Op 1 april 2015 ging een opbouwwerker van Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen aan de slag in de Tieltse wijk Dierendonk-Zwartegevel. Dat was nodig. De West-Vlaamse Kansarmoedeatlas gaf duidelijk aan dat de buurt een impuls nodig had.

Dierendonk-Zwartegevel is een heel diverse wijk: 17 procent van de inwoners heeft niet de Belgische nationaliteit, terwijl dat in heel Tielt slechts 4,4 procent is. Het is ook een jonge buurt: van de 475 inwoners
zijn er 160 jonger dan 19 jaar. In het lager onderwijs loopt 27 procent één jaar schoolse achterstand op, in het middelbaar onderwijs hebben 20% van de jongeren minstens twee jaar schoolse vertraging.

Het buurthuis dat voorheen vaak leegstond, vormde het epicentrum. Samenlevingsopbouw koos ervoor om het niet allemaal zelf te doen.De focus lag op samenwerking. Daarom spreken ze liever van een
buurtgerichte samenwerking dan van een buurtwerking. Nu, drie jaar later, geeft Samenlevingsopbouw de buurtgerichte samenwerking in handen van het OCMW. Op drie jaar tijd veranderde er veel.

Zes mensen, die dicht bij het project betrokken waren, doen hun verhaal.

 

Pieterjan


Pieterjan – Opbouwwerker (Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen)

Toen we hier kwamen, was er buiten de minimale vakantiewerking geen aanbod voor de gastjes in de wijk. Niets. Dan denk je wel: ‘oei’. Maar eigenlijk is het typisch, we zien het in heel Vlaanderen: kwetsbare jongeren uit dit soort buurten geraken moeilijk in het reguliere jeugdwerk.

Om dat aan te pakken, heb je mensen en organisaties nodig die loskomen van bestaande structuren. Onze maatschappij evolueert en we moeten daarmee omgaan. De jeugdbeweging is op zondagnamiddag, maar je mama moet dan werken en jij moet op je zusje van 6 passen. Zij is te jong voor de jeugdbeweging en daardoor kan jij niet gaan. Maar waarom is dat zo? En kunnen we daar geen mouw aan passen? We zoeken steeds naar dat soort nieuwe oplossingen. Ik merk een grote bereidheid bij allerlei mensen en organisaties om daarover na te denken. Eens je het probleem goed uitlegt, is iedereen bereid naar nieuwe oplossingen te zoeken.

Wij hebben ervoor gekozen om de bestaande lacunes niet zelf op te vullen. Wel hebben we andere organisaties die in Tielt een aanbod hebben, verleid om ook Dierendonk-Zwartegevel in het vizier te nemen. Dat betekent een win-win. De kinderen van de buurt konden bij de jeugdweging gaan, en wij leerden een fijne buurt kennen waar we voor onze andere kinderen activiteiten kunnen organiseren. Het is ontzettend tof om vast te stellen dat als je met jeugdbewegingen in gesprek gaat, zij enthousiast zijn om mee te werken.

 

Tony


Tony – De wijkagent

In Tielt zeggen ze dat Dierendonk-Zwartegevel over d’yzers ligt, over de sporen. Dat is een fysieke grens, maar ook één die tussen de oren zit. De wijk ligt niet ver van het centrum, maar in de hoofden van mensen wel. “Wat over d’yzers gebeurt, dat deugt niet”, denken ze.

Eerlijk gezegd, voor het project startte, gebeurde hier ook het één en ander. Daarom was ik sceptisch toen Samenlevingsopbouw er aan begon. Voor kinderen en jongeren was er niets te doen. Die gasten verveelden zich. Dat leidde tot nogal wat klein vandalisme. Maar ook tot meer. Ze hingen rond met de oudere jeugd en dat was meestal geen goede invloed. Nu, drie jaar later, is dat enorm verbeterd. Ik heb hier beduidend minder werk. Ik ga volgend jaar op pensioen en heb dus toch wel wat ervaring. Ik moet zeggen dat ik nog nooit zo’n positieve evolutie in een wijk gezien heb, en dat op relatief korte termijn.

Want de vooruitgang is niet alleen bij de kinderen en jongeren te zien. Ook tussen de volwassenen is de sfeer hier enorm verbeterd. Voor het project ontving ik wekelijks wel iemand uit de wijk om te klagen over een burenruzie. Dat is ook zo goed als verdwenen. Ik denk niet dat daar één speciaal recept voor bestond. Het was een optelsom van ontelbaar veel kleine tussenkomsten. Dat hebben we samen gedaan. Opbouwwerk en politie: als we elkaar nodig hadden, wisten we elkaar te vinden, ieder vanuit zijn rol.

Het resultaat is dat bewoners nu helemaal anders naar mij kijken. Vroeger werd er tegen mij op gekeken. Ik voelde het wantrouwen. Mijn uniform zorgt daar voor, dat weet ik, maar toch. Nu zien ze mij eerder als een partner. Aan wat ik dat voel? Laat het me met een anekdote uitleggen. Vorige zomer was er een feest aan het buurthuis. Ik hield een oogje in het zeil toen er opeens een groep kinderen op mij afkwam. Ze kwamen mij een traktatie brengen die hun ouders aan het ijskarretje voor me gekocht hadden. Voor mij zei dat alles.


Tine


Tine – VOC Opstap

Met VOC Opstap willen we ervoor zorgen dat personen met een beperking of mensen in armoede op een fijne manier hun vrije tijd kunnen invullen. Dat is niet altijd makkelijk, maar daar komen de mooiste resultaten uit.

Ik herinner me die keer dat we besloten om de speelpleinwerking van Zoef - dat is de speelpleinwerking voor de kinderen in de buurt - samen te organiseren met die van Babbelou, dat in Tielt actief is voor kinderen met een beperking. Daar waren vooraf heel veel vragen over. Zou dat wel lukken? Wij waren daar enthousiast en een beetje naïef aan begonnen. Viel dat tegen. Na dag één bleek dat het voor de kinderen van de wijk allemaal wat soft was en dat ze zich daardoor nogal tegendraads hadden gedragen. De volgende dag was niet veel beter. Bij de bespreking ’s avonds stond het gezicht van de animatoren op onweer. Maar ze zijn naar oplossingen beginnen zoeken. Kleine experimenten. Wat werkt en wat niet? En na enkele dagen marcheerde dat. De kinderen van de wijk zijn het gewoon om voor hun broertjes en zusjes te zorgen. Die zorgzaamheid pasten ze nu toe op de kinderen met een beperking. Eenvoudige spelletjes, hen achter op de fiets mee pakken ... Tegelijk vonden de broers en zussen van de kinderen met een beperking, die naar Babilou meekomen, het vroeger wat te soft. Zij hadden nu eindelijk eens goed door kunnen ravotten met de kinderen van de wijk.

Het valt me steeds op hoe nieuwsgierig de kinderen zijn. Ze snakken naar iets om te doen. Hun enthousiasme is overweldigend. Daarom werken we aan een permanent aanbod. We willen hen gans het jaar uitdagen. Dat is niet eenvoudig, want de financiële middelen zijn slechts tijdelijk. Maar we doen voort. We willen dat de positieve energie die deze samenwerking in gang zet op termijn kan blijven bestaan.


Deborah


Deborah – Buurtwerker (OCMW)

Ik werk hier sinds begin maart en krijg stilaan zicht op hoe de wijk werkt. Wat er belangrijk is.

De huiswerkklas bijvoorbeeld. Drie keer per week begeleidt een equipe van vier à vijf mensen, allemaal leerkrachten of oud-leerkrachten, de kinderen en jongeren bij hun studies. Dat geeft die gasten meer perspectief om het op school goed te doen. Vroeger smeten ze hun boekentas in een hoek eens de bel gegaan was. Nu staan ze te wachten om aan de huiswerkklas te mogen deelnemen. Dat is fijn. Maar we bereiken er ook de ouders mee. Ons onderwijssysteem is complex. De drempels zijn hoog. Wij maken hen er wegwijs in. Dat zorgt voor vertrouwen. Vertrouwen dat er mee voor zorgt dat we ook over andere zaken aan de praat geraken.

Een voorbeeld: in april wilden we met de kinderen van de wijk naar de Buitenspeeldag in het centrum van Tielt fietsen Wie geen fiets had, kon er één lenen. Iedereen was enthousiast, maar ze moesten toestemming hebben van hun ouders. Even langs huis dus. Maar na een uurtje bleek dat niemand terug kwam. Ze mochten niet. Bij de vrijwilliger zorgde dat voor frustratie. Het gevoel leefde dat de ouders niet meewillen, niet het beste willen voor hun kinderen. Door het gesprek aan te gaan, leerde ik dat het net omgekeerd is. Voor veel mama’s is een activiteit buiten de wijk heel bedreigend. Zij willen niet dat hun kinderen iets overkomt en houden hen uit bescherming thuis.

Ik denk dat blijven praten onze belangrijkste opdracht is. Daarom doe ik veel huisbezoeken. Ik wil bij alle ouders in de buurt langsgaan. Hen vragen wat zij in de buurt missen, of uitleggen wat er allemaal al kan. Ik heb gemerkt dat als mensen in hun eigen vertrouwde omgeving met je babbelen, ze veel opener zijn. Een gesprek in een veilige omgeving lost veel misverstanden op.

Zo zetten we dag na dag kleine stappen. Nu het OCMW het project van Samenlevingsopbouw heeft overgenomen, gaan we er alles aan doen om de positieve flow vast te houden en zo mogelijk nog uit te breiden. We moeten het ijzer smeden nu het heet is.

 

Pascale

Pascale – OCMW-voorzitter

Een van de momenten waar ik het meest van genoten heb, is de presentatie gemaakt door de jeugd van de wijk. Aan de hand van filmpjes en tekeningen hebben ze ons hun bekommernissen getoond. Misschien nog indrukwekkender was het feit dat ze meteen constructief mee nadachten over oplossingen. Ze deden dit respectvol en op een serieuze manier. Ze hebben dus geleerd hun mening beleefd te uiten en de dialoog aan te gaan. Het project heeft hen geleerd wat burgerzin en engagement is. Niet slecht, denk ik dan, in deze tijden van digitaal geroep, verkeerd gebruikte hoofdletters en veel te veel uitroeptekens.

Op een hoger niveau, is het belangrijkste resultaat ongetwijfeld het netwerk met veel partners dat ontstaan is. Samenlevingsopbouw is een organisatie die zichzelf overbodig wil maken. Overbodig is de samenwerking nog niet geworden, vandaar ook de blijvende deeltijdse inzet van Miranda als ervaringsdeskundige van Samenlevingsopbouw,.

De uitdaging voor de toekomst is zorgen dat de geleverde inspanningen niet verloren gaan. We moeten maken dat er een permanente en structurele wijkwerking aanwezig blijft. Vanuit het OCMW nemen we die handschoen op. Verder zal het zaak zijn heel specifiek te werken aan de bestrijding van kinderarmoede. Kinderen en jongeren moeten hier echte kansen krijgen.


Stemmen uit de buurt

De eerste keer dat ik naar het buurthuis ging, was ik wel wat zenuwachtig. Ik had via via gehoord hoe leuk het er was, maar eigenlijk kende ik er niemand. Die stress bleek nergens voor nodig, de groep heeft me direct opgenomen. Ondertussen heb ik hier veel nieuwe vrienden gemaakt. Mensen die me met raad en daad bijstaan, ook als het wat moeilijker gaat.

Ik hou vooral van het kookproject. Ik leer er goedkoop en gezond koken. Wat er zo heerlijk aan is, is dat je met de ganse groep kookt. Dat schept een band. Ik kijk er elke maand naar uit. Wat zullen we klaarmaken? We gebruiken ook exotische recepten. Soms zijn dat gerechten waarvan ik vóór het kookproject nog nooit gehoord had.

We lachen hier wat af. Dat is fijn, want daardoor vergeet ik mijn zorgen even. Tijdens een samenkomst van de Welzijnsschakel speelden we een spel. Iedereen moest een aantal vragen beantwoorden. De bedoeling was om elkaar wat beter te leren kennen, ook de mensen met een andere afkomst. Iemand kreeg de vraag: ‘Wat is jouw motto?’. Hij antwoordde: ‘een Suzuki’. Iedereen lag dubbel. We legden hem uit waarom we lachten. Gelukkig vond hij het zelf ook grappig. Zo komen we elke week wel wat tegen. Ik zou het hier niet meer kunnen missen.


Werkten ook mee aan dit project: vzw ‘t Hope, Welzijnsschakels, Tieltse Bouwmaatschappij, KSA Tielt, Chiro Tielt, Kleine Torenvalk- Natuurbelevers, Stedelijke Academie voor Muziek en Woord, Kunstacademie, de Taalsprong, Bibliotheek, Vormingplus, Jeugddienst, Milieudienst, Open School, vrijwilligers van de huiswerkklas en Luna di Tanneke (oudergroep), Noord-Zuidraad, JET Symphonic Band... Dit project werd mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van OCMW Tielt – provincie West-Vlaanderen – SamenlevingsopbouwWest-Vlaanderen.


Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.