangrijk dat de politiek naar ons luistert. Beleid moet namelijk niet enkel de eigen ideeën doordrukken, maar vooral ook bewonersinitiatieven faciliteren. Niet voor niets luidt de baseline van Buurtschatten "Bewoners maken de wijk". De buurtschattenprojecten willen we het samenleven in diversiteit bevorderen. Het gaat ons dus niet alleen over de individuele situatie van mensen.'


Een RUP voor Antwerpen Noord

Het RUP is een soort reglement voor de manier van bouwen in een wijk. Het duidt bijvoorbeeld aan hoe groot gebouwen mogen zijn en hoe hoog. Maar tegelijkertijd zegt het ook waar woningen, bedrijven, recreatiegebieden ... mogen komen, en vooral ook waar niet. Een RUP is met andere woorden een plan dat de toekomst van de wijk bepaalt. Alle toekomstige ontwikkelingen, binnen welke termijn ook, zullen aan dit plan getoetst worden. Het mag dan ook niet verbazen dat de opmaak van zo'n plan veel voeten in de aarde heeft. 'Het RUP Antwerpen Noord heeft een lange geschiedenis', weet Vinck. 'Heel het opzet dateert al vanuit de tijd dat er nog sprake was van Bijzondere Plannen van Aanleg (BPA). Er waren altijd wel redenen om het planningsproces terug naar af te voeren, maar in 2009 werd een nieuwe start gemaakt om tot een RUP te komen. De projectleider, Katrijn Apostel, gelooft er sterk in dat je zo'n plan enkel kunt opmaken mits de nodige betrokkenheid van de bewoners in de desbetreffende wijk. Bovendien voelt ze goed aan dat niet enkel the usual suspects aan tafel moesten zitten, maar ook mensen in maatschappelijk kwetsbare groepen.'


Ingewikkelde materie

De opmaak van een RUP is een moeilijke en technische aangelegenheid. Zelfs voor hoger opgeleiden is het taaie materie. Op welke manier werden mensen hier dan bij betrokken? Vinck legt uit dat het stedelijk wijkoverleg er via de traditionele participatiekanalen in slaagde om de sterkere bewoners van de wijk aan tafel te krijgen. Ondertussen bekeek Samenlevingsopbouw hoe ook mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie hun zegje over het RUP zouden kunnen doen. 'Ik ben toen in de Participatiekoffer gedoken. Daarin vind je een heel aantal werkwijzen om moeilijk bereikbare groepen in een participatieproces te betrekken. De 'planning for real'- methode leek mij het meest geschikt. Dit is een visuele, praktische manier om buurtproblemen aan te pakken en de band tussen bewoners en besturen te herstellen. De toegepaste techniek beoogt zo weinig mogelijk verbale vaardigheden. Ze garandeert een gelijkwaardige inbreng van alle betrokken partijen.'


Buurtschatten - Foto 2


Iedereen rond de wijk

Om de zaak te visualiseren bouwden bewoners, samen met een aantal kunstenaars, een maquette van de wijk. 'We zijn begonnen met een stratenplan van de wijk. Dat hebben we driedimensionaal gemaakt door er piepschuim en bouwblokken op te plakken. Bovendien hebben we aan dat stratenplan zo veel mogelijk herkenningspunten, zoals bepaalde pleintjes of het Stuivenbergziekenhuis, toegevoegd. De maquette was niet al te gedetailleerd, maar toch voldoende levensecht. Heel die bouw heeft toch wel wat tijd gekost. Op zich is Antwerpen Noord niet zo'n heel grote wijk, maar als je al die kleine straatjes wil afbeelden, ben je toch wel even bezig. Uiteindelijk was de maquette zo'n een zestal tafels groot. Dat maakte het mogelijk dat meerdere mensen letterlijk rond hun wijk konden gaan zitten. Iedereen kon zijn input en ideeën op het bouwsel aanbrengen.'

De bouw van de maquette gebeurde op een publieke plaats: de cafetaria van wijkcentrum 'De Wijk' in het hartje van Antwerpen Noord. 'Het feit dat er een groep van een tiental mensen steeds zat te knutselen, wekte bij de andere aanwezigen de nodige nieuwsgierigheid op', herinnert Vinck zich. 'Mensen kwamen vragen waar ze mee bezig waren en dat was op zijn beurt een nieuwe kans om nieuwelingen later bij de discussie te betrekken.' Als wij vragen of die discussie op eenzelfde laagdrempelige manier verliep, legt Vinck ons uit dat het gesprek in drie delen verliep. 'In een korte inleiding gaven we wat meer uitleg over het RUP. We presenteerden de maquette en alle deelnemers stelden zich kort voor. Daarna werden de thema's uit het RUP, zoals wonen, voorzieningen in de wijk, mobiliteit ... besproken. We hadden allerlei kaartjes gemaakt die de thema's meer concreet maakten. Als het over voorzieningen in de wijk ging, stond daar op "bakkers", "beenhouwers", "supermarkten" ... In een eerste ronde konden de deelnemers kiezen over welke thema's ze iets wilden zeggen. Over dat thema mochten ze dan het desbetreffende kaartje nemen. In de tweede fase konden ze dat kaartje dan op de maquette prikken. Op die manier lieten ze zien waar in de wijk ze iets gerealiseerd wilden zien of waar juist niet.'

Doordat Buurtschatten ervoor koos om op een toegankelijke manier over dit moeilijke onderwerp te praten, slaagden ze erin om de mening van een heel gemengd publiek te verzamelen. Niet zonder trots vertelt Vinck ons hoe divers zijn groep deelnemers was, zowel naar socio-economische positie, leeftijd als etnische afkomst. 'In totaal namen er maar liefst 123 personen aan de groepsgesprekken deel. Daarnaast hebben we nog tal van mensen individueel bevraagd. We zijn trouwens ook met onze maquette de boer op gegaan. Dat zorgde ervoor dat niet alleen de bezoekers van het wijkcentrum hun zeg konden doen. Ook de deelnemers aan het project Taal-oor, de vrouwengroep van Taal-oor, de leerlingen van het 6e jaar van de Marco Poloschool, de Marokkaanse jongeren van Samen op straat, de ouders en begeleiders van de Speelvijver, de mensen van Open Huis Protestants Sociaal Centrum, de klantengroep van het OCMW ... en vele anderen lieten hun licht schijnen op het RUP.'


Goed, minder goed en voorstellen tot oplossing

Maar wat kwam er eigenlijk uit die gesprekken? Vinck benadrukt dat de deelnemers zich over alle thema's in het RUP uitgesproken hebben. Ze geven de sterktes van de wijk aan, maar leggen ook de vinger op de wonde van de zwaktes en suggereren manieren om deze mindere punten te verbeteren. In ons gesprek licht hij er een vijftal onderwerpen uit. 'Als het over de handel en horeca in de wijk gaat, zijn de bewoners erg positief over de Marokkaanse winkels in de Handelsstraat die vlees, vis, groenten fruit van hoge kwaliteit leveren voor een lage prijs. Daartegenover staat dat er te weinig variatie in het aanbod is. Daarom stellen ze voor om meer in te zetten op een ander soort winkels en horeca, zoals een broodjeszaal, snoepwinkels ... Het stadsbestuur zou de grotere merkketens moeten stimuleren om in Antwerpen Noord een vestiging te openen. Bovendien zouden banken aangespoord moeten worden om meer geldautomaten in de wijk te plaatsen. Als het over de publieke ruimte gaat, zijn de deelnemers vol lof over Park Spoor Noord. Minder enthousiasme is er over het De Coninckplein, dat ze als onveilig ervaren. De aanwezigheid van nogal wat druggebruikers is daar niet vreemd aan. Het politieoptreden verjaagt hen enkel naar de andere pleintjes in de wijk. Daarom pleiten de bewoners ervoor om de junks een gebruikersruimte te geven of dagopvang voor hen te voorzien. Op het vlak van mobiliteit klagen ze over de zeer drukke straten en de soms chaotische verkeerssituaties, die vaak het gevolg zijn van een wegprofiel dat niet aan het verkeer is aangepast. Als oplossing wordt er onder andere voor gepleit om heel de 2060-wijk tot een zone 30 te maken en de pleintjes te ontlasten van verkeer.'

Al deze voorstellen werden gebundeld en op een feestelijke namiddag aan de bevoegde politici voorgesteld. 'De kabinetschef van Ludo van Campenhout, schepen voor Ruimtelijke Ordening, was er', herinnert Vinck zich, 'net als Leen Verbist, toen schepen voor Wonen en Samenlevingsopbouw, en ook Chris Anseeuw, de districtsvoorzitster. De zaal zat mooi vol en het waren de bewoners zelf die de resultaten van hun werk voorstelden. De politici waren nogal verbaasd over onze manier van werken en lieten duidelijk merken dat ze het apprecieerden dat wij een publiek hadden bereikt waar zij vaak niet bij geraken. Er volgde een discussie en de stad Antwerpen hebben onze voorstellen toen meegenomen om in de verdere opbouw van het RUP te verwerken. Ik denk dat we hen overtuigd hebben van het feit dat de bewoners van de wijk zelf veel kennis over Antwerpen Noord hebben, die heel compatibel is met de deskundigheid van externe experten.'


Invloed op het beleid

Als we vragen of de stad het werk van Buurtschatten ook effectief opgenomen heeft, antwoordt Vinck genuanceerd. 'In de richtnota die op onze voorstellingsavond volgde, vond ik voldoende van de door ons voorgestelde elementen terugkomen. Misschien niet in de concrete voorschriften, maar wel in de visietekst die bij het RUP hoort. Zo heeft het beleid heel goed begrepen dat Antwerpen Noord voor veel mensen een aankomstwijk is, waar ze, naarmate ze zich opgewerkt hebben, uit vertrekken, maar die in de rest van hun ontwikkeling toch een rol blijft spelen. Ze blijven bijvoorbeeld gebruik maken van de voorzieningen in de wijk of ze blijven naar Taal-oor of PSC komen. Dat is belangrijk voor de ruimtelijke planning.'

Vinck geeft ook aan dat Buurtschatten ook tijdens het verdere verloop van de opmaak van het RUP waakzaam bleef. 'Het was niet altijd even gemakkelijk om alle buurtbewoners gedurende het hele proces bij de zaak te houden, maar met een kleinere groep specialisten hebben we ons ook over het ontwerp RUP 2060 gebogen. Het resultaat is dat we bezwaren hebben ingediend over twee thema's: het groen in de wijk en de grootte van de gemeenschapsfuncties die in het RUP zijn opgenomen. Daar werd bij de opmaak van het definitieve RUP rekening mee gehouden.'


Zelf de handen uit de mouwen

Maar naast de directe invloed op het beleid wil Buurtschatten mensen vooral op een andere manier naar het beleid laten kijken. 'We willen af van het idee dat de burger louter een passieve consument van de overheid is', vertelt Vinck. 'Mensen moeten zelf de handen uit de mouwen kunnen steken. Op die manier verander je je relatie met het beleid. Je bent niet enkel de klagende bewoner, maar een evenwaardige partner. Daarom heeft Buurtschatten een zestal werkgroepen met buurtbewoners opgericht. Deze werken aan problemen die tijdens de bespreking van het RUP aan het licht kwamen. Thema's zijn onder andere het herstel en de verfraaiing van het openbaar domein, een project dat wij achteraf "Wakkere Burger" hebben gedoopt. Een ander onderwerp dat met heel de situatie in Brussel erg actueel is, is de werkgroep die ervoor wil ijveren dat vrouwen zich meer op hun gemak voelen als de door de Handelsstraat wandelen. Het feit dat hier voornamelijk mannen rondlopen bezorgt veel meisjes en vrouwen nu een ongemakkelijk gevoel.'


Zulke initiatieven van onderuit klinken altijd erg sympathiek, maar hoe pak je ze aan? Vinck legt het ons uit aan de hand van het voorbeeld van de drugproblematiek. Zo goed als elke deelnemer aan de gesprekken gaf aan dat dit een knelpunt is in de wijk. Buurtschatten kon dan ook niet anders dan hiermee aan de slag te gaan. 'We zijn begonnen met een vormingstraject waarbij een tiental mensen verschillende instanties, van mantelzorg tot zeer gespecialiseerde organisaties, zijn gaan bezoeken. Bij alles wat we doen, gaat Buurtschatten op zoek naar partners. Dat kunnen andere deskundige organisaties zijn, maar ook het beleid. In dit geval verloopt de samenwerking met de Free Clinic en het Stedelijk Overleg Drugs Antwerpen (SODA). We hebben een heel aantal mensen uitgenodigd en de interesse voor deze werkgroep bleek zeer groot. Waarschijnlijk gaan we binnenkort in duo een inleefstage organiseren in het plaatselijke nachtopvangcentrum De Biekorf. De bedoeling is dat we nadien gaan nadenken over wat buurtbewoners zelf kunnen doen. Kunnen ze vrijwilligerswerk doen in De Biekorf? Kunnen ze beleidsvoorstellen van de hulpverleningssector ondersteunen? En hoe pak je dat dan aan?

Die invloed op het beleid is voor Vinck belangrijk. 'Het feit dat we met deze werkgroepen zelf de handen uit de mouwen steken, wil niet zeggen dat we de band met de politiek doorknippen. Dat zou een vergissing zijn, al was het maar om het karakter van het RUP. Dit plan is immers louter het kader waarbinnen het beleid de wijk vorm moet geven. Maar daar staan geen budgetten of strategische acties tegenover. Dat is ook niet de bedoeling. Het is het stadsbeleid dat de komende jaren voor de concrete invulling van het RUP moet zorgen. Het blijft dus belangrijk dat we met onze werkgroepen druk blijven uitoefenen en voorstellen naar voor schuiven. Enkel op die manier kunnen de bewoners wegen op de manier waarop de stad onze wijk zal laten ontwikkelen.'


In de procedure?

De manier waarop Buurtschatten mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie weet te betrekken op een dusdanig complex en technisch onderwerp, doet de vraag rijzen of hun aanpak niet standaard in de procedures van zulke beleidsprocessen moet geïncorporeerd worden. Vinck zegt daar niet onmiddellijk ja op. 'In de praktijk denk ik dat dat moeilijk is. Standaardprocedure of niet, ik ben ervan overtuigd dat de vraag of er al dan niet naar je geluisterd wordt, sterk afhangt met de projectleider van het proces. Als je iemand hebt die daar voor open staat, zal die ervoor zorgen dat het beleid zijn oor bij je te luister legt. Maar je moet het zelf ook afdwingen. Als je inzet toont en met goede voorstellen komt, verwerf je automatisch je plek en wordt er naar je geluisterd. Als je op die manier resultaten naar voor kunt schuiven, geraken ook andere diensten geïnteresseerd.'

'Dit project was een succes met als gevolg dat de mensen van het Stedelijk Wijkoverleg die met andere initiatieven bezig zijn geïnteresseerd geraakten. Zo ben ik al enkele keren gecontacteerd om onze werkwijze te uit te leggen. Ik druk er steeds op dat de meerwaarde van onze aanpak erin bestaat dat wij de koppeling tussen de stad en haar bewoners maken, dat wij ons steeds een dubbele vraag stellen: wat kan het beleid doen en wat kunnen we zelf doen. De reacties zijn telkens erg positief. Ik ga er dan ook vanuit dat de mensen op één of andere manier aan de slag gaan met wat ze gehoord hebben. Op die manier start alles van onderuit en dat is volgens mij veel krachtiger dan het van bovenaf met een procedure opleggen.'


Terug naar het artikeloverzicht