Casablanca is een superdiverse wijk in Leuven. Samenlevingsopbouw Riso Vlaams-Brabant wil er de onderwijskansen van leerlingen verbeteren. Door met heel de buurt in te zetten op taal verhoogt de opbouwwerker er de slaagkansen en het welbevinden van leerlingen.

Als je door Casablanca wandelt, raak je snel gedesoriënteerd. Het is een erg geconcentreerde sociale wijk. De straten trekken allemaal op elkaar met hun typische woningen die inwisselbaar lijken. Allemaal zijn ze van hetzelfde bouwtype en hebben dezelfde kleur van stenen. Tegenover het buurthuis op het Prins-Regentplein staan er nog enkele oudere witte woningen. Het soort dat na de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd, maar nooit bedoeld waren om vandaag nog in gebruik te zijn.

Kaatsmuur Casablanca


Indicatoren in het rood

“Casablanca is geen typische aankomstwijk, maar een buurt waar mensen naar verhuizen wanneer ze een jaar of twee in ons land zijn”, vertelt Erik Béatse, stafmedewerker bij Samenlevingsopbouw Riso Vlaams Brabant. “Het zijn vooral gezinnen uit Marokko en Centraal-Afrika die er hun weg naartoe vinden." Die verkleuring heeft veel veranderd in de wijk. Bovendien scoort Casablanca slecht op een heel aantal sociale indicatoren. 42 procent van de geboortes gebeurt in een kansarm gezin; 41,3 procent van de gezinnen heeft als thuistaal een andere taal dan het Nederlands; 47,8 procent van de moeders heeft geen diploma secundair onderwijs.

Daarnaast eist de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg haar tol.” Béatse legt uit dat de voorrangsregels in de sociale huisvesting maken dat er nogal wat mensen met een psychische problematiek in de wijk wonen. “Als je met weinig moet overleven ben je trouwens al snel psychisch kwetsbaar.”

Een ander kenmerk van Casablanca is het lage dienstverleningsaanbod. “Er is een krantenwinkel, een snackbar en een frituur, maar dat is het ongeveer”, weet Martina Bagaric, die als opbouwwerker in de wijk aan de slag is. “Vroeger lag het kantoor van de sociale huisvestingsmaatschappij Dijledal in de wijk, maar zij zijn verhuisd, net als kinderdagverblijf Wigwam. Kind en Gezin had er een voorlopige locatie, maar ook zij zijn vertrokken. Er is dus heel weinig en dat heeft een impact op de bewoners. Tenzij je een auto hebt, vind je er bijvoorbeeld geen betaalbare sportmogelijkheden voor je kinderen.” 


Instructietaal

Met het team van buurt- en opbouwwerkers zet Samenlevingsopbouw Riso Vlaams-Brabant enerzijds in op community building en het meer publiek maken van de beschikbare ruimte. Anderzijds investeert het in een aantal specifieke thema’s, zoals onderwijs. “In onze buurtwerking vangen we signalen op dat een grote groep kinderen het moeilijk heeft om bij te blijven op school”, geeft Béatse aan. “In onze contacten met ouders horen we dat zij maar moeilijk kunnen voldoen aan de verwachtingen van de school. Ze kunnen hun kinderen niet de nodige ondersteuning geven. Het is één van de redenen waarom we al vele jaren eigen huiswerkklassen hebben opgestart. Maar we willen verder gaan. Riso werkte jarenlang met één school uit de wijk aan ouderbetrokkenheid en communicatie.  Vandaag willen we breder kijken wat we samen kunnen doen opdat kinderen in deze wijk de eindtermen halen, los van de rugzak die ze meedragen.”

Om dat te realiseren zetten de opbouwwerkers in op instructietaal, de taal die op school gebruikt wordt, “Via een bevraging van ouders, huiswerkbegeleiders en zorgcoördinatoren zijn we erop uitgekomen dat die schooltaal een belangrijk knelpunt is”, legt Bagaric uit. “Leerlingen beheren de leerstof vaak wel, maar bij een toets interpreteren ze de vragen verkeerd en geven daarom een fout antwoord. Een instructietaal stelt immers hoge eisen, zowel cognitief als wat het abstractieniveau betreft. Dat is voor alle kinderen een uitdaging en leerproces. Als de thuistaal verschilt van de instructietaal is die uitdaging nog heel wat groter. In kansarme gezinnen, waar de moeder vaak geen diploma secundair onderwijs heeft, worden kinderen ook thuis weinig geprikkeld om op een meer abstract niveau te communiceren.”

Béatse benadrukt hoe belangrijk instructietaal is voor een succesvolle schoolcarrière, maar ook voor het welbevinden van een kind. “Leerkrachten vinden een juist taalgebruik enorm belangrijk. Ze draaien wel eens met hun ogen als een leerling weer eens een voorzetsel verkeerd gebruikt. Hierdoor voelt dat kind zich natuurlijk niet goed. ‘Waarom zou ik moeite doen? Ik kom toch in het BSO terecht’, hoorde ik 11-jarige jongen onlangs zeggen. Dat is toch verschrikkelijk.” Wij willen die bestaande negatieve dynamiek rond de instructietaal, omkeren en constructief inzetten samen met alle betrokken partijen.

Tegelijk plaatst hij ook een belangrijke nuance. “Bij Samenlevingsopbouw Riso Vlaams Brabant blijven we pleitbezorger van een positief schoolklimaat waarbij er ruimte is voor verschillende talen. Respect voor de thuistaal op school zorgt voor een groter welbevinden en voor goede schoolresultaten. Alleen blijft dat een moeilijke boodschap in het huidige onderwijs. Een goede kennis van het Nederlands is heel belangrijk, maar de nadruk erop overschaduwt andere aspecten van gelijke onderwijskansen. Dat zorgt voor een vertekening van de realiteit. Voor scholen is een beperkte kennis van het Nederlands bij leerlingen soms een excuus om niet te hoeven werken aan wat er structureel misgaat, bijvoorbeeld bij ouderbetrokkenheid, communicatie of differentiëring. Door met de hele buurt op taal in te zetten, creëren we vertrouwen bij scholen. Die ingang grijpen we aan om het ook over die andere zaken te hebben. “ 

 IMG 7183


Een andere aanpak

Sinds enige tijd heeft Samenlevingsopbouw Riso Vlaams Brabant de manier waarop het aan het grondrecht onderwijs werkt in de wijk Casablanca, grondig gewijzigd. Vroeger gingen de opbouwwerkers in gesprek met één school. “We zaten heel dicht op die school”, herinnert Béatse zich. “We werkten met een kerngroep met daarin de directeur, een paar gedreven leerkrachten en de ouders. Zo probeerden we nieuwe dingen uit, maar kaartten we ook zaken aan die fout liepen. Ik herinner me dat we klachten kregen over echte gevallen van discriminatie in twee klassen. We hebben dat bespreekbaar gemaakt. Op die manier kon je gelijke onderwijskansen in de school, of zelfs in de klas waarmaken.”

Toch had deze één-op-één aanpak ook nadelen. “Eigenlijk zag ik de mensen waarover het ging enkel op school tijdens de koffie en thee ochtenden, en als ik bij hen op huisbezoek ging”, vertelt Bagaric. “Dat was te weinig om te weten wat er echt leefde.” Daarom sprong Riso op de kar toen de sector Samenlevingsopbouw een praktijkkader uitwerkte om aandachtsgebieden te versterken, en om ook de krachten in die buurten aan te wenden om zo de bewoners vooruit te helpen. “We nemen nu de wijk als uitgangspunt”, legt Béatse uit. “Met iedereen die er woont of passeert, maar ook alle organisaties die er werken, en natuurlijk de vier scholen die er gelegen zijn.” Onze focus is dus verschoven van één school, naar de volledige wijk met alle betrokken partijen…

Concreet zet Riso nu veel meer in op samenwerkingsverbanden. “We proberen met partners die aan de wijk verbonden zijn, zoals de opvoedingswinkel, Het Huis van het Kind ... te werken aan taalbevordering en een positief taalklimaat”, gaat Béatse verder. “Bijvoorbeeld in de kinderwerking komt instructietaal nu op een laagdrempelige manier aan bod. Wanneer een kind een fout maakt, wordt het op positieve manier verbeterd.  In feite is het niet meer, maar ook niet minder dan dat: mensen die met kinderen bezig zijn bewust maken van het belang van de schooltaal. Aan de andere kant zijn we met de vier scholen gaan samenzitten om te kijken of zij herkennen wat er volgens ons in de wijk leeft. In de toekomst plannen we – buurt en scholen samen – een evenement om het belang van de schooltaal op de kaart te zetten.”


Pink Readers

Een mooi voorbeeld van hoe Samenlevingsopbouw Riso Vlaams Brabant via de krachten in de wijk gelijke onderwijskansen wil realiseren, zijn de Pink Readers. “We hadden al een tienermeisjeswerking”, herinnert Bagaric zich. “Alleen was het moeilijk om hen betrokken te houden. Wanneer ze 13, 14 jaar worden, hebben ze vooral aandacht voor hun vriendinnen. Tegelijk trekt het thuisfront aan hen om in het huishouden te helpen. Daarom stelden we ons de vraag: wat als die meisjes nu eens bij hen thuis en bij bevriende gezinnen in de wijk zouden gaan voorlezen? De Leuvense organisatie Artforum gaf al vorming aan kandidaat-voorlezers, alleen bleek dat te zwaar voor onze jongeren. Daarom hebben we samen met Artforum een traject op maat ontwikkeld. Met succes: onze vrijwilligsters gaan nu voorlezen bij kinderen die het Nederlands minder onder de knie hebben. We bereiken gezinnen die we voorheen niet bereikten. Bovendien is het zelfvertrouwen en de betrokkenheid van de meisjes fel gestegen. Ze hebben zelf het logo voor de Pink Readers ontwikkeld om op de draagtassen voor hun boeken te zetten.”


Pink Reader


Zaak van Iedereen

De nieuwe aanpak klinkt wel vrijblijvender dan de één-op-éénrelatie van voorheen. Béatse erkent dat. “Het klopt dat we in eerste instantie overgeschakeld zijn naar een softe aanpak van gelijke onderwijskansen. Maar dat heeft ook voordelen. Scholen staan er meer voor open omdat het voor hen minder bedreigend is. Gelijke onderwijskansen zijn een gedeelde verantwoordelijkheid geworden. Ik weet dat dit een gevaarlijk begrip is. Op het einde dreigt er niemand verantwoordelijk te zijn. Daarom: deze aanpak ontslaat de school niet van hun verantwoordelijkheid om het sluitstuk te zijn. Hoe je dat bewaakt? Door vertrouwen te wekken. Dat is een pleidooi om langdurig in een gebied aanwezig te zijn, bijvoorbeeld met een buurtwerking. In Casablanca zijn we verankerd. We investeren hier met zeven professionals, niet allemaal voltijds, maar toch.”

Ook Bagaric ziet vooral de voordelen van de nieuwe aanpak. “Vroeger betrokken we enkel de gezinnen van kinderen uit één school. Nu betrekken we alle gezinnen van de wijk. De wijk is ons uitgangspunt. Mensen worden aangesproken als buurtbewoner en partner van de wijk. De mensen kennen mij, en de groep organiseert zich vlot via een Whatsapp-groep. De bijeenkomsten vinden plaats in het buurthuis. Dat gaat beter dan vroeger, toen nogal wat moeders daar niet durfden komen omdat er andere mannen zaten, alcohol geserveerd werd en er af en toe stadswachters binnen wandelden. Die drempels hebben we overwonnen waardoor die vrouwen andere buurtbewoners leren kennen. Dat bevordert de sociale cohesie in de wijk. Bovendien maakt deze aanpak het mogelijk om op wijkniveau andere partners te betrekken en een meer coherent aanbod vorm te geven.”

Binnenkort opent het nieuwe gebouw voor de buurtwerking. Dat biedt kansen. Waar willen Béatse en zijn ploeg in vijf jaar staan? “Ik hoop dat er dan een structureel aanbod bestaat waarbij verschillende partners in de wijk met kwetsbare gezinnen aan de schooltaal werken. Tegelijk zouden de vier scholen over de netten en methodes heen een methodiek moeten delen om met die instructietaal om te gaan. Enkel zo kunnen de slaagkansen van kwetsbare leerlingen hier stijgen. Dat zijn hoge ambities, maar het moet lukken. Onze nieuwe aanpak heeft er in de wijk alvast voor gezorgd dat de gedragenheid van het project sterk gestegen is.”

 

Artikel: Geert Schuermans en Riet Steel

Foto's: Riso Vlaams Brabant