Ongeveer 65 procent van de mensen die recht hebben op een leefloon, putten dit recht niet uit. Zulke cijfers doen het OCMW Gent verschieten. Daarom zet men blijvend in op het bestrijden van financiële en sociale onderbescherming. Een gesprek met Sarah Voets en Lut Kwanten over visie, draagvlak en partnerschappen.

Sarah Voets is stafmedewerker beleidsondersteuning van de sociale dienst bij OCMW Gent. Namens de sociale dienst coördineert zij het project over de actieve rechtenbenadering. Lut Kwanten is diensthoofd van een welzijnsbureau in Gent.

Width = 720px Height = 422pxGent1

Levensgebeurtenissen

Kunnen jullie aangeven wat de problematiek van onderbescherming in Gent kenmerkt?
Lut:
‘Kenmerkend vinden we dat het risico op onderbescherming zich vooral voordoet op scharniermomenten. In de ouderenzorg spreken we over ‘life events’. We hebben gekozen om op die scharniermomenten in te zetten. Typische scharniermomenten zijn het verlies van werk, een echtscheiding, faillissement …‘

Hoe spelen jullie in op die ‘life events’?
Sarah:
‘We gaan op zoek naar sleutelfiguren die vermoedelijk het pad zullen kruisen van personen die leven in een situatie van onderbescherming. Bij de transitie van werk naar werkloosheid komen mensen bijvoorbeeld in aanraking met de VDAB. Wij zijn nu bezig om infosessies aan VDAB-medewerkers te geven over wat zij voor mensen kunnen betekenen. We hopen dat ze op die manier correct naar ons doorverwijzen, omdat we ons realiseren dat de drempel naar onze dienstverlening er nog altijd is.’
Lut: ‘Ook in de afdeling ‘ouderenzorg’ gaan we actief opzoek naar scharniermomenten. De lokale dienstencentra gaan buurtgericht op huisbezoek bij thuiswonende senioren vanaf 65 jaar die een life-event meemaakten, zoals het overlijden van hun partner, een verhuis, ziekte … Die huisbezoeken concentreren zich vooral op het sociale netwerk, preventie van eenzaamheid, een zinvolle vrijetijdsbesteding en hulp waar nodig.

Waarom is het belangrijk om onderbescherming aan te pakken?
Sarah:
‘We constateren dat de sociale grondrechten nog onvoldoende gekend zijn Als partner in het welzijnsveld vinden we het belangrijk om daar op in te zetten. Omdat er zoveel van afhangt voor mensen. Neem het recht op de Verhoogde Tegemoetkoming. Daar zijn heel veel afgeleide rechten aan verbonden. We willen mensen ondersteunen om al die rechten uit te putten.’
Lut: ‘Hoe vroeger mensen bij het OCMW komen, hoe minder erg hun problemen zijn. Mensen komen vaak als het al te laat is. We hebben veel liever dat ze eerder naar ons komen, dat is voor zowel de mensen zelf als voor de hulpverleners veel productiever. Dan kunnen we een situatie, samen met de mensen, vlugger aanpakken.’

Width = 720px Height = 422pxGent2

Lokaal proactief kader

OCMW Gent is samen met Samenlevingsopbouw Gent in het Vlaamse pilootproject ‘lokaal proactief kader’ ingestapt. Met welk doel?
Sarah:
‘We werken al jaren samen met middenveldorganisaties en andere partners aan proactieve dienstverlening, maar we wilden dat meer structureel maken. Het project leek ons een mooie kans om te zien waar de hiaten liggen. Samen met verschillende Gentse partners wilden we kijken wat we nog meer kunnen doen. Wat ik persoonlijk ook een meerwaarde vind is dat ouderenzorg betrokken werd. Zo kunnen we intern ook meer naar elkaar toegroeien, want we zijn  één OCMW, de sociale dienst en de ouderenzorg.’
Lut: ‘De medewerkers van de lokale dienstencentra in de wijken, die outreachend werken naar ouderen via huisbezoeken, stellen nu vooral vragen over sociale netwerken. Terwijl de  core business van de sociale dienst is: put je al je rechten uit? Aangezien die huisbezoeken van ouderenzorg aan 65 jarigen toch gebeuren, kunnen wij daar de komende jaren misschien onze trein aanhangen. Op die manier bereiken wij mensen, die we anders niet zouden bereiken.’
Sarah: ‘Het CAW neemt ook deel aan het project en we merken dat zij erg geïnteresseerd zijn in wat het OCMW doet. Zij zijn ook vragende partij om een infosessie over het OCMW te krijgen. Dat kan omgekeerd ook plaatsvinden.’

Jullie geven aan dat het OCMW al jaren bezig is met proactieve dienstverlening. Werd dit ook zo benoemd of is proactief handelen een nieuw begrip binnen jullie organisatie?
Lut:
‘Ik werk al heel lang bij het OCMW en het uitputten van rechten is altijd al een belangrijk thema geweest. Dan ging het vooral over het uitputten van rechten bij de mensen die reeds naar het OCMW kwamen. Voor hen bekeken we systematisch of ze in orde zijn met het ziekenfonds, of de kinderbijslag goed geregeld wordt … Maar die proactieve rechtenbenadering, die gaat natuurlijk nog een stap verder. Die is erop gericht om cliënten sneller naar het OCMW te halen, om vlugger te kunnen remediëren voor de problemen waarmee zij kampen.’

Mag ik concluderen dat de verantwoordelijkheid voor het opnemen van je rechten verschoven is van de rechthebbende burger naar het OCMW?
Lut:
‘Dat is een crue vraag. De burger moet via allerlei wegen goed geïnformeerd zijn over zijn rechten maar hij moet ook de vrijheid behouden om deze rechten al dan niet uit te putten. Het OCMW werkt al decennialang samen met sleutelfiguren. Dat zijn andere organisaties waar we ons aanbod continue bekendmaken. Waarom doen we dit al decennialang? Net om potentiële cliënten eerder naar het OCMW te laten doorverwijze. We hebben dus altijd de mogelijkheden benut die er zijn. Het is pas vanaf het moment dat ons die cijfers van HIVA bereikt hebben, dat we eigenlijk erg geschrokken zijn.’
Sarah: ‘ Onlangs kregen we tijdens een studiedag over non-take-up van rechten te horen dat zo’n 65 procent van de rechthebbenden op een leefloon dat recht niet uitputten of hun weg er niet naar vinden. Dat is bijzonder confronterend, hè? Door projecten als deze word je je daar meer bewust van. Daarbij moet ik wel zeggen dat die cijfers genuanceerd moeten worden. Het gaat bijvoorbeeld ook over mensen met een deeltijdse tewerkstelling, interim arbeiders die een bepaalde tijd wel werken en een andere periode niet. Voor hen weegt het financieel voordeel soms niet op tegen de administratieve mallemolen die ze daarvoor moeten doorlopen. Maar toch: daar waar we vroeger misschien zoiets hadden van: ‘Oei, we moeten zorgen dat we die toestroom aankunnen’, vinden we het nu onze taak om die groep mensen naar hun sociale rechten te leiden.

Width = 720px Height = 422pxGent4

Enthousiasme op de werkvloer

Van het onthaal, de maatschappelijk werkers, tot de diensthoofden: hoe ervaart het personeel de nieuwe, proactieve manier van werken?
Lut:
‘Ik heb daar in het begin een grote vergadering over gehouden met alle medewerkers, met brainstormgroepen … Men was heel enthousiast. Iedereen kan ook goed duiden wat onze sterke punten en wat onze werkpunten zijn. De werkpunten waren toen dat we te weinig inzetten op het proactieve luik: dus voordat de klant ‘klant wordt’. Dat we goed inzetten op de fase ‘waarin hij klant is’ en dat we nog potentie hebben om bijkomend in te zetten op ‘nazorg’.’
Sarah: ‘Dat is inderdaad de conclusie. Als we onze aanpak voorleggen aan het bestuur merken we ook een groot enthousiasme om op proactieve dienstverlening in te zetten.’

Hoe vertaalt dat enthousiasme zich op de werkvloer?
Lut:
‘De maatschappelijk werkers zijn bezig met hun eigen klanten. Klanten voorzien van al hun rechten is hun taak. Ik denk dat het proactieve kader vanuit het beleid moet vertrekken. Dat overstijgt de individuele acties van maatschappelijk werkers. Daar moet een bepaalde strategie achter zitten.’
Sarah: ‘Een voorbeeld is onze aanpak voor studietoelagen. In afwachting van de automatisering hebben we in elk welzijnsbureau een administratieve bediende die zitdagen houdt waar cliënten naartoe kunnen gaan om een studietoelage aan te vragen. Zolang die automatische toekenning er nog niet is, vinden we het heel belangrijk om onze cliënten daarin te ondersteunen.’

Ondersteunt de directie en het management de maatschappelijk werkers voldoende in hun opdracht om meer proactief te handelen?
Lut:
‘Het is verplicht. Ik zal u een voorbeeld geven. Een maatschappelijk werker maakt een verslag over de toestand van de cliënt. Daar staan een aantal voorgedrukte rubrieken in, die verplicht moeten ingevuld worden en die te maken hebben met proactieve rechtentoekenning. Zo is het verplicht om aan te duiden of de klant een Verhoogde Tegemoetkoming van het ziekenfonds heeft.’

Een soort checklist?
Lut: ‘Ja, er zijn een aantal dingen in de structuur van de verslaggeving verplicht in te vullen, waardoor je als bestuur automatisch aangeeft dat je het belangrijk vindt dat iedere maatschappelijk werker dit uitzoekt voor of samen met zijn klant. Als je dat niet doet krijg je er vragen over.’
Sarah: ‘Als mensen met een leefloon aan bepaalde voorwaarden voldoen kunnen ze extra tussenkomsten krijgen via de aanvullende bijstand. We zijn daar een heel nieuw systeem voor aan het uitwerken, een systeem dat vertrekt vanuit de idee dat je al je rechten uitput. Het bestuur verwacht ook wel dat mensen al hun rechten uitputten en zoeken daar dan ook de tools voor om dat te kunnen bewerkstelligen.’

Sociale gidsen

Jullie betrekken jullie doelgroep via verschillende kanalen. Bijvoorbeeld via jullie eigen klantenparticipatie, via vzw Sivi, Samenlevingsopbouw Gent … Hoe reageren maatschappelijk werkers op inspraak en participatie van de doelgroep?
Lut:
Ze zijn dit met de tijd gewoon geworden. ‘Wij hebben bijvoorbeeld nu een nieuw project: de sociale gidsen. De sociale gidsen zijn sterke OCMW cliënten, die nieuwe cliënten van het OCMW begeleiden bij het opnemen van hun sociale rechten. Sociale gids ‘zijn’ is een vorm van sociale activering, in ruil voor een leefloon dat ze krijgen van het OCMW. De gidsen hebben een langdurige opleiding via Leerpunt achter de rug.’
Sarah: ‘We merken dat de sociale gidsen een grote meerwaarde hebben. We moeten er goed over waken dat de taken van de maatschappelijk werkers en de sociale gidsen goed op elkaar afgestemd worden. Gidsen mogen de taken van maatschappelijk werkers nooit overnemen. Zij mogen cliënten slechts vergezellen, zorgen dat zij ergens geraken om hun rechten uit te putten. Maar ze mogen nooit zaken doen. Zo mogen ze bijvoorbeeld cliënten vergezellen bij het zoeken naar een woning, maar een sociale gids mag niet over die woning onderhandelen met de huisbaas.’
Lut: ‘Door het feit dat we de taken zo goed hebben afgebakend en vooraf hebben uitgeprobeerd in proefwijken, zijn sociale gidsen geen bedreiging voor maatschappelijk werkers. Voor alle partijen is het een win-winsituatie.’
Sarah: ‘Momenteel bekijken we of we de sociale gidsen, die daartoe bereid zijn, ook kunnen inzetten om de digitale kloof te dichten. In veel welzijnsbureaus staat een computer in de wachtzaal, dus we toetsen nu af of daar mogelijkheden zitten.’
Lut: ‘Ook Ouderenzorg bevraagt de doelgroep. In 2013 – 2014 liep er een project Wijs Grijs, in samenwerking met Samenlevingsopbouw Gent, de doelgroep en andere gebruikers van het lokaal dienstencentrum. Daar werd het aanbod, het prijzenbeleid, de communicatie, en mogelijke drempels onder de loep genomen. Met de aanbevelingen hieruit kan Ouderenzorg aan de slag om een aanbod op maat voor iedereen uit te bouwen.

Width = 720px Height = 422pxGent3

Winteropvang

Hoe proberen jullie, samen met partners, de meest kwetsbare doelgroep te bereiken?
Lut:
‘Daklozen zijn een heel kwetsbare groep. Er zijn twee maatschappelijk werkers die binnen de thuislozenzorg outreachend werken. Zij gaan met ons aanbod onder de arm naar een aantal plaatsen om in contact te komen met daklozen. Door gesprekken met deze mensen te voeren, proberen we ze naar de hulpverlening toe te leiden. Bovendien proberen we samen met onze outreachende partners in Gent, zoals het straathoekwerk, de mobiele teams psychiatrie, het brugteam, zorgnetwerken rond de meest kwetsbaren uit te bouwen. De outreachende medewerkers bezoeken wekelijks een aantal vaste plaatsen zoals; de nachtopvang van CAW en Huize Triest, de winteropvang, de stations, en het inloopcentrum van Huize Triest. Verder worden er op regelmatige tijdstippen andere plaatsen bezocht, in de winter zullen dit vaak plaatsen binnen zijn, in de zomer meer buiten. Met ons systeem van winternachtopvang hebben we naast de capaciteit van de gewone nachtopvang een uitgebreider aanbod van opvangplaatsen voor daklozen tijdens de wintermaanden. We hebben voor de toeleiding naar die nachtopvang en winteropvang een systeem  waarbij slechts een selecte groep van hulpverleners kan toeleiden naar de opvang. De bedoeling van de toeleiding is om om de 14 dagen een hulpverleningsgesprek te hebben met de persoon en zo een hulpverleningstraject op te zetten.


In de beleidsplannen

Wordt jullie visie op proactief handelen gedragen door de hele organisatie?
Sarah:
Over het algemeen wel. Waar we nog wel een taak hebben is op het gebied van terugkoppeling aan en ondersteuning van maatschappelijk werkers. Zij zijn onder andere betrokken geweest bij brainstormsessies, het zou goed zijn indien zij nog meer feedback krijgen over wat er van hun input terecht is gekomen.’

Dus de sleutelwoorden zijn herhaling, terugkoppeling en blijvend sensibiliseren?
Lut:
‘Blijvend ja. Het feit dat het beleid iemand deeltijds vrijstelt om daar mee bezig te zijn… Ik denk dat dat ook een belangrijk signaal is.
Sarah: ‘Samen met een medewerker van de juridische dienst krijg ik daar flink wat tijd voor. We merken dat het vaak op juridische kwesties vastloopt, bijvoorbeeld omdat onze proactieve plannen in strijd zijn met de privacywetgeving.’

Het belang van proactieve dienstverlening wordt in verschillende Gentse beleidsplannen onderstreept. Waarom is structurele verankering in die plannen belangrijk volgens jullie?
Sarah: ‘De actieve rechtenbenadering, het uitputten van al je rechten, dat is geen eenmalige actie. Dat is iets dat je continue moet blijven opvolgen. Vooral omdat de regelgeving vaak wijzigt. Het juridische, wetgevende aspect moeten we blijvend opvolgen, vandaar dat structurele verankering belangrijk is.’
Lut: ‘En niet alleen daarom. Als je dat steekt in je algemene beleidsplan, dan creëer je ook kansen om daar middelen voor te voorzien. Dan gaat het over de financiële planning voor de gehele legislatuur. Als het er niet instaat kun je nog zoveel plannen hebben, maar dan is het geld er niet voor voorzien.’

Tot slot: Welke tips hebben jullie voor een gemeentebestuur of dienstverlener die een meer proactieve dienstverlening willen nastreven?
Sarah:
‘Zet in op samenwerking met partners. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Bekijk eerst welke partners er in uw gemeente aanwezig zijn. Vaak doet men al heel veel, maar ieder op zijn eigen eiland. Bekijk waar de overlap zit en waar je elkaar kunt ondersteunen en versterken.’
Lut: ‘Naar het lokaal bestuur toe wil ik benadrukken dat een beleidsplan best wordt opgemaakt met participatie van de doelgroep. Dus niet vanuit een ivoren toren, maar bied mensen participatiekansen. Dat is mijn aanbeveling.’