Kortrijk telt 11.227 armen. Tijd voor een interventie. Het OCMW en armenvereniging A’kzie sloegen de handen in elkaar voor een armoedebeleid dat werkt.

Tijdens welke beleidsfasen geef je mensen in armoede als stadsbestuur of organisatie participatiekansen? Welke succesfactoren dragen bij aan een goede verstandhouding tussen politici en mensen in armoede? Zijn er grenzen aan participatie? Over deze onderwerpen gaan we in gesprek met Romain Coussement (vrijwilliger) en Ingrid Jacob (beroepskracht) van Vereniging waar armen het woord nemen A’kzie vzw en Maarten François (programmaregisseur armoedebestrijding) van OCMW Kortrijk. De vereniging en het OCMW kennen een lange geschiedenis van samenwerking en weten elkaar voor verschillende dossiers keer op keer te vinden.

In het najaar van 2012 ging Kortrijk als pilootgemeente aan de slag met het draaiboek ‘Lokaal Proactief Kader’. Het OCMW Kortrijk nam het voortouw en bij aanvang van het project werd A’kzie direct betrokken. A’kzie gaf tijdens het eerste gesprek met het OCMW aan dat zij aan bepaalde thema’s op de lange termijn willen werken. Zo willen zij het draagvlak voor hun visie op het thema gezonde en betaalbare voeding vergroten.  In overleg met hen werd gekozen voor één specifieke actie van het pilootproject Lokaal Proactief Kader: de opstart van een sociale kruidenier. De sociale kruidenier kadert in het armoedebestrijdingsplan van Kortrijk.

Kortrijk 1

Zelf je mandje kunnen vullen

In Kortrijk waren er al diverse voedselbedelingsinitiatieven aanwezig, maar als klant kies je niet wat er in een voedselpakket zit. Dat is volgens Romain lastig: ‘Ik ga de voedselbank niet afbreken, want het is belangrijk dat die er is. Maar het betuttelende, daar ben ik niet voor. Ik vind dat mensen zelf moeten kunnen kiezen wat ze uit het voedselaanbod nemen. Dat betekent niet één pak melk, twee potten choco en een pot confituur. Nee, mensen moeten zelf kunnen kiezen wat ze ’s avonds op hun bord willen.’

Zijn visie vertaalt zich door naar het armoedebestrijdingsplan van de stad Kortrijk: ‘De sociale kruidenier wil een kwaliteitsvol en vooral waardig alternatief bieden: een buurtwinkel met kwalitatieve producten aan sterk verminderde prijzen waar mensen zelf kiezen wat ze willen eten’.

Maarten voegt daaraan toe: ‘Een sociale kruidenier vervult verschillende functies. Enerzijds creëert ze een ontmoetingsplek voor mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie. Daarmee doorbreek je onder andere het sociaal isolement. Anderzijds is het ook een laagdrempelige opstap naar welzijnsorganisaties. Betaalbare voeding is het centrale element, maar tegelijkertijd kun je mensen via deze weg proactief bereiken, om zodoende ook op andere levensdomeinen ondersteuning aan te bieden.’

De samenwerking tussen A’kzie en het OCMW Kortrijk gaat veel verder terug dan 2011, het jaar waarin de vereniging mede door het doorzettingsvermogen van Romain officieel werd erkend . ‘Het OCMW was zo’n dertien jaar geleden al betrokken bij de organisatie van groepswerk en het samenbrengen van mensen in armoede’, zo vertelt Maarten.  ‘Het creëren van ontmoeting en vrije tijd is doorheen de jaren een rode draad gebleven.’ Romain vult aan: ‘In die eerste jaren werkten we vooral aan de schuldenproblematiek, waar we ook een boekje van hebben gemaakt’.


Oprechte erkenning

De vereniging bijt zich vast in verschillende thema’s, die altijd door mensen met een armoede ervaring naar voren worden geschoven. Zo is er de groepsbijeenkomst over schuldpreventie, werkt men aan de toegankelijkheid en betaalbaarheid van vrije tijd, sport en cultuur en gaan ‘de Wijsneuzen’ in dialoog met het beleid.  Ingrid licht toe: ‘De Wijsneuzen zijn mensen met een armoede ervaring. Vanuit hun eigen sociaal netwerk of omgeving kennen ze veel mensen die zich in een maatschappelijk kwetsbare positie bevinden. Zij spreken mensen aan, geven informatie over thema’s als gezondheid, werk, vrije tijd … En ze wijzen de weg naar diensten en organisaties. Regelmatig komen de Wijsneuzen samen om uit te wisselen over hun ervaring met dienstverleners. Mogelijke drempels naar dienstverlening geven zij door aan diensten en organisaties.’

A’kzie heeft zich doorheen de jaren bewezen als een essentiële partner. De vereniging luistert aandachtig naar de bekommernissen van mensen in armoede. Hun gemeenschappelijke problematiek gieten ze in een dossier. Vanwege de hoeveelheid verzamelde informatie weten de vrijwilligers van A’kzie heel goed waar mensen in armoede nood aan hebben en vooral waar ze geen nood aan hebben. De vrijwilligers van A’kzie en haar beroepskrachten weten daarnaast precies welke paden zij kunnen bewandelen om inspraak te krijgen, opheldering te vragen of problemen aan de kaak te stellen bij de politici.

Maarten geeft A’kzie graag een pluim: ‘Er is een rechtstreekse communicatielijn tussen de vereniging en het OCMW. Daar wordt A’kzie echt gezien als een volwaardige gesprekspartner. Dat is puur de verdienste van A'kzie zelf, die doorheen de jaren getoond heeft dat zij een zeer belangrijke stem van mensen in armoede vertegenwoordigen. De aanwerving van de professionele krachten heeft dat natuurlijk nog versterkt, omdat je dan twee mensen permanent kunt inzetten. Ik heb het zeer recent nog gezegd: A'kzie is ondertussen evenveel beleidsmaker geworden als wij.’


Participatie in de praktijk

Het OCMW en A’kzie weten elkaar voor verschillende dossiers te vinden. Het OCMW erkent de vereniging als een volwaardige gesprekspartner en beleidsmaker. Romain en Ingrid zijn van mening dat ze voldoende worden betrokken tijdens verschillende fasen van beleid. Romain licht toe: ‘Op vlak van cultuur hebben we al een heel traject afgelegd. We trokken op een gegeven moment aan de bel over vrijetijdsparticipatie. Mensen in armoede komen nooit in de Schouwburg, omdat de toegangsprijzen zo hoog zijn. We zijn dan in gesprek gegaan samen met de verantwoordelijke van cultuur in Kortrijk en de mensen van de Schouwburg. Nu kunnen mensen met een beperkt budget aan een voordelig tarief ook eens van een voorstelling in de Kortrijkse Schouwburg genieten.’

Romain gaat verder: ‘Toen het plan voor de sociale kruidenier op tafel lag zijn we samen met het OCMW op pad gegaan om wat meer te leren over de werking van zo’n winkel. Zo gingen we bijvoorbeeld op bezoek bij de sociale kruidenier in Eeklo, voor wat inspiratie. Bij de opstart van de kruidenier zullen wij nauw betrokken worden. Als die er eenmaal is, dan wachten we niet tot een formeel overleg om te evalueren hoe het ervoor staat.’

‘Verschillende sociale organisaties bepalen mee het beleid in Kortrijk. Zo vormt de lokale prioriteitennota van Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, tijdens de campagne ‘Ieders stem telt 2012’, een belangrijke inspiratiebron voor het armoedebestrijdingsplan’, aldus Maarten.   

‘Zonder participatie van de vrijwilligers van A’kzie zouden arme mensen in Kortrijk waarschijnlijk nooit de Kortrijkse Schouwburg van binnen kunnen zien. Nu kunnen mensen aan een zeer laagdrempelig tarief van voorstellingen genieten. Zonder participatie zouden zoveel dingen onveranderd blijven’, concludeert Ingrid.

Kortrijk 2

Met de beste bedoelingen de foute keuzes maken

De idee dat armoede verschillende levensdomeinen aantast en zodoende een brede aanpak op verschillende beleidsterreinen vereist is bij veel beleidsmakers nog steeds niet doorgesijpeld. Wie kun je daar beter bij betrekken dan mensen die al deze facetten van armoede tot in hun vezels kennen? Maarten: ‘Praat met mensen in armoede, zij zijn het levende bewijs van een probleem dat je breed moet aanpakken.’
Veel beleidsmakers, op lokaal, Vlaams, federaal en Europees niveau, staan doorgaans ver af van een thema als armoede. Er zijn maar weinig beleidsmakers die effectief ooit zelf in armoede hebben geleefd. Net daarom vinden Romain, Ingrid en Maarten participatie zo belangrijk.

‘Een mogelijke valkuil is dat je als beleidsmaker met de beste bedoelingen, toch de foute keuzes maakt’, aldus Maarten. Hij gaat verder: ‘Zeker als het over armoedebeleid gaat, vind ik het zeer belangrijk om de mensen in kwestie daarbij te betrekken. Op alle niveaus zie je mensen zitten die er vaak weinig voeling mee hebben. Bovendien zie je dat mensen die wél veel ervaring hebben opgebouwd, vaak opschuiven naar een plaats in de organisatie die steeds verder afstaat van de praktijk zelf.’

Ook de ontschotting tussen de verschillende beleidsdomeinen is belangrijk. ‘De een is bezig met werk, de ander met wonen, weer een ander met welzijn. Maar wat ze allemaal zouden moeten onthouden is dat armoede meer is dan dat. Het gaat niet alleen over een tekort aan geld. Als je niet gezond bent, zal je geen werk kunnen vinden. Als je geen degelijke woning hebt, ga je ook meer geld moeten uitgeven aan energie. Het komt allemaal bijeen en dat begrijpen ze niet altijd in Brussel’, benadrukt Romain.

De stem van mensen in armoede wordt in het beleid van een stad doorgaans onvoldoende gehoord. Juist daarom is hun participatie zo belangrijk. Politici die de armoede-reflex niet maken, zijn geneigd om beslissingen te nemen voor de modale inwoners van hun stad of gemeente. Niet voor de 11.227 mensen die in Kortrijk onder de armoedegrens leven. Het armoedebestrijdingsplan van Kortrijk doet daar een belangrijke poging toe, volgens Maarten: ‘Wij moeten de stem van mensen in armoede versterken, alleen dan zal er fundamenteel iets veranderen. Want spontaan gaan de meeste politici niet zelf over armoede nadenken. Het is niet dat ze het niet willen, voor hen is dat maar 1/7 van de Kortrijkse bevolking. Dus is het voor hen logisch dat een beleid vooral gefocust is op die 6/7 van de Kortrijkse bevolking.’ Romain valt hem bij: ‘Het heeft al heel lang geduurd om van de Vlaamse overheid erkenning te krijgen dat armoede in ons land een probleem is. Tot enige jaren geleden bestond armoede niet.’


Mond-tot-mondreclame

Niet iedereen in Kortrijk heeft een hoge dunk van het OCMW. Minder goede ervaringen doen immers snel de ronde. Veel mensen hebben schrik voor hulp- en dienstverleners en er is bij de bevolking toch nog onbekendheid met de werking van het OCMW. ‘Uit onderzoek blijkt dat eens de mensen de stap naar het OCMW hebben gemaakt, zij tevreden zijn over de kwaliteit van dienstverlening. De mensen die reeds goede ervaringen met het OCMW hebben zijn cruciaal voor het verbeteren van ons imago’, aldus Maarten.

Ingrid vult aan: ‘Neem bijvoorbeeld de publicatie over schulden. Die is gemaakt door de doelgroep, voor de doelgroep. Dat heeft een heel andere waarde dan een boekje dat door een CAW of OCMW wordt gemaakt en gepresenteerd. Een boekje met tips van mensen die weten wat het is om niet toe te komen en schulden te maken én dat boekje ook nog eens zelf gaan promoten heeft een enorme meerwaarde.’ Het zijn twee voorbeelden die aangeven hoe belangrijk het is om via draagvlak bij mensen met een armoede ervaring, andere mensen in onderbescherming op te sporen.

Romain heeft zelf ook ervaring met het verwijzen van kwetsbare mensen naar het OCMW. Tijdens zijn opleiding tot ervaringsdeskundige leerde hij het perspectief kennen van hulp- en dienstverleners. Zij hebben ook maar beperkte middelen en kunnen helaas niet alle problemen oplossen. Als hij met een kwetsbaar persoon spreekt legt hij uit dat het OCMW er is om je te helpen:  ‘Door mijn opleiding begrijp ik nu ook de andere kant. Bijvoorbeeld als maatschappelijk werkers zeggen: ‘we kunnen niet alles doen, we hebben maar zoveel middelen’. Ze hebben soms ook gewoon de tijd niet meer om eens te luisteren. Ze hebben zodanig veel dossiers, als je kijkt hoeveel er zitten te wachten in de wachtzaal… je valt daarvan achterover.’

Maarten: ‘Door gewoon in gesprek te gaan kun je veel van die frustraties wegwerken. Zo leer je elkaars mogelijkheden en beperkingen kennen en kun je de vertrouwensrelatie versterken. Personen zoals Romain zijn voor ons zeer belangrijk om andere mensen te overtuigen. Hij kan potentiële cliënten veel makkelijker aansporen om naar het OCMW te komen dan ik. Als Romain zegt: 'Misschien moet je toch een keer gaan, ze gaan daar niet de pieren uit uw neus halen, nee,  ze gaan u oprecht proberen helpen'. Dan is de kans al wat groter dat die persoon toch de stap naar het OCMW zal zetten, dan wanneer wij hier zelf over communiceren.’

Kortrijk 3

Drempels voor participatie

Maarten denkt dat participatie niet altijd evident is voor een overheid: ‘Een belangrijke oorzaak daarvan is dat je niet altijd weet waar je gaat uitkomen.’ Je zou kunnen stellen: hoe meer inspraak je verleent aan hoe meer verschillende partners, hoe onzekerder de uitkomst van het participatietraject. Bovendien is het soms een uitdaging om met verschillende snelheden rekening te houden. Maarten verduidelijkt: ‘Bij het OCMW werken zo’n 160 mensen dagelijks aan maatschappelijke dienstverlening. Bij A’kzie werken twee beroepskrachten. Als we alle dossiers gaan aftoetsen bij A'kzie is dat gewoon niet werkbaar. Dus proberen wij in overleg met hen te kijken wat de grote thema's zijn waar we samen over kunnen nadenken.’

Hij vervolgt: ‘Soms komt er daar nog een thema tussen gefietst of is er iets waarvan A'kzie zegt: ‘Wij hebben daar ook wel onze vragen bij’. Dat is in eerste instantie een interne oefening die gemaakt wordt: is het opportuun om hen er in dit stadium al bij te betrekken, welke middelen zijn er beschikbaar, hebben we al voldoende kennis over het dossier verzameld … A'kzie geeft zo nu en dan zeer terecht aan dat zij niet op ons willen wachten, dat ze nu al hun bezorgdheden mee op tafel willen leggen. Dan wordt daar rekening mee gehouden.’

In het verleden werd A’kzie wel eens overbevraagd. Voor bijna elk dossier werd de vereniging gevraagd om input te geven. Dat was niet meer werkbaar en daarom heeft men keuzes gemaakt. ‘Het is een zeer moeilijk evenwicht. Het OCMW denkt soms: ‘we willen hen in alles betrekken’, maar dat gaat niet. Aan de andere kant heb je A'kzie die zeer terecht zegt: 'wij moeten voor onszelf ook afbakenen'. En dan heb je plots weer de overheid die zegt: ‘Ja, maar ze willen niet meewerken aan dat dossier!’. Op zo’n moment zijn Ingrid en ik belangrijke personen om dat te blijven verdedigen: waarom A'kzie terechte keuzes maakt en waarom wij bepaalde dingen niet (meer) mogen of moeten vragen’, zegt Maarten.


Eigen verantwoordelijkheid

Bij proactief handelen wordt de verantwoordelijkheid voor de realisatie van rechten in handen van de dienstverlener gelegd. Met andere woorden: het credo van de eigen verantwoordelijkheid wordt afgezwakt. Kwetsbare mensen weten immers niet altijd waar ze recht op hebben. En als ze dat wel weten vinden ze dikwijls de weg niet, omwille van allerhande drempels. Wat zouden het OCMW en A’kzie willen zeggen tegen politici die blijven hameren op de eigen verantwoordelijkheid van burgers om de weg naar hulp- en dienstverleners te vinden?

Maarten en Romain weten wel wat ze zouden zeggen: ‘We nemen uw portefeuille af, we nemen de sleutels van uw huis af, we nemen de sleutels van uw auto af, we nemen uw bankkaart af en trek nu maar een keer uw plan. Zoek het maar een keer uit. Wetende dat er voor al die problemen die u heeft, ergens in de stad een dienst is die u kan helpen. Ge krijgt een maand de tijd’.

In verschillende Vlaamse steden en gemeenten doen sociale organisaties pogingen om inleefmomenten te organiseren voor politici. De inleefweek in het kader van armoede, die georganiseerd wordt Vormingplus, is daar volgens Maarten een voorzichtige poging toe. ‘Maar doe het een keer serieus en geef eens een keer alles af. Laat ze maar eens een keer zoeken’.


De toekomst van participatie in Kortrijk (en Vlaanderen, en ...)

Wat is het einddoel van beleidsparticipatie van kansengroepen? Je zou kunnen stellen dat dit einddoel ‘het einde van de nood aan participatie’ is. Dat kansengroepen niet meer ‘slechts’ meebepalen, maar eindverantwoordelijken zijn geworden; de beleidsmakers van morgen.

Maarten denkt aan Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam: ‘Het schoolvoorbeeld van iemand die in zijn jeugd de strijd aanknoopte met kansarmoede en deze strijd overtuigend won.’ Op zijn vijftiende kwam Aboutaleb vanuit Marokko terecht in een Nederlandse achterstandswijk in Den Haag. Zijn kennis van en ervaringen met kansarmoede vormen een grote inspiratiebron voor zijn visie op (diversiteits)beleid en versterken de politieke moed voor een echt vernieuwend beleid.

Zo moeten onder andere de culturele instellingen in zijn stad zeer breed toegankelijk zijn, anders hebben ze volgens Aboutaleb een probleem. Met ‘breed’ bedoelt hij het betrekken van allerlei verschillende etnisch-culturele minderheden bij de programmatie en in het publiek.

De toekomst van participatie ligt in handen van bruggenbouwers als Romain en al die anderen die hun situatie weten te ontstijgen en zich willen inspannen voor de samenleving.


Terug naar het artikeloverzicht