Ook beleidsmakers zijn enthousiast over het model van De Stek. Een gesprek met Jo Vandeurzen, minister voor  Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

 

Foto Vandeurzen


Waarom vindt u de strijd tegen onderbescherming belangrijk?
Vandeurzen: In een regio als Vlaanderen, met hoge levensstandaard, moeten we er alles aan doen om maatschappelijke uitsluiting te vermijden. Ervoor zorgen dat mensen ‘erbij horen’, is gedurende heel mijn beleidsperiode de leidraad geweest. Dit is de basis voor wat we vandaag ‘vermaatschappelijking’ noemen. Maar het realiseren en toekennen van rechten op alle levensdomeinen is ook de kern van het decreet lokaal sociaal beleid dat in 2018 werd goedgekeurd.

Hoe kan De Stek daar aan bijdragen?
Vandeurzen: Onze diensten en organisaties vertrekken vaak vanuit een logica die uitgaat van de veronderstelling dat een persoon op een bepaald moment met een vraag of probleem te maken heeft en daarvoor dan een bepaalde dienst contacteert om de hulp te krijgen die nodig is. De realiteit, zeker bij kwetsbare mensen, is echter heel anders. Mensen zijn zich niet altijd bewust van het feit dat er een oplossing kan zijn voor hun vraag. Ze kennen het hulp- en dienstverleningslandschap onvoldoende. Ze voelen een zekere schaamte om hun vraag te stellen of hebben minder goede ervaringen met diensten, waardoor ze niet geneigd zijn om er nog eens beroep op te doen. In die situaties kan De Stek belangrijk zijn.

Wat zijn de elementen in het concept van de Stek die u het meeste opvallen?
Vandeurzen: We herkennen in het concept van de Stek functies die in heel wat buurtwerkingen al langer worden opgenomen. De verdienste is dat de verschillende functies – ontmoeten, leren, verwijzen en belangen behartigen – nu duidelijk benoemd worden en dat de focus gelegd wordt op het realiseren van sociale bescherming. We waarderen ook de sterke nadruk op samenwerking met sociale organisaties.

Ziet u een link met uw beleid?
Vandeurzen: De Stek biedt voor een kans om de link te leggen naar het geïntegreerd breed onthaal (GBO) – het samenwerkingsverband van OCMW, CAW en DMW Ziekenfondsen. In het decreet lokaal sociaal beleid krijgt dit GBO een belangrijke rol in de strijd tegen onderbescherming. In de werkingsprincipes wordt ook het outreachende sterk benadrukt. Dit biedt volgens ons heel wat mogelijkheden tot concrete samenwerking en partnerschappen op het terrein.

De politieke component is in De Stek daarin erg belangrijk. Vindt u dat belangrijk?
Vandeurzen: Zeer zeker. Ik vind het cruciaal om het individuele te overstijgen en structurele aspecten, samen met de doelgroep, aan te pakken. De sociaalwerkconferentie in mei 2018, heeft niet voor niets het politiserend werken als krachtlijn voor sterk sociaal werk benadrukt. Politiserend werken moet in elke sociaal werkpraktijk zijn plaats krijgen.

Hoe engageert u zich dat de Stek uitgerold kan worden over Vlaanderen en Brussel?

Vandeurzen: Politiek is het niet altijd vanzelfsprekend om de nodige ondersteuning te voorzien voor initiatieven als dit. Toch hebben we in ons beleid heel wat keuzes gemaakt in het belang van de eerstelijnsdiensten. Voor mij passen initiatieven als ‘De Stek’ in deze visie. Het versterken van de eerstelijn moet mogelijkheden bieden om partnerschappen met basisvoorzieningen aan te gaan. Daarnaast moeten we vanuit Vlaanderen ook voldoende kader bieden – zowel inhoudelijk als wat de middelen betreft -  om ervoor te zorgen dat deze initiatieven verder kunnen uitgebouwd worden. Het is belangrijk om in kaart te brengen waar de noden zitten en hoe er het best op ingespeeld wordt. Dit moet gebeuren in een samenspel tussen lokaal en Vlaams sociaal beleid. Bovendien zal ook het verschil tussen de stedelijke en landelijke regio’s spelen. In kleinere gemeenten zal er mogelijk nog meer krachtenbundeling nodig zijn tussen Huizen van het Kind, Lokaal dienstencentrum en De Stek.


Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.