Deurne-Noord is een wijk die onder druk staat. Het project ‘Wijk onder stroom’ van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad doet hier iets aan. Vanuit hun uitvalsbasis wijkcentrum Dinamo brengen de mensen van ‘Wijk onder stroom’ de buurt bij elkaar. Fietsen is daarbij het ordewoord.

Opbouwwerksters Joke Verlaet en Lies van Daal zijn zo vriendelijk om meer uitleg bij het project te geven. In buurtcentrum Dinamo stellen ze me voor aan ‘supervrijwilliger’ Jos van Hoofstat. Jos is een rasechte Antwerpenaar, die na 25 jaar trouwe dienst bij de directe belastingen nu drie jaar op pensioen is. Maar stilzitten kan hij niet. Nadat hij samen met enkele anderen in 1995 de Fietsersbond oprichtte, was hij blij dat Samenlevingsopbouw met de fiets aan de slag ging: “Ik wou een breder publiek warm maken voor de fiets. Hier kan dat. Heel de wereld woont in Deurne-Noord. Ik zeg altijd dat het de rijkste wijk van Antwerpen is … als je vanachter begint."

fietsatelier

Deurne-Noord onder druk

Deurne-Noord heeft inderdaad geen goede naam. “Iedereen kent het Sportpaleis, maar slechts weinig mensen zijn vertrouwd met dewijken eromheen: Conforta, Ten Eekhove en Kronenburg,” vertelt Joke. “Armoede en slechte huisvesting leggen behoorlijk veel druk op de buurt. Daarnaast zorgt de komst van nieuwe bewoners uit het aangrenzende Antwerpen-Noord voor wrevel bij de oorspronkelijke, al wat oudere bevolking.”

“Op de koop toe heb je het verkeer dat op Deurne-Noord weegt,” vult Lies aan. “De Antwerpse ring en de drukke Bisschoppenhoflaan zijn hier maar een paar honderd meter vanaf. Bovendien zitten we gekneld tussen het Sportpaleis en het Bosuilstadion. De luchtverontreiniging en de geluidsoverlast die dat met zich meebrengt, zijn nefast voor de gezondheid van mensen. Wetenschappelijk onderzoek is daar pijnlijk duidelijk over.”


Oplossingen van onderuit

Hoewel Deurne-Noord goed is voor meer dan 15.000 inwoners, wist het zich lang vergeten door het beleid. De stad belooft al jaren compensaties voor de verkeersoverlast, maar daar komt weinig van. “Mensen geraken gefrustreerd,” weet Lies. “Daarom wilden we in buurtcentrum Dinamo van onderuit naar oplossingen zoeken. We wilden mensen het gevoel geven dat ze zelf hun ding konden doen.

”In het begin - ondertussen al 14 jaar geleden - zette Samenlevingsopbouw vooral in op sociaalartistieke projecten om mensen samen te brengen. Later volgde onder andere een pottentuin waar mensen uit de buurt mekaar leerden groenten kweken. Maar ook een campagne zoals ‘Deurne Breit’ die ooit meer dan 1.200 sjaals voor de buurt afleverde. “We kiezen voor een heel gamma aan activiteiten waar iedereen aan kan meedoen,” licht Joke toe. “Op die manier ontmoeten deelnemers mensen die heel anders zijn dan zijzelf. We brengen hen ook in contact met verschillende organisaties uit de buurt, die ze nog niet kennen maar misschien wel nuttig kunnen zijn. Op die manier creëren we een positieve vibe, die zaken in beweging zet.”


De fiets op

Door de mobiliteitsproblemen waar Deurne-Noord mee kampt, koos Wijk onder stroom een viertal jaar geleden om op fietsen in te zetten. “We hebben de tijd genomen om de geesten te laten rijpen,” weet Joke. “Daarna was het een kwestie van naar opportuniteiten uit te kijken en daar goed op in te spelen. Zo hebben we bij ‘Armoede in beweging’ een project goedgekeurd gekregen dat inspeelt op de fysieke en mentale gezondheidswinst die  fietsen oplevert. Bovendien zijn we door minister Hilde Crevits gekozen als één van de demoprojecten van Mobikansen. Die moeten mensen in armoede helpen om oplossingen te vinden voor hun mobiliteitsbeperkingen.”

Voor Jos was de keuze voor het thema fietsen de logica zelf. ‘Een wereldstad kan niet anders dan voor de fiets kiezen. Je ziet het overal. In Berlijn stappen mensen massaal op de fiets, in New York en Barcelona net hetzelfde. Het is een trend die onafwendbaar is. Onze Antwerpse politici kunnen denken wat ze willen, de bevolking zal die keuze voor hen maken. De trend is trouwens al ingezet. Zo is het fietsgebruik in de stad de voorbije jaren van 11 naar 18 procent gestegen.”


Het sociale nageltje

In Antwerpen ploppen de fietswinkels inderdaad uit de grond. Op het De Coninckplein vindt er sinds kort zelfs een fietsenmarkt voor retrofietsen plaats, opgeleukt met DJ’s. Lies juicht deze initiatieven toe. Maar ze plaatst wel een kanttekening: “Fietsen is inderdaad hip. Het is goed dat er steeds meer aandacht is voor fietsen en er goede fietsen zijn. Maar voor sommige mensen zijn deze moeilijk betaalbaar. We vinden het belangrijk dat fietsen niet enkel iets is voor de bemiddelde mens, maar dat iedereen kan fietsen. We moeten op dat sociale nageltje blijven kloppen. Dat is niet altijd evident.”

Jos zit te knikken: “Hier in de wijk kiezen mensen niet voor de fiets omdat het in de mode is. Ze fietsen omdat ze zich geen auto kunnen veroorloven. En dan nog … vorige zomer hebben we een grootscheepse enquête gehouden bij meer dan 500 mensen uit Deurne-Noord. We wilden weten waarom ze al dan niet voor de fiets kiezen. Daaruit bleken er twee redenen om de fiets nog aan de kant te laten. Naast stallen en stelen, bleek de grootste hindernis de betaalbaarheid. Voor veel van onze mensen is het bezit van een fiets te duur.”


Het fietsatelier

Jos geeft toe dat maatschappelijk kwetsbare groepen soms ook voor de auto kiezen omdat dat voor hen nog steeds een belangrijk statussymbool is. “Je kunt dat veroordelen, maar je kunt evengoed proberen om bestaande drempels die maken dat mensen niet fietsen, weg te werken. Dat is veel constructiever. Ons fietsatelier is een goed voorbeeld van zo’n oplossing.”

Het atelier is het epicentrum van Wijk onder stroom. “In ons fietsatelier kunnen mensen hun fiets komen herstellen,” legt Lies uit. “Ze krijgen daarbij de hulp van onze vrijwilligers, die hen, indien nodig, uitleggen hoe ze de reparatie moeten uitvoeren. Dat alles voor amper 50 cent. Dat lijkt niet veel, maar elke keer opnieuw zie ik mensen hun rosse centjes tellen om toch maar aan dat bedrag te geraken.”

 


Meer dan een goedkope oplossing

Het atelier is meer dan enkel een plek om goedkoop je fiets te herstellen. Joke geeft het voorbeeld van Sheriffo, een Gambiaan die ongeveer drie jaar in België verblijft. “Hij is één van onze fietsherstellers, die zich als vrijwilliger heeft aangemeld. Op die manier wil hij zijn Nederlands oefenen en nieuwe mensen ontmoeten. Zo ken ik veel voorbeelden. Voor mensen in de buurt is het fietsatelier ondertussen een gekende plek. We zitten op de Ten Eekhovelei, een drukke straat in de buurt, en iedereen die voorbij komt, ziet ons door het grote venster. Vooral op maandag en woensdag veroorzaakt dat veel beweging op straat.”

“Het is echt ongelooflijk hoe die ploeg draait,” beaamt Lies. “Zoveel mensen met zoveel verschillende achtergronden: kortgeschoold en langgeschoold, handige mensen die de taal nog niet spreken en mensen waar het Nederlands wel lukt, maar die twee linkerhanden hebben … iedereen werkt daar samen met heel veel respect voor elkaar. We hebben zelfs iemand met een beperking die vrijwilliger is in de fietsatelier. Zij kan heel goed uitleggen hoe je een herstelling moet uitvoeren.”

Zoiets gaat natuurlijk niet vanzelf. Joke benadrukt dat professionele ondersteuning onontbeerlijk is. “Je moet vrijwilligers laten doen waar ze goed in zijn. Jos is ijzersterk als het om beleidswerk gaat. Je moet mensen complementair inzetten.”

Lies geeft het voorbeeld van H.. “H. heeft het gewoon in zijn vingers om met mensen om te gaan. In het fietsatelier komen veel jongeren. Dat gaat niet altijd gemakkelijk. Gelukkig is H. daar die gasten kan laten voelen wat kan en wat niet. Nog niet zo lang geleden heeft hij zelfs één van die jongens buiten gezet. Dat was even schrikken, maar van hem accepteren ze dat. De jongen om wie het ging, heeft het ondertussen zelfs weer komen goedmaken en mag nu weer binnen. Maar beleidswerk doet hij dan weer echt niet graag.


Niet met het belerende vingertje

Ondertussen is het fietsatelier de motor van Wijk onder stroom. “Mensen komen soms eerst in het atelier en zetten daarna de stap naar het buurthuis,” vertelt Joke. “We bereiken daardoor weer een nieuw publiek. Door alle projecten die we al gedaan hebben, hebben we hier ondertussen een vrijwilligerslijst met 250 namen. Uiteraard komen die hier niet allemaal elke dag over de vloer. Iedereen is welkom voor zo veel en zo weinig als ze willen. Dat kan ook met een gelaagd thema als fietsen. Mensen kunnen kiezen waar ze instappen: sommigen willen veilige mobiliteit op de politieke agenda zetten en dat is geweldig. Anderen sleutelen gewoon graag aan hun koersvelo en dat is even goed.”

Voor Lies is de sleutel van het succes dat zowel professionals als vrijwilligers er steeds over waken dat het belerende vingertje achterwege blijft. “Wat we hier willen doen, is een fijn gevoel creëren waarin iedereen wil delen. Mensen die om eender welke reden niet fietsen, zijn ook welkom. Ze mogen mee genieten van onze activiteiten en denken vaak ook mee na over hoe het fietsbeleid in de buurt beter kan. Zo hebben we een vrijwilligster die vrachtwagenchauffeur was. Zij deed vroeger haast alles met de wagen. Maar sinds kort weet ik dat ze nu soms ook de fiets neemt. Hadden wij haar van in het begin de les gespeld dat ze niet goed bezig was, hadden we haar nooit zo ver gekregen.”

 

Fietsvriendinnen

“Dinamo is een soort laboratorium voor sociale fietsinitiatieven. Zo organiseren we fietstochtjes met een man of zeven,” vertelt Jos. “ Het doel is om aan een laag tempo en over een beperkte afstand een soort ontdekkingsreis door Antwerpen te maken. We fietsen bijvoorbeeld naar het MAS of naar het shoppingcenter in Wijnegem. Dat je daar eenvoudig met de fiets naartoe kan, dat is voor veel mensen een openbaring.”

Lies benadrukt dat Wijk onder stroom deuren voor mensen wil openen. “Ik herinner me dat we ooit samen met de plaatselijke Okra-groep de Schanullekestocht van Deurne hebben gedaan. De geoefende fietsers van Okra waren al aangekomen, terwijl wij nog niet halfweg waren. Dat wekte wederzijds wel wat wrevel op, maar onze mensen die wel meekonden, zijn met Okra blijven fietsen. Ik vond dat een enorm succes. Ons project is Wijk onder stroom, maar dat wil niet zeggen dat we mensen hier willen opsluiten. We willen net voor hen deuren openen.”

“Nu is fietsen in groep niet zo gemakkelijk,” weet Joke uit ondervinding. “Mensen moeten aan gelijk tempo willen en kunnen rijden. Dat kan letterlijk en figuurlijk lelijk tegenslaan. Daarom fietsen we tegenwoordig vaak in duo onder de noemer ‘de fietsvriendinnen’.”

“Zo gaat mijn vrouw elke maandag met Aisha, een Marokkaanse dame, fietsen. En dat werkt! Die twee zijn ondertussen echt vriendinnen geworden. Dat is iets onder vrouwen. Ik snap daar ook niks van,” knipoogt Jos.“

Pas op: veel van onze fietsvriendinnen van Marokkaanse origine hebben heel hun leven gefietst,” benadrukt Lies. “Zij hebben zich kandidaat gesteld als begeleidster om iemand anders onder hun vleugels te nemen. Het is leuk om beleidsmakers daar verbaasd over te zien kijken. Maar het is toch niet omdat iemand een hoofddoek draagt, dat ze niet zou kunnen fietsen."


En het beleid?

Een tijdje geleden lanceerde Wijk onder stroom een uitleendienst voor fietsen. Het is een service waarvan ze hopen dat het beleid er toekomst in ziet. Lies licht toe: “Met de fietsvriendinnen leren we mensen fietsen. Maar nogal wat dames hebben zelf geen fiets. Dat werkt niet, want fietsen is iets dat je moet onderhouden. In tegenstelling tot de binnenstad heeft Deurne geen velostations. Het nieuwe stadsbestuur heeft ons die rode leenfietsjes beloofd, maar ze zijn niet geplaatst. Het is dan ook een zeer dure aangelegenheid. Onze uitleendienst kan misschien een alternatief zijn.”

Deze manier van beleidsbeïnvloeding typeert het project. Of zoals Joke het stelt: “We stellen niet alleen onze eisen, we nemen onze plaats in de publieke ruimte op.” Dat dit geapprecieerd wordt, bewijst de nominatie voor ‘de Prijs voor het Vrijwilligerswerk’ die ze begin dit jaar op hun hoed mochten steken. “Dat gaf onze mensen zeker een gevoel van appreciatie. Diegenen die mee naar de uitreiking gingen, vonden het trouwens wel leuk om de minister-president te ontmoeten.”

Uiteraard gaat Wijk onder stroom ook met politici in gesprek. Nog niet zo lang geleden hadden ze Tjerk Sekeris, de Deurnese districtsschepen voor Mobiliteit, op bezoek. Hij kwam zijn fietsbeleid voorstellen. De zaal zat goed vol. “We hadden in totaal meer dan 80 deelnemers,” vertelt Jos. “Het was een mooie mix van middenklassers en kwetsbare mensen. Dat kon enkel door de goede samenwerking tussen buurtcentrum Dinamo en Fietsersbond Deurne. Op die manier konden we de districtsschepen tonen dat onze wijk niet alleen uit armoede en problemen bestaat. Mits wat ondersteuning, kunnen wij de zaken hier zelf in handen nemen. We willen niet alleen problematiseren, maar een positief project opbouwen. Zo vind je veel makkelijker een klankbord bij het beleid.”

 

Terug naar het artikeloverzicht