Sinds juni dit jaar is basisvoorziening ‘Pelterhoekje’ in Overpelt open. Een laagdrempelige ontmoetingsplaats voor mensen met een beperkt budget. Vrijwilligers Nicole en Patrick, en opbouwwerker Rudi vertellen over het Pelterhoekje en hun deelname aan het pilootproject.

Armoede is in Overpelt minder zichtbaar dan in de stad. Maatschappelijk kwetsbare groepen op het platteland zijn moeilijker te bereiken. Het risico op onderbescherming, het niet-realiseren van sociale grondrechten, ligt daardoor hoger. Armoede is verdoken en dikwijls nog een taboe in Overpelt.

Het Sociaal Huis in Overpelt gaat in samenwerking met Samenlevingsopbouw RIMO Limburg de uitdaging aan om een dam op te werpen tegen armoede en sociale uitsluiting. Beoogde resultaten zijn participatie van maatschappelijk kwetsbare groepen en het vergroten van hun sociale netwerk. Samen creëerden het Sociaal Huis, opbouwwerker Rudi, mensen in armoede en tal van partners (waaronder de Sint-Vincentius voedselbedeling) een plan met acties. Samen willen zij op lokaal niveau inzetten op meer proactieve dienstverlening.

Een van die acties is de recente opstart van ontmoetingsplaats ‘Pelterhoekje’. We gaan in gesprek met vrijwilligers Nicole en Patrick, en opbouwwerker Rudi. Beide vrijwilligers zijn er vanaf het begin van het pilootproject in Overpelt bij. Zij beschrijven welke impact deelname aan het project heeft op hun leven. Zij dragen de ontmoetingsplaats een warm hart toe en vertellen hier met veel plezier over.

Pelterhoekje 1

De strijd tegen onderbescherming

Patrick begint met een interessante stelling: ‘Mensen in armoede worden in een hoekje gedrukt. Daardoor weten ze eigenlijk niet meer waar ze terecht kunnen. Dat is wat we moeten aanpakken’. Nicole vult aan: ‘Het is vandaag juist belangrijk om hen uit dat hoekje te halen. Dat je hen kan wijzen op de diensten waar ze eens kunnen aankloppen om misschien geholpen te kunnen worden. Maar eigenlijk moet je kwetsbare mensen in groep kunnen samenbrengen, met lotgenoten, zodat ze hun verhaal eens kwijt kunnen.’

Rudi vindt het belangrijk om onderbescherming aan te pakken, omdat het een preventief karakter heeft. Hij legt uit: ‘Vaak tasten mensen in armoede in het donker. Ze kennen bepaalde rechten niet. Eenmaal in armoede terechtgekomen, is het moeilijk om er weer uit te komen. Zeker om er in eerste instantie aan toe te geven. Om er dan in tweede instantie een oplossing voor te gaan zoeken. Wanneer men sneller op de hoogte is van informatie en rechten, dan ga je een heel aantal dingen kunnen voorkomen.’

Het erkennen van het armoedeprobleem is een belangrijke eerste stap. Rudi vervolgt: ‘Ik heb gehoord van mensen in armoede dat de stap zetten naar hulpverlening moeilijk is. Je moet eerst toegeven dat je ergens wat gefaald hebt. Dat is misschien zwaar uitgedrukt, maar je moet toegeven dat het niet goed loopt en dat is niet simpel. Te moeten zeggen dat het niet goed met je gaat, dat is voor niemand makkelijk. Indien iemand sneller de weg naar hulpverlening vindt, gaat zijn rugzak ook minder zwaar zijn. Nu wachten mensen zo lang, dikwijls zijn de problemen zo hoog opgestapeld dat er een heel traject van hulpverlening op gang moet worden gebracht. Als men sneller binnenstapt bij een laagdrempelige dienst, met minder zware problemen, is dat op lange termijn een besparing voor het OCMW.’

De aanname dat zolang je maar wilt, je geholpen kunt worden is volgens Patrick niet juist. ‘Mensen zien dat verkeerd. Ja, iedereen kan de stap naar hulp wel zetten, maar de durf is er niet altijd. Zeker voor mensen in een benarde situatie is het nog moeilijker om daaruit te geraken. Ze weten vaak ook niet waar ze terecht kunnen.’


Ervaring met armoede

Nicole en Patrick weten beide wat het is om met een klein budget te moeten (over)leven. Nicole was vastbesloten om uit haar situatie te geraken. Zij vertelt openhartig: ‘Ik ging scheiden van mijn man. Hij zei: ‘Ik blijf in het huis wonen, daar is de deur, je komt hier niet meer binnen’. Dus ik had geen andere keuze dan naar het OCMW te stappen. Daar was het eerste wat ik te horen kreeg: ‘Ja, maar je moet eerst apart gaan wonen, dan krijg je hier leefgeld’. Maar denk eens logisch na, ik zei: ‘Hoe kan dat? Ik heb nul komma nul, ik heb geen euro, niks op zak. Hoe kan ik dan waarborg en huur betalen? Dat heb ik niet. Bovendien sta ik op straat, want als mijn man zegt: als je de deur achter je toe trekt...’. Dan is dat eerst op een vergadering geraakt. Die wachttijden zijn veel te lang! Ondertussen moest ik maar wachten en hebben ze uiteindelijk toch de goedkeuring gegeven. Ik kreeg eerst een leefloon om daarmee een woning te zoeken. Je neemt dan het eerste het beste dat je tegenkomt. Al moesten de kinderen alle drie op één slaapkamer slapen. Van daaruit ben ik stilaan verder gegroeid.’

Patrick is niet de enige in zijn familie die met armoede te maken heeft gehad. Hij zegt: ‘Mijn moeder stapte vroeger al naar het OCMW. Dus ik kende eigenlijk de dienstverlening al een stukje. Maar om zelf die stap te zetten is soms moeilijker, ook al heb je het al eens meegemaakt. Het blijft nog moeilijk. Soms komen allerlei problemen tegelijkertijd . Dan zit je in de put en moet er proberen eruit te geraken.’


Wat je weet kun je doorgeven

De deelname aan het project heeft hen op verschillende vlakken geholpen. ‘Je leert zelf je schroom voor een stuk aan de kant te zetten. Je kunt van elkaar leren, dat is één van de basisstenen van de groep: vanuit elkaars problemen leer je wat je kunt oplossen. Zelf kun je mensen ook aanwijzen waar ze terecht kunnen. Wat je weet, kun je doorgeven. Er zijn mensen die hun weg niet vinden. Je kunt elkaar helpen.’

Pelterhoekje 2

Overpelt zet stappen vooruit

Overpelt kampt met een aantal uitdagingen om kwetsbare mensen meer proactief te bereiken. Patrick noemt er één: ‘Het stigma van “de sociale dienst is voor armoezaaiers” moeten ze doorbreken. Dat is voor hulpverleners zelf heel moeilijk om te doen en dat is begrijpelijk. In Overpelt hebben ze al stappen ondernomen, maar het is nooit helemaal genoeg. Voor sommige mensen moet je nog verder gaan. Er zijn mensen die niet durven komen. Laat de dienst dan zelf naar de mensen toestappen. Bijvoorbeeld bejaarden die niet buiten komen. Die weten niet dat ze daar terecht kunnen voor hulp. Dat de hulpverleners zelf naar mensen toegaan en zeggen: hoe is het met u? Waar kunnen we u mee helpen?’.’

‘Voor veel mensen blijft het moeilijk om daar naar binnen te gaan, want een buurman of familielid moest dat maar zien...’, zegt Nicole. ‘Bovendien hebben mensen er ook schrik voor dat ze het beetje dat ze nog hebben, wordt afgenomen. Er wordt vaak gezegd dat je wel een leefloon en voedselbedeling krijgt, maar dan moet je bijvoorbeeld je auto verkopen of huisdieren wegdoen. Dat beschouwt het Sociaal Huis als een luxe die je niet nodig hebt. Terwijl een auto en huisdieren voor veel mensen wel nodig zijn. Dat kan ook al tegenhouden om daar naartoe te gaan. Dan stel ik mij ook de vraag hoe die mensen dan een voedselpakket kunnen ophalen. Er zijn er die van ver moeten komen, dus dat is niet te doen. Pak het kleine beetje dat mensen nog hebben niet af.’

De uitdagingen voor politici in Overpelt zijn in drie grote blokken samen te vatten, volgens Rudi. ‘De eerste is: leer de mensen in uw gemeente kennen door ze te gaan bezoeken. De tweede is: maak dat uw dienstverlening bekend is. De laatste is: maak uw drempel zo laag mogelijk, zodat mensen vlot kunnen binnenlopen en zorg voor een goed en respectvol onthaal.’  

Er zijn inmiddels al verschillende verbeteringen doorgevoerd. Zo is er een brochure over de dienstverlening van het OCMW gemaakt, is er een folder over de ontmoetingsplaats en is de ontmoetingsplaats effectief geopend. Nu mag er nog volop ingezet worden op het verbeteren van de dienstverlening van het OCMW, onder andere een respectvol onthaal, en toeleiding van cliënten naar het Pelterhoekje.


Pelterhoekje: een lepeltje liefde, een wolkje geluk

De folder van het ‘Pelterhoekje’ oogt uitnodigend en warm. ‘Heb je zin in een kopje gezelligheid, een lepeltje liefde, een klontje vriendschap en een wolkje geluk’, zo luidt de voorpagina. Wie wordt daar niet direct enthousiast van? De kernwoorden voor de werking zijn ontmoeten, ontspannen, leren en participeren.

Het Pelterhoekje wordt gedragen door vrijwilligers en is iedere donderdag geopend. Het Sociaal Huis heeft een leegstaande ruimte ter beschikking gesteld en neemt de nutsvoorzieningen voor haar rekening. De ligging naast het Sociaal Huis heeft wel nadelige gevolgen voor de laagdrempeligheid van de ontmoetingsplaats. Nicole zegt daarover: ‘Teveel mensen leggen nog de link met het Sociaal Huis. We moeten altijd zeggen dat we op zelfstandige basis werken.’ In de toekomst gaat het Sociaal Huis verhuizen, dan zal men de koppeling minder snel maken. De dialooggroep mag voor de nieuwe locatie actief meeschrijven aan een plan voor een laagdrempelig onthaal.

De ontmoetingsplaats is eind juni van dit jaar geopend. Het bereiken van meer mensen is een uitdaging. Bovendien kan het personeel van het Sociaal Huis nog veel stappen zetten om naar het Pelterhoekje door te verwijzen. Dat gebeurt op dit moment te weinig. Rudi moedigt hen aan: ‘Spring eens binnen, breng mensen mee naar het Pelterhoekje.'

Pelterhoekje 3

Gedragenheid als voorwaarde

Rudi heeft veel ervaring als opbouwwerker in Noord-Limburg. Toen de gemeente Overpelt hem vroeg om met hen samen te werken, kon hij daar een voorwaarde aan verbinden. Rudi licht toe: ‘Natuurlijk, als ze mij vragen om een samenwerking op te zetten kan ik zeggen: ‘Ja, ik kom met jullie samenwerken, maar dan vraag ik ook aan jullie om een inspanning. Ik wil dan niet tegen een muur botsen en dat er niks gebeurt’. Toen is die projectoproep gekomen vanuit Vlaanderen voor het pilootproject. Overpelt wilde in het begin niet meedoen. Ze zeiden dat het een hoop werk zou kosten. Na een tijdje zijn we dan toch tot een samenwerking gekomen en wat we wel hebben gezien is dat het Sociaal Huis dezelfde openheid heeft getoond als de dialooggroep. Het Sociaal Huis wilde in alles meegaan, geen enkel verbeterpunt hebben ze afgekaatst.’

De lokale overheid is tevens een groot voorstander van het project. De secretaris en de voorzitter van de OCMW-raad waren vanaf het begin enthousiast toen Rudi het project kwam voorstellen. Tijdens de opening van het Pelterhoekje waren de burgemeester en het schepencollege aanwezig. Zij benadrukten erg blij te zijn met de ontmoetingsplaats.

Rudi erkent dat proactieve dienstverlening een andere houding van maatschappelijk werkers vraagt. Hij begrijpt dat dat niet altijd makkelijk voor hen is. ‘Zij moeten plots hun traditionele manier van werken, hun veilige haven, hun veilige bureau, loslaten en meer naar buiten komen’, aldus Rudi over de uitdagingen die men nog moet aangaan. Lokaal proactief handelen is geen makkelijk proces, maar de gedragenheid van het project bij mensen die het beleid bepalen, is van cruciaal belang.


Eenvormigheid: een advies voor de politiek

De deelname aan het pilootproject heeft Nicole een aantal inzichten opgeleverd, die ze zou willen meegeven aan politici. ‘Ik zou tegen politiekers willen zeggen: probeer een wet te maken waarin staat dat in ieder OCMW de werking een beetje hetzelfde zou moeten zijn. Nu is de werking van het OCMW of Sociaal Huis in iedere gemeente net weer iets anders. Dat maakt het nog moeilijker voor mensen om de stap te zetten, daar mag dat wel en daar mag dat niet.’

Voor de burgemeesters ziet ze een belangrijke rol weggelegd in het kader van armoedebestrijding: ‘Als alle burgemeesters de moeilijkheden in hun gemeenten wat meer zouden opvolgen, kunnen zij in de politiek ook meer gedaan krijgen, denk ik. Als ze er echt allemaal achter staan en vinden dat er iets tegen armoede moet gebeuren. Zij kunnen naar de politiek toestappen en zeggen: ‘Hey mannen, in onze gemeenten leven zoveel mensen in armoede’. Dan krijgen andere politiekers er ook een beter zicht op en ik denk dat er sommigen van gaan schrikken van hoe groot het probleem is en hoe verdoken armoede ook is. Dan kunnen ze er politiek iets aan doen. Als je de bevolking kunt helpen komt dat sowieso ten goede aan de economie’, aldus Nicole.


DE WELZIJNSPOORT: EEN ONE-STOP-SHOP

Momenteel gaat Rudi langs verschillende dienstverleners om hen over de nieuwe brochure van het Sociaal Huis en van het Pelterhoekje te informeren. Belangrijk detail: deze brochures werden door mensen in armoede zélf inhoudelijk bepaald en vormgegeven. ‘Telkens als ik bij zo’n dienst ben zeg ik dat het Sociaal Huis eigenlijk geïntegreerd zou moeten worden in een gemeentehuis. Noem het een welzijnspoort of een welzijnsloket. Waar mensen met eender welke vraag terecht kunnen. Met een welzijnsmanager die heel goed zicht heeft op waar je je rechten kunt uitputten.’ Nicole geeft het voorbeeld van het Huis van de Stad in Lommel: ‘Heel wat diensten zitten daar onder een dak. Daar zie je ook de burgemeester naar binnen en naar buiten lopen, dat geeft een heel ander beeld.’ Overpelt heeft een engagement opgenomen in het bestrijden van armoede, sociale uitsluiting en  onderbescherming. Hoewel ze nog veel stappen moet zetten, ziet de toekomst er rooskleurig uit. 


Terug naar het artikeloverzicht