In zijn jongste boek, ‘De democratie voorbij’, slaat Luc Huyse alarm. Ons politiek systeem is steeds meer onder de invloed van de logica van de markt. Dat holt de democratie en de sociale welvaartstaat uit. Volgens Huyse moeten burgers opnieuw meer coproducent van politieke beslissingen worden. Daarom pleit hij voor een herwaardering van de staat, participatieve experimenten … en voor meer zuurstof voor het middenveld.

Elke samenleving, ook de democratische, bestaat uit drie bouwstenen: de bevolking, de politiek en de economie. De huidige malaise is veroorzaakt door een nefaste verstoring van hun relaties. Dat heeft te maken met de onstuitbare opmars van de marktlogica. Bovendien hapert nu ook geregeld de bemiddeling waarvoor allerlei organisaties en verenigingen instaan.  Verbruikersorganisaties, bijvoorbeeld, verbinden de bevolking met de markt, Samenlevingsopbouw brengt (kwetsbare) mensen in contact met politici, werkgevers- en nemersorganisatie slaan een brug met de politiek. Die wereld van bemiddelaars krijgt in Vlaanderen het label middenveld opgeplakt. En op dat veld zijn in de relaties met elk van de drie bouwstenen problemen ontstaan. 

Luc huyse 6751

Foto: "Luc huyse 675" by Michiel Hendryckx - CC BY-SA 3.0


Markt

U stelt dat onze representatieve democratie zwaar aangetast is door de invloed van de markt. Dat is niet van vandaag op morgen gebeurd. Hoe is het zo ver kunnen komen?
Huyse: Het is inderdaad een voortschrijdend proces geweest. Eigenlijk hebben de markt en de politiek maar een korte periode echt in balans gelegen. Van 1944 tot een stuk in de jaren ’70 erkenden beide zones elkaars logica. De ene streefde naar winst, de andere naar herverdeling. Het besef leefde dat geen van beide werelden het andere mocht domineren. Maar met de opkomst van het neoliberalisme, in gang gezet door Margaret Thatcher en Ronald Reagan, zijn die grensafspraken opzij geschoven.

Wie was daar verantwoordelijk voor?
Huyse: Het is te gemakkelijk om één iemand met de vinger te wijzen. Het gaat hier om een gedeelde verantwoordelijkheid. De markten hebben dat proces zeker bewust op gang gebracht, maar ook de neoliberale partijen hebben boter op het hoofd. De motor van deze evolutie was de neoliberale visie op de samenleving, die de plaats van bevolking, staat en markten radicaal herdacht. Het gevolg was dat de markten de politiek via verscheidene trajecten zijn binnengedrongen.

Kunt u dat concreet maken?
Huyse: Er zijn voorbeelden te over. Denk aan de privatisering van publieke taken. De overheid die steeds meer taken afstoot ten voordele van commerciële organisaties. Of de ontmanteling van overheidstoezicht die bedrijven steeds meer de vrije hand geeft. Belangrijk is ook de introductie van het zogeheten Nieuw Publiek Management waarmee het ondernemingsmodel in de politiek en de overheid wordt geïnjecteerd. Maar het meest in het oog springende is de sluipende introductie van de marktlogica in sommige kernspelers op het middenveld. De levensbedreigende crisis die het ACW sinds de bankencrisis van 2008 meemaakt is daar het duidelijkste voorbeeld van.

Je moet maar een krant openslaan en je ziet dat de opmars van de markten nog steeds bezig is. Nog steeds leeft de vraag naar minder regeltjes en nog steeds heeft men het over de afslanking van de overheid. Is die evolutie die u beschrijft dan nog niet afgelopen?
Huyse: Zeker. De meerderheid van de Vlaamse partijen, bijvoorbeeld, zijn nog steeds voor een kleinere overheid en de uitbesteding van publieke taken aan bedrijven. Zelfs als het over kernfuncties van de overheid gaat, zoals het geweldsmonopolie of de armoedebestrijding. Het enige domein waar er een kleine correctie optreedt is in de wereld van de haute finance. Met de bankencrisis lijkt die toch te ver gegaan te zijn. Zeker op Europees niveau wil men daar toch opnieuw wat controle over krijgen. Maar dat loopt niet gemakkelijk. Banken hebben de beste en hardnekkigste lobbyisten.

Kan het middenveld meer doen om dit te counteren? Kan het überhaupt tegen zulke krachten op?
Huyse: Mijn boek is een wake-up call in de richting van middenveldorganisaties. Zij beseffen wat er gaande is, maar toch nog onvoldoende. Ze expliciteren het in ieder geval niet genoeg. Men maakt te weinig een gezamenlijke vuist, wat nochtans broodnodig is. Het is tijd om samen te zitten en het gevaar te benoemen. Laten we duidelijk zijn: onze welvaartstaat overleeft een doortocht van een nieuwe Thatcher niet. Het gaat zelfs nog dieper: de neoliberale plannen bedreigen het wezen van onze democratie, waarop de verzorgingsstaat is geënt.

driehoek

Afbeelding uit 'De democratie voorbij'

Bevolking

Een concrete manier waarop middenveldorganisaties verzet kunnen bieden, is door in hun acties meer politisering te brengen. Hoe ziet u dat?
Huyse: Ik ben daarvan overtuigd. Ik heb het dan niet over partijpolitiek, maar over de integratie van mensen in de politiek. Integratie niet in de context van migratie, maar sociologisch: van individuen weerbare en actie burgers maken. Als je mensen samen laat bouwen aan democratie en samenleving train je hen in solidariteit, compromisvorming, en respect voor elkaars visie.

In uw boek spreekt u in dat verband over ‘mensen tot coproducent van politieke beslissingen maken’.
Huyse: Inderdaad. Het is ongezond wanneer mensen in een democratie enkel consument van het beleid zijn. En we zijn er nog niet. Een passage in het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse regering zegt letterlijk dat zij “voluit voor de overheidsklant” wil gaan.  We moeten de bevolking engageren om meer te zijn dan een passieve klant. Er zijn verschillende wegen om die rol van coproducent in te vullen.  

Kunt u daar een voorbeeld van geven?
Huyse: Dat kan best op het lokaal  niveau beginnen. Een voorbeeld dat de laatste tijd nogal wat aandacht krijgt, zijn de zogeheten ‘budget games’ of de voorbereiding van wijkbudgetten. Wijkcomités krijgen de opdracht te bespreken wat mensen in hun buurt op korte termijn gerealiseerd willen zien. Wat zijn hun drie prioriteiten? De middelen zijn beperkt en het aantal voorstellen is onvermijdelijk groot. De deelnemers moeten dus eerst op buurtniveau en in tweede instantie op het vlak van de gemeente tot compromissen komen. Bovendien laat deze oefening zien dat belangen uiteenlopen en solidariteit nodig is. Dat is de essentie van politiek in een democratie: mensen uitnodigen om groepsgewijze tot voorstellen te komen en tegelijkertijd bereid te zijn om met andere meningen rekening te houden. Voor mij is dat politiseren. Het middenveld heeft dit altijd gedaan, weliswaar met wisselend succes en wisselende inzet.

Samenlevingsopbouw maakt voor zichzelf de analyse dat we te weinig gepolitiseerd hebben. We hebben mensen te weinig bewust gemaakt dat de neoliberale visie vaak tegen hun belang ingaat. Herkent u dat?
Huyse: Dat is zeker zo en dat geldt niet alleen voor Samenlevingsopbouw. Beweging.net - het nieuwe ACW - ziet politisering nu ook als één van zijn drie belangrijkste opdrachten. Het gaat in feite om het besef dat je de democratie en de verzorgingsstaat elke dag opnieuw moet verdienen.

Maar hoe eenvoudig is het om op politisering in te zetten? De relatie tussen middenveld en bevolking staat onder druk. Er is nogal wat wantrouwen?
Huyse: Dat wantrouwen is er zeker. Dat merkte ik heel sterk in de vragen die journalisten me naar aanleiding van dit boek voorschotelden. Die waren heel sterk tegen de grote en gevestigde verzuilde organisaties gericht. Daarbij dook het spook van het financieel ACW-debacle altijd wel ergens op. Andere middenveldorganisaties delen ten onrechte in dat wantrouwen. Bovendien zit er een negatieve bijklank aan het woord politisering. Mensen schrikken ervoor terug. Ze associëren het met partijpolitiek en zijn als de duivel om daar een speelbal van te worden.

Begrijpt u dat wantrouwen?
Huyse: Eigenlijk wel. Zeker de grote organisaties hebben in het verleden een dubbele rode lijn overschreden. Enerzijds zijn ze te dicht tegen de partijpolitiek aangeschurkt. Anderzijds hebben ze de marktlogica te innig omarmd. Als je dat doet, dan zit je niet meer op middenveld meer en crasht je rol als bemiddelaar. Dan zit je deels in de staat en deels in markt.


Politiek

In ‘De democratie voorbij’ beweert u een aantal keer dat een sterk middenveld dat zich met de politiek bemoeit, met name ook voor onze politici voordelen kan opleveren. Kunt u dat toelichten?
Huyse: Ik denk dat we soms niet beseffen hoe diep het water tussen politiek en bevolking geworden is. Dat merk je vooral in het gemak waarmee mensen van partijpolitieke voorkeur veranderen. Tegelijkertijd weten politici ook niet meer wat er nu precies bij hun kiezers leeft. Verkiezingen geven daar niet genoeg zicht op. Bovendien stemmen nogal wat mensen tegen hun eigen belang in wat het voor onze beleidsmakers moeilijk maakt om de echte noden te kennen. Ze proberen die gebrekkige kennis aan te vullen met eigen peilingen, maar dat is niet voldoende. De politieke agenda, wat politici belangrijk vinden, spoort veel te weinig met datgene waar de mensen echt van wakker liggen. Wat politici denken dat mensen willen, wijkt enorm af van wat mensen in feite willen. Een voorbeeld: in een enquête van de VRT over welke beleidsthema’s de Vlaamse bevolking op de politieke agenda wil zetten, bleek een verdere hervorming van België pas op plaats 14 te staan. Als je diezelfde vraag aan politici zou stellen, was het verschil enorm. Tot voor kort stond dat punt in de Wetstraat met stip bovenaan. Het middenveld kan onze politici een uitweg bieden. Daar bevindt zich een indrukwekkend maar verwaarloosd reservoir van politiek en sociaal inzicht en engagement en van inzetbare deskundigheid.

Spelen de media geen funeste rol in die foute beeldvorming?
Huyse: Zeer zeker. Zij hanteren vaak dezelfde politieke agenda als de politici. In de aanloop van de voorbije verkiezingen hoorde ik een hele boel journalisten beweren dat links en rechts terug van weggeweest waren. Daarmee bedoelde men dan het debat over de verdeling van schaarse goederen in onze samenleving. Tja! Het probleem van de ongelijke verdeling is nooit weg geweest natuurlijk. Het verbazende is dat als je het aantal zenduren per thema zou optellen, je niet uitkomt bij de prioriteitenlijst van hun eigen onderzoek. Nogmaals: het middenveld is, als het wil en mag, veel beter in staat om uit te leggen wat er bij de mensen leeft. Het zit minder gevangen in een logica van kijkcijfers en kan dus veel genuanceerder tewerk gaan.

Zijn politici zich daarvan bewust?
Huyse: Ik denk van wel. Off the record zeggen politici en journalisten dat wel eens. Maar dat kunnen ze natuurlijk niet hardop toegeven. Wat een publieke biecht zou dat niet zijn? Trouwens, de huiscultuur in de Wetstraat en in de redactiekantoren laat dat nauwelijks toe.

In ‘De democratie voorbij’ wijst u er op dat de politiek behoorlijk wat macht heeft moeten inboeten ten voordele van bijvoorbeeld de private sector. Tegelijk trekt de overheid meer macht naar zich toe door de greep op het middenveld te verstevigen. De integratiesector die tot een extern verzelfstandigd agentschap (EVA) is omgevormd, is daar het voorbeeld van. Moeten we dat als een tegenbeweging zien?
Huyse: Ik denk dat dat inderdaad compensatie is. Meer dan tien jaar geleden al vergeleek ik moderne politici met Gulliver, die achteroverliggend op duizend-en-één punten ingesnoerd is door wat rondom hem gebeurt. Wat men met de ene hand heeft moeten afstaan aan Europa en de markten probeert men met de andere hand terug te winnen door overregulering ten koste van de gemeenten en het middenveld. Regeldrift is het wapen van het wantrouwen en, zo te zien, is het in het Vlaams regeerakkoord beloofde vertrouwen nog niet voor morgen. Ook op dit vlak erkent men off the record wel dat dit absurd is, maar toch denk ik niet dat deze trend gaat afnemen.

Toch lijkt die overregulering soms de goedkeuring van sommigen in de bevolking weg te dragen.
Huyse: Ja, hier en daar geldt voornamelijk de overtuiging dat ze ‘de anderen’ moeten aanpakken. Het is een vorm van NIMBY. Werkgeversorganisaties als VOKA en UNIZO hebben daar trouwens ook last van. Zij pleiten voortduren voor deregulering, maar een werkloze kan niet genoeg gecontroleerd worden.

Wat kunnen middenveldorganisaties beter doen om hun cruciale rol terug te spelen?
Huyse: Ik vrees dat het niet eenvoudig zal zijn. Niet langer de dubbele rode lijn overschrijden, waarover ik het al had is een basisvoorwaarde. Ook onderlinge muren afbreken is nodig. Zich collectief opstellen, lijkt mij een sine qua non. Middenveldorganisaties moeten netwerken vormen, die samen gelijkaardige acties ontwikkelen. Door samen op te komen, wordt je sterker. Kwb, Femma en de vakbonden zijn daar mee bezig. Maar de krachten moeten ook buiten de eigen organisaties gebundeld worden. Het memorandum (van eind april 2014) van de Verenigde Verenigingen is een uitstekend voorbeeld. Daar sta ik helemaal achter. Het is op die manier dat je de overheid en het grote publiek duidelijk maakt dat het niet om rationeel beleid, maar om compensatie gaat. Meer dan tien jaar geleden al vergeleek ik moderne politici met Gulliver, die achteroverliggend op duizend-en-één punten ingesnoerd is door wat rondom hem gebeurt. Daarom willen ze hun bestaansredenen bewijzen door macht weg te pakken van actoren, die ze wel de baas kunnen.



Luc Huyse: ‘De democratie voorbij’ (Van Halewyck) is te koop bij de betere boekhandel