“Werklozen zijn zwakke, onaangepaste luiaards die van ons sociaal systeem profiteren.“ Met slechts een klein beetje overdrijving is dat het beeld dat de publieke opinie en nogal wat politici over mensen zonder job hebben. Project Droomjob wil zulke vooroordelen de wereld uit helpen.

Droomjob is een project dat Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen samen met Wieder vzw op poten zette. Het doel was om kwetsbare mensen die ver van de arbeidsmarkt staan, opnieuw een kans op een baan te geven. Om te slagen zet Droomjob in op een integrale aanpak en een doorgedreven samenwerking met tal van Brugse organisaties die op het snijpunt van werk en welzijn aan de slag zijn. Opbouwwerker Fred Boone en Marianne Tyttens van de lokale werkwinkel vertellen ons hier meer over. Voorts zitten André en Alain aan tafel. Zij getuigen over wat ze als deelnemer aan Droomjob gehad hebben.

Foto 1

Een integrale aanpak

Eigenlijk was de fase die Droomjob net afgesloten heeft, al het tweede deel van het project. Terwijl ze in eerste instantie vooral deelnemers uit armenvereniging Wieder hadden geronseld, gingen Fred en zijn collega Pascale nu breder op zoek. “We vroegen aan kernpartners zoals de lokale werkwinkel, het OCMW, de vakbonden en CAW Noord-West-Vlaanderen om ons mensen te sturen die gemotiveerd waren om werk te vinden, maar via de geijkte kanalen telkens op een muur botsten,” herinnert Fred zich. “We wilden twee jaar lang uitdrukkelijk met de meest kwetsbaren aan de slag. Uit het eerste deel van het project hadden we geleerd dat sommige mensen echt vastzitten, als in een moeras. Zij raken daar op zichzelf niet uit. Je kunt hen wel verplichtingen opleggen en eisen dat ze hun best doen, maar dat alleen werkt niet. Met de standaardbemiddeling kom je er niet.”

Zo kwam Alain via de werklozenwerking van het ABVV bij Droomjob terecht. Hij volgde al tal van cursussen, waaronder Duits, Spaans en IT-technieken. Dat leverde hem een mooie CV op, maar hij op sollicitaties viste hij telkens achter het net. Zijn uiterlijk en uitstraling spelen daar een cruciale rol in. “Op de duur voel je al heel snel aan dat een gesprek alweer op niets zal uitdraaien. Je staat daar telkens weer machteloos tegenover. Dat is zo frustrerend! Eigenlijk wil ik gewoon een kans, zodat ik mij op de werkvloer kan bewijzen.”

Droomjob was voor Alain een plek waar hij stoom kon aflaten. Bij de officiële instanties kon hij over zijn woede moeilijk praten. Marianne knikt. “Dat is een herkenbaar verhaal. Als voormalig-vestigingsverantwoordelijke werkwinkel Brugge heb ik dat vaak gezien. Ik geniet nu van mijn pensioen, maar ik heb Droomjob steeds verdedigd als de ontbrekende schakel in de werking van de VDAB. Sommige mensen kampen met zoveel problemen dat het geen zin heeft om hen zo snel mogelijk naar werk te begeleiden. Je moet eerst naar al die andere levensdomeinen kijken. Met de W²-projecten probeert VDAB dat wel, maar de integrale aanpak van Droomjob is toch nog van een andere orde.”

Het verhaal van André bewijst dat problemen op de arbeidsmarkt vaak elders hun oorzaak hebben. “Toen het CAW mij Droomjob voorstelde, zat ik in een opvangcentrum voor daklozen. Dat maakt solliciteren zeer moeilijk, want werkgevers herkennen je adres. Het was steeds hetzelfde liedje ‘U woont op de Willemijnendreef 16 … Is dat niet dat daklozenopvangcentrum? Ah zo. We bellen u later deze week wel terug.’ Wat ze uiteraard nooit deden. Bij de VDAB dezelfde situatie. Ik mocht aan een cursus bouw en renovatie beginnen. De eerste dag loopt alles vlot, maar in een gesprek vertel ik in alle eerlijkheid dat ik in een opvangcentrum verblijf. Ineens sloeg de stemming om. ‘Ga jij dit wel kunnen? Ben jij wel genoeg gemotiveerd?’ Ik geraakte daar zo door gemotiveerd, dat ik de cursus niet heb kunnen afmaken. Ik zat toen heel diep. Gelukkig ben ik dankzij Droomjob op een kleine twee jaar van de bodem van de put omhoog gekropen. Nu ben ik er bijna helemaal uit.”

Foto 2

Het cliëntenoverleg

Via Droomjob slaagde André erin om uit het mannenopvangcentrum te geraken. “Via de contacten in het project kreeg ik de conciërgewoning van een OCMW-gebouw dat mensen met een mentale beperking huisvest. Ik ben er nachtwaker en ondersteun de nachtploeg als dat nodig is. Sinds ik verhuisd ben, is er een enorme last van mijn schouders gevallen. Ik loop veel minder gespannen. Tegelijk besef ik heel goed dat ik dit alleen niet had gekund. Dankzij Droomjob kreeg ik een netwerk van sociaal werkers en collega’s die in hetzelfde schuitje zitten.”

Fred legt uit hoe het project tewerk ging. “Elke deelnemer kreeg een werk- en een welzijnscoach toegewezen voor permanente ondersteuning. Maar even cruciaal was het cliëntenoverleg. In nauw overleg met de betrokkene brachten we een groep van hulpverleners en mensen uit hun netwerk bij elkaar. Samen stelden we een stappenplan op. Een medewerker van de provincie West-Vlaanderen zat het overleg, als objectieve derde, voor. Dit overleg liet de deelnemer voelen dat hij een heel team achter zich had staan. Een belangrijk neveneffect was trouwens het feit dat de verschillende hulpverleners met elkaar konden kennismaken. Ook zij stonden dus niet alleen.”

De deelnemers kregen individueel volop ondersteuning, maar als rechtgeaard opbouwwerkproject zette Droomjob ook resoluut in op groepswerk. Alain bekent dat hij veel aan deze gesprekken had. “Je ontmoet lotgenoten en wordt sterker door hun verhalen, want je hoort dat je niet alleen staat en dat jouw problemen niet eens de ergste zijn.”Tijdens bijeenkomsten kwamen er een aantal gedeelde collectieve ervaringen naar boven. “Daarop hebben we gereageerd door vorming aan te bieden”, herinnert Fred zich. “Die ging over communicatie en uitstraling. Ik had de indruk dat dit direct resultaat had.” André zit te knikken. “Mij heeft die vorming inderdaad een enorme boost gegeven. Ik heb daar inhoudelijk niet zo veel bijgeleerd, maar net daardoor ging er een wereld voor mij open. Ik ervaarde dat ik al dingen wist en kon. Het stomme feit dat ik die bevestiging kreeg, deed mijn afgebrokkelde zelfvertrouwen enorm deugd. Ik bleek niet zo nutteloos als ze mij de voorbije jaren hadden doen geloven.”


De vrijheid om af te wijken

Ondertussen wijst Fred op nog een andere troef waarover Droomjob beschikte. “Misschien wel onze grootste sterkte was het feit dat wij een proeftuin waren waarin we zaken konden uitproberen. Enkel door die vrijheid konden we uitzoeken waar de hefbomen en waar de hindernissen liggen om mensen in een kwetsbare positie naar werk te begeleiden.”

Marianne beaamt dat. De grote institutionele spelers hebben niet altijd de ruimte om zich aan kwetsbare mensen aan te passen. Dat is geen verwijt. De overheid geeft hen de middelen er vaak niet voor. Maar je moet wel realistisch zijn en durven zeggen dat een aanpak die voor iedereen dezelfde is, gewoon niet werkt. Ik geef een voorbeeld. Bij Droomjob hadden we een deelnemer met een getroebleerd verleden en een moeilijke thuissituatie. Hij moest voor zijn jongere zus en voor zijn moeder, die met een psychische problemen kampte, zorgen. Toch ging hij een opleiding van de VDAB volgen waarvoor hij heel de provincie moest doorkruisen. Dat betekende elke ochtend om 5 uur opstaan en ’s avonds pas laat thuiskomen. Als hij vijf minuutjes eerder de les mocht verlaten, zou hem dat dagelijks anderhalf uur winst opleveren. Maar dat mocht niet en dat zou niet. Het gevolg was voorspelbaar. Hij hield het nog geen twee maanden vol en raakte daardoor in een neerwaartse spiraal. Uiteindelijk is hij zelfs helemaal van de radar verdwenen.”

Het argument dat je steeds voor je voeten geworpen krijgt, is dat werkgevers verwachten dat sollicitanten er staan”, schudt Fred het hoofd. “Maar die houding is volslagen contraproductief. Als je onze doelgroep oprecht wilt activeren, moet je een aantal tussenstappen inbouwen. Zie je die over het hoofd, dan ga je geen resultaat boeken. Daarom moet je middelen vrijmaken en vooral begrip tonen. Dat is geen teken van zwakte, maar van realiteitszin.”

Foto 3

50 tinten grijs

In het publieke debat is die realiteitszin echter vaak ver zoek? Nog veel te dikwijls zetten media en politiek werklozen neer als profiteurs. In hun ogen kan enkel een genadeloos strenge aanpak tot succes leiden. Het is duidelijk dat de deelnemers aan Droomjob dit discours als uiterst kwetsend ervaren. “Als ik die onnozele uitspraken van politici hoor, dan kookt mijn bloed”, geeft Alain eerlijk toe. “Ik probeer er rustig onder te blijven, maar het stigma is groot.” André probeert het filosofisch op te nemen. “Het is eigen aan mensen om vooroordelen te hebben, zeker? Zo lang je zelf niet een lange tijd zonder werk gezeten hebt, is het blijkbaar moeilijk om je in onze situatie in te leven. Dan ga je werkelijk denken dat iedereen die echt wil werken, wel een job vindt.”

Droomjob zag het van in het begin als zijn taak om zulke vooroordelen uit de wereld te helpen. Daarom lanceerde het project samen met De Lijn een sensibiliseringscampagne. In juni 2015 reden de Brugse bussen met de slogan “50 tinten grijs vindt iedereen tof. Werklozen bekijkt men zwart-wit”  groot op hun flank.


Politici confronteren

Maar ook de Brugse politici werden onder handen genomen en dan vooral de twee peters van het project: de voorzitter van het OCMW en de schepen van Werk. Beiden waren eregast op de twee toonmomenten, die Droomjob hield. Hoewel Alain en André hadden gehoopt dat beide mandatarissen zich nog meer voor hun zaak zouden inzetten, is Fred toch tevreden. “We hebben die momenten uitgebreid met de groep voorbereid. De deelnemers hebben hen een brief voorgelezen en iedereen kreeg de kans om zichzelf voor te stellen en uit te leggen voor welke uitdagingen hij stond. Misschien was het voor de politici een verplicht nummertje, maar vergeet niet dat het voor hen niet evident was om onze mensen te ontmoeten. Ze konden namelijk geen positief verhaal ophangen, want ze staan een hardere aanpak van werklozen voor. De confrontatie met onze mensen kroop niet in hun koude kleren.”

Bovendien heeft Marianne het gevoel dat het beleid een aantal zaken uit het Droomjobproject gefilterd heeft. “Wij hadden bijvoorbeeld een deelnemer die met chronische tandontstekingen kampte. Dat hinderde hem enorm bij het praten en het was bovendien geen zicht. Het leed geen twijfel dat dit zijn kansen op een job enorm hypothekeerde. Daarom hebben wij besloten zijn tandprothese te financieren. Het OCMW neemt die maatregel nu over. Daarnaast wil de stad in de toekomst vacatures voor jobstudenten vrijhouden voor laaggeschoolden. Dat was één van onze ideeën. Het zijn maar twee slimme maatregelen waarvan wij durven zeggen dat wij ze een duwtje in de rug gegeven hebben.”

Foto 4

En de toekomst?

Nu de tweede fase van Droomjob is afgerond, publiceerde het project ‘OverBruggen. Samenwerken voor werk in Brugge’. Het boek vertelt welk traject de deelnemers, maar ook de kernpartners van Droomjob de voorbije twee jaar hebben afgelegd.

Of er een doorstart van Droomjob komt, weet Fred niet. “Het heeft allemaal met middelen te maken. De integrale aanpak die wij voorstaan, betekent dat je er echt mensen voor moet vrijmaken. Dit is geen taak die je er zo maar even bij neemt. Ook voor sociale organisaties is dat vandaag niet evident. Elk heeft zijn missie, zijn meerjarenplannen ... In een periode waarin de politiek andere keuzes maakt, moet je immers focus houden.”

“Bovendien kiest dat beleid ervoor om bij de toekenning middelen te werken met tenders”, vult Marianne aan. “Kleine lokale initiatieven krijgen daardoor zo goed als geen kans. Het zijn de grote spelers die ze binnen halen en eerlijk gezegd vraag ik mij af of het sociale aspect bij hen wel altijd de hoogste prioriteit heeft.  Eigenlijk moeten we ons dringend vragen stellen bij de huidige beleidskeuzes. Politici besparen op zaken die echt nodig zijn en tegelijkertijd verwachten ze dat mensen zo maar aan de slag kunnen. Echt rationeel is dat niet.”

Ondertussen zet Alain zijn zoektocht naar werk voort. Door Droomjob heeft hij zijn focus naar andere banen uitgebreid, zoals chauffeur. “Ik onthoud vooral dat ik niet mag opgeven. Ik moet mensen aan hun mouw blijven trekken. Bovendien sta ik dankzij dit project bovenaan de wachtlijst van een speciale W²-begeleiding, die nog meer maatwerk wil bieden. Ik hoop dat het werkt, want ik ben ervan overtuigd dat eens ik op de werkvloek kan tonen wat ik waard ben, ik gelanceerd ben.”

André kon dankzij Droomjob aan de slag bij de groendienst van de stad Brugge. Jammer genoeg is zijn artikel 60 contract een paar dagen voor ons gesprek afgelopen. “Het eerste wat ik nu ga doen is mijn rijbewijs halen. Met de ervaring die ik nu heb opgedaan zou ik graag in de tuinbouwsector blijven, maar daarvoor is het essentieel dat ik zelf kan rijden. De theorie heb ik gehad. Nu moet ik nog zien te slagen voor mijn praktisch examen. Het probleem is dat, zo lang ik voor de stad werkte, ik met hun auto kon oefenen. Nu moet ik met eigen middelen een oplossing zoeken. Als je een groot netwerk hebt of genoeg financiële reserve is dat te overbruggen. Maar als je dat geluk niet hebt, is het toch weer incasseren. Vroeger was dit een enorme klap geweest, maar dankzij Droomjob heb ik genoeg zelfvertrouwen om te geloven dat ik dit probleem de baas kan.”

Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.