De Verenigde Verenigingen verzamelt meer dan 100 zeer diverse organisaties. Het samenwerkingsverband wil de krachten bundelen en uit één mond met het beleid spreken. Wij schoven aan tafel met bestuurders Danny Jacobs en Dirk Verbist.

Jacobs en Verbist drukken er tijdens het interview meermaals op dat 'het middenveld' een meta-term is waarbij mensen zich niks kunnen voorstellen, behalve dan een middenstip met een lijn erdoor en een cirkel errond. Voor het gemak van het gesprek gebruiken ze de term toch, maar het tekent de zin voor nuance die ze ook tentoonspreiden wanneer ze het over de toekomst van het middenveld in Vlaanderen hebben.


Rechtenorganisaties krijgen het moeilijk

We starten het gesprek met de vraag of beide heren ook zien dat de politieke opdracht van het middenveld steeds vaker in vraag gesteld wordt. Ze knikken, hoewel Jacobs het vooral ziet bij organisaties die strijden voor rechten waarover er in de samenleving nog geen eensgezindheid bestaat. "Ik denk dan bijvoorbeeld aan de milieubeweging, Samenlevingsopbouw, de Noord-Zuidsector en etnisch-culturele verenigingen. Wanneer dat soort organisaties duidelijk op hun standpunt staan en die mening ook naar de publieke opinie ventileren, wordt de politiek steeds sneller zenuwachtig. Als dan ook nog eens blijkt dat ze gesubsidieerd zijn, krijgen ze wel eens het signaal dat ze hun toon wat mogen milderen. Op mijn domein, namelijk de milieusector, is dat zeker het geval. Je voelt dat omdat discussies over subsidies ineens veel langer aanslepen of niet meer op een degelijke manier worden gevoerd."

Voor Verbist is dat een herkenbaar verhaal. "In het sociaal-culturele werk, waar ik aan de slag ben, zie je dat zelfs nichespelers er steeds vaker in slagen om het publieke debat te bespelen. Ik denk bijvoorbeeld aan Wervel, een organisatie die zich voor een meer duurzame en rechtvaardige landbouw inzet. Zij staan vandaag paginagroot in de krant. Alleen krijgt dat op institutioneel vlak geen gevolg meer. De relatie tussen overheid en middenveld is daarvoor de laatste jaren te veel veranderd. Je mag nog altijd kritiek hebben en alternatieven aandragen. Ook de adviesraden bestaan nog altijd. Alleen zie je dat in de feiten kritiek niet meer zo gemakkelijk geapprecieerd wordt. De overheid zet zich dikwijls te snel vast in de interne, politieke besluitvorming waardoor externe 'spraak en tegenspraak' gewoonweg niet in het plaatje passen."

 


Gevangen in een rigide beheerslogica

Als we naar de oorzaak van die evolutie vragen, zien Verbist en Jacobs twee oorzaken op het vlak van het beleid. "De belangrijkste factor is het feit dat heel de overheid de laatste jaren helemaal gevangen zit in een rigide beheerslogica. Alles moet onmiddellijk nut hebben. Subsidies zijn enkel nog verantwoord als een organisatie onmiddellijk meetbare output genereert. Wij kunnen hier tegen elkaar wel zeggen dat systeemkritiek het beleid sterker maakt, maar in de dominante manier van denken bij het beleid is dat niet zo. Beleidsmakers zien dan ook geen reden om de tegenspraak op te zoeken. In hun ogen is dat alleen maar inefficiënt. Bovendien hebben ze de kennis en de expertise van het middenveld minder nodig dan 15 jaar geleden. In die tijd waren politieke partijen en het overheidsapparaat een flink stuk kleiner. Dat maakte het middenveld onontbeerlijk omdat men zelf niet voor elk thema een specialist in huis had. Dat is nu wel het geval. Daardoor is de cultuur van contact en overleg verdwenen. Een treffende illustratie daarvan hoorde ik van Wouter Beke. Die vertelde dat CD&V voor een 60-tal lokale mandatarissen vormingstrajecten opzet om hen te leren hoe zij het beste met het middenveld in gesprek kunnen gaan. Overleg met het middenveld is dus tot iets verworden dat ze moeten leren."

Maar er is meer aan de hand dan een nieuwe beleidsrealiteit. Onze gesprekspartners zien ook twee maatschappelijke evoluties. "Door de globalisering verschuiven de beslissingscentra. Dat maakt dat zowel middenveld als politiek minder macht hebben. We hebben niet meer de instrumenten in handen om bijvoorbeeld armoede en ongelijkheid op te lossen. Middenveld en politiek zitten op een kluit die steeds kleiner wordt, en in plaats van samen te werken aan wat nog wel mogelijk is, proberen ze elkaar wel eens van die kluit af te duwen. Dat is een van de redenen waarom het vertrouwen in instituties enorme klappen krijgt, en dan vooral die domeinen waar relatief weinig mensen dagelijks bij betrokken zijn of waarvan mensen voelen dat ze boven hun hoofd werken. De banken zijn daar met de recente crisis een voorbeeld van. Elke Vlaming staat bij wijze van spreken elke ochtend aan de schoolpoort. Dat maakt dat het onderwijs nog wel vertrouwen geniet. Maar door de professionalisering, de institutionalisering en zelfs sommige aspecten van de ontzuiling staan nogal wat middenveldorganisaties verder van de mensen af. Alle Vlamingen hebben dagelijks te maken met een sterk ontwikkeld middenveld, maar zij beseffen dit onvoldoende. Voor diegenen die dat willen, is het daardoor makkelijker om die organisaties in diskrediet te brengen en eventueel hun subsidies te schrappen."

 

Danny Jacobs


Het aandeel van het middenveld

Jacobs en Verbist steken de hand ook in eigen boezem. Als er nu een participatiemoeheid bestaat bij politici, heeft het middenveld daar ook een aandeel in. Verbist komt nog eens terug op de oprukkende beheerslogica. "Wij zijn daar veel te ver in meegegaan. Het is niet meer gezond hoeveel tijd en energie verenigingen spenderen aan de opmaak van allerhande verantwoordingsdocumenten. Het middenveld schrijft ze, de overheid leest ze. Wij houden elkaar daar maar wat mee bezig. Het is tijd om de hakken in het zand te zetten. Ik voel trouwens aan dat er daar stilaan een grondstroom voor ontstaat, ook bij de overheid trouwens."

Jacobs pleit dan weer voor meer vertrouwen. "Een dikke tien jaar geleden stond participatie nog hoog op de agenda. Jammer genoeg heeft men dat toen geoutsourcet. In plaats van dat politici zelf gingen luisteren, spendeerden ze enorme budgetten aan professionele bureaus opdat die allerlei participatierapporten zouden opmaken. Bovendien hadden wij als middenveldorganisaties ook te weinig vertrouwen in onze besluitvormers. Daarom hebben we in alle mogelijke procedures grendels, tussenstappen en terugkoppelingsmomenten laten inbouwen. Dat heeft tot een enorme inertie geleid en tot weinig coherente besluitvorming. Je zag door de bomen het bos niet meer. Participatie werd iets voor de happy few, die de regelgeving wel door en door kenden en die deskundigheid konden gebruiken om het onderste uit de kan te halen. Dat moet anders. We moeten heel de interactie met de politiek herleiden tot de vraag: hoe kunnen wij elkaar opnieuw vinden in een relatie van vertrouwen?"


Allianties

Een verwijt dat politici middenveldorganisaties al eens voor de voeten gooien, is dat ze steeds voor particuliere belangen spreken en niet voor het algemeen belang. Verbist ergert zich aan die opmerking. "Dat is een valse uitspraak. Ik kom vandaag niet veel mensen tegen die niet met het sociaal-culturele middenveld in aanraking komen. Elke Vlaming kent wel een van onze verenigingen. Wil dat zeggen dat wij voor heel de bevolking spreken? Natuurlijk niet. De legitimiteit van organisaties of sectoren hangt in de praktijk niet enkel meer af van hun kwantitatieve representativiteit. Samenlevingsopbouw moet de belangen van zijn achterban op tafel leggen, de milieubeweging die van haar leden en hetzelfde geldt voor de etnisch-culturele sector. Uiteindelijk moet het beleid daar zijn ding mee doen. Ik hoop dat ik me niet te sterk uitdruk, maar het lijkt me dat politici die verwijten over representativiteit maken, eerder aan projectie doen. Het is in ieder geval een typisch voorbeeld van die kluit die steeds kleiner wordt en spelers die elkaar ervan af willen duwen."

Een antwoord op het gebrek aan representativiteit zou erin kunnen bestaan dat middenveldorganisaties vaker allianties met elkaar aangaan. Jacobs is daar niet tegen, maar pleit er vooral ook voor dat organisaties en sectoren zich inhoudelijk sterk genoeg wapenen. "De Verenigde Verenigingen verzamelt als platform een heel aantal middenveldorganisaties net om in alliantie het gesprek met de verschillende overheden aan te gaan. Maar ik wil er toch ook op wijzen dat allianties an sich niet genoeg zijn. De uitdaging bestaat erin dat elke organisatie voor zichzelf bekijkt op welke wijze ze op een hedendaagse manier het verschil kan maken op de thema's waarmee ze werkt. Je moet eerst zelf sterk genoeg staan om zo betere samenwerkingen op te bouwen, niet omgekeerd. Dat gezegd zijnde, weet ik wel dat de verschillende sectoren ook met verschillende problemen kampen. Dat maakt dat sommige meer een sense of urgency voelen om niet in verspreide slagorde het debat met de politiek aan te gaan."

Dirk Verbist


Emanciperende rol

Als we over de politieke rol van het middenveld discussiëren, moeten we het ook over de politiserende kracht van verenigingen hebben. Jacobs geeft direct toe dat het middenveld niet genoeg van zijn emancipatorische kracht gebruik maakt. "We hebben de boot gemist omdat er door de ontzuiling bij moderne organisaties geen band meer is met ideologie. Leden zijn een soort klanten geworden, die overal hun politieke gading vinden. We hadden schrik met hen in discussie te treden omdat politici ons opnieuw een verwijt over representativiteit zouden maken. We hadden geen zin in nepargumenten als: 'jullie eisen nu wel deze maatregel, maar lang niet al jullie leden staan daarachter'. Ondertussen hebben we wel ingezien dat die keuze niet houdbaar en vooral ook niet nodig is. Mensen zijn graag politiserend bezig en zijn heus wel slim genoeg om met ons in debat te gaan. Daarom scheiden we nu het politieke van het politiserende werk."

Verbist wijst erop dat politiserend werken door de ontzuiling helemaal is veranderd. "Mensen zijn hoger opgeleid en ideologisch vrij. Dat maakt dat politiserend werk minder dan vroeger met overtuigen te maken heeft en meer met verleiden. Ik zie, meer dan een paar jaar geleden, dat veel organisaties de stap gezet hebben om dat op een hedendaagse manier te doen. De nieuwe campagne van Welzijnszorg en Welzijnsschakels, die over armoede op het platteland gaat, is daar een goed voorbeeld van. Als je ziet dat zij erin geslaagd zijn om organisaties als Mobiel 21, de KVLV en de Landelijke Gilden te overtuigen om campagnepartner te zijn, dan vind ik dat fantastisch. Een ander voorbeeld is OKRA dat duurzaamheid als jaarthema heeft gekozen. Dat soort verbreding naar organisaties die niet met de vlag voorop zullen lopen, vind ik heel mooi en zinvol."

Loop je in zulke situaties niet het risico dat de professional met zijn kennis en overtuiging niet vooruitloopt op de leden? Verbist en Jacobs merken die spanning niet echt op. "Het gaat er ook om hoe je dat aanpakt. De discussie gaat minder over de links-rechtsdiscussie en meer over de vraag hoe we met verandering omgaan. Mensen voelen aan dat onze samenleving razendsnel verandert. Dat brengt veel onzekerheid met zich mee. Als middenveld moet je kijken hoe je daarmee aan de slag gaat. Zoals gezegd, zie je dat veel organisaties daar enorme stappen vooruit gezet hebben. Dat zorgt er ook voor dat vooral jongeren ons niet meer als geitenwollensokken zien."

Nochtans is het wel een discours dat bij een bepaald soort populistische politici opgang maakt: het middenveld als wereldvreemde, overgesubsidieerde club. Terwijl Verbist dat ook aanvoelt, pleit hij er vooral voor dat verenigingen zich niet in het defensief laten drukken door dit soort retoriek. Jacobs voelt de dreiging minder. Hij is ervan overtuigd dat politici wel opletten om de achterban van grote organisaties te schofferen. Wanneer het toch gebeurt, ziet hij er de stuiptrekkingen van het verzuilingsdebat in. "Het gaat vooral om vakbonden die werkloosheidsuitkeringen betalen, en mutualiteiten die de ziekteverzekering mee uitvoeren. Ik denk dat zulke discussies andere organisaties wakker moeten houden. Niets is vanzelfsprekend en alles kan in vraag gesteld worden, ook de activiteiten die je vroeger als jouw kerntaak zag. Ik denk dat dat een logische maatschappelijke trend is. Door het wantrouwen waar we het daarnet al over hadden, moeten de grote instituties zoals overheid, middenveld en media zich permanent legitimeren."


Markt en middenveld

Een institutie die zich inderdaad zelden moet verantwoorden, is de markt. In dit gesprek vragen we er dan zelf naar. Al snel blijkt dat we daarmee een dada van Jacobs hebben aangeraakt. "De rol van de markt neemt toe. Dat gaat bijzonder snel. Zo snel dat we amper beseffen hoe hard ons werk erdoor verandert. Dat heeft een intern en een extern luik. Intern betekent het dat je jezelf als speler op de markt positioneert. Je biedt dienstverlening aan of je realiseert je eigen commerciële ideeën in plaats van ze aan anderen weg te geven. Dat wil zeggen dat je verdienmodellen moet ontwikkelen en die probeert te combineren met subsidies. Dat zorgt al eens voor spanning in een organisatie omdat het een hoge mate van professionalisering vergt. Vaak verandert het ook je organisatiecultuur. Dat is niet gemakkelijk, maar het is een verandering waar je wel door geraakt."

Het externe luik is veel problematischer. Jacobs geeft zelfs toe dat het een factor is waarnaar hij met een zekere angst kijkt. Het gaat hier om het vrijemarktdenken dat de Wereldhandelsorganisatie en in het verlengde daarvan de Europese Unie oplegt. "De Europese Commissie vindt het in veel gevallen een aanvechting van het EU-verdrag wanneer gesubsidieerde verenigingen zich op de markt begeven. Ik geef een voorbeeld: de BBL heeft als corebusiness natuurgebieden aankopen. Maar wanneer wij daar het hout kappen en verhandelen, of tegen een vergoeding geleide bezoeken aanbieden, dan riskeren we veroordeeld te worden voor oneerlijke concurrentie. Wij worden immers gesubsidieerd en bedrijven die dezelfde diensten aanbieden niet. Dat is zeer moeilijk werken. Anderzijds stelt een Europese richtlijn dat organisaties die een bepaald niveau van subsidies krijgen, aan marktbevraging moeten doen vooraleer ze een opdracht uitbesteden. Wij doen dat al jaren, vaak met dezelfde bedrijven waarover wij heel tevreden zijn. Toch moeten we dat nu openstellen. Dat gaat ons geen betere diensten opleveren, maar we moeten er wel zeer veel overheadtijd en -kosten aan spenderen. Het is absurd, maar je hebt geen keuze. Vanaf dat er ergens één bedrijf klacht neerlegt, zit je met de gebakken peren."

Verbist geeft aan dat de Verenigde Verenigingen wel lobbyt om uitzonderingen te verkrijgen. Maar zeker op Europees niveau is dat moeilijk. "De vrijemarktlogica zit zo diep in het DNA van de EU dat het bijna onaantastbaar is. Bovendien kent Europa ons middenveldmodel niet. In hun ogen ben je ofwel overheid, ofwel marktspeler. We zullen nog veel tijd nodig hebben om dat uit te leggen. Ik zie wel dat we daar nieuwe partners voor kunnen vinden. Zo zien we dat bijvoorbeeld middenstandsorganisaties hier ook bezorgd om zijn. Een tijdje geleden berekende Unizo hoeveel kleine handelaars aan allerhande middenveldorganisaties verkochten. Dat was een gigantisch bedrag. Vaak gaan die contacten via informele weg. Paul is beenhouwer en lid van een lokale gesubsidieerde vereniging, die een barbecue houdt. Die typisch Vlaamse manier van werken komt met deze regelgeving onder druk te staan. Het geeft aan dat dit geen zaak is van het middenveld tegen de markt, maar van grote tegen kleine spelers. Want het zijn uiteraard de grote bedrijven die deze wetgeving geschreven en doorgeduwd hebben."


Hybride organisaties

De analyse van onze gesprekspartners geeft aan dat zowel markt als overheid de rol en de positie van het middenveld bedreigen. Verbist ziet twee problemen. "Als ik zie dat de overheid de integratiesector in een Extern Verzelfstandigd Agentschap (EVA) onderbrengt, dan geloof ik niet dat het voor die organisatie nog mogelijk is om echte systeemkritiek op het beleid te geven. Tegelijk zie ik dat het marktdenken de sociale economie ingepalmd heeft. Beschutte werkplaatsen staan daar als concurrenten tegenover elkaar. Het gevolg is dat ze zo efficiënt mogelijk gaan werken in plaats van te investeren in de meest kwetsbare werknemers. Hoe kan je op die manier nog een emanciperende rol spelen? Nochtans zijn die systeemkritiek en emancipatie twee kernopdrachten van het middenveld. We moeten samen nadenken hoe we dat kunnen behouden."

Jacobs is het daar volmondig mee eens, maar hij waarschuwt voor makkelijke antwoorden. "Het klopt dat de positie van middenveldorganisaties zeer complex geworden is en dat zal in de toekomst ook zo blijven. Maar het is volgens mij zeer moeilijk om verenigingen los te zien van markt of overheid. Het middenveld zal in de toekomst uit hybride organisaties bestaan. Daarbij moeten we goed nadenken hoe we de meerwaarde van ons model kunnen behouden en hoe we daar genoeg maatschappelijk debat over kunnen genereren. Maar dat moet op een verstandige manier gebeuren. Met alleen maar simpele slogans als 'we moeten meer politiseren' of 'weg met de vrije markt' zullen we er niet komen.'"

 

Terug naar het artikeloverzicht