Is solidariteit nog mogelijk in een superdiverse samenleving die steeds meer gefragmenteerd lijkt? Vier jaar lang dachten de medewerkers van onderzoeksproject DieGem (Diversiteit en Gemeenschapsvorming) na over de vraag wat ons vandaag nog bindt? Wij vroegen Marc Jans, coördinator valorisatie bij DieGem, naar de bevindingen.

Marc Jans groot

Waarom zijn jullie als onderzoekers met DieGem gestart?
Marc Jans: de superdiversiteit maakt dat onze samenleving er heel anders uitziet dan vroeger. Dat zorgt voor twee parallel lopende uitdagingen voor ons belangrijkste solidariteitsapparaat, de welvaartstaat.

Hoezo?
Marc Jans: Onze sociale zekerheid heeft zijn wortels in de 19e eeuw, toen arbeiders erg plaatselijk experimenteerden, bijvoorbeeld met een zorgkas. Alleen was de basis van die initiatieven een op zijn minst verondersteld gedeeld cultureel verleden. Een context waarin ze min of meer het gevoel hadden dezelfde normen en waarden te delen. In een superdiverse samenleving brengt iedereen eigenlijk een ander verleden, een andere culturele achtergrond en geschiedenis mee. Dat zorgt voor veel discussie over het draagvlak van solidariteit.

Wat is de tweede uitdaging waarover je sprak?
Marc Jans: Na de Tweede Wereldoorlog werden al die lokale solidariteisexperimenten uitgerold op niveau van de natiestaat. België nam initiatieven om voor al zijn burgers dezelfde solidariteitsmechanismen toegankelijk te maken. Door de verschillende migratiestromen staat die gelijke toegang onder druk. Door het grote aantal verschillende statuten, hebben de mensen die op het grondgebied verblijven niet allemaal dezelfde rechten. Opnieuw deed dat vragen rijzen over het draagvlak en de effectiviteit van solidariteit vandaag.

DieGem

Hoe wilde DieGem een antwoord op die vragen bieden?
Marc Jans: In tegenstelling tot wat nogal wat beleidsmakers - en in hun kielzog een aantal wetenschappers - vandaag denken, is ons uitgangspunt altijd geweest dat, ondanks een grote culturele diversiteit, solidariteit nog steeds mogelijk is. Omwille van het feit dat die Natiestaat en dat gedeeld cultureel verleden net problematisch zijn om solidariteit in een superdiverse omgeving verder te zetten, heeft DieGem ervoor gekozen op heel lokale plaatsen te gaan kijken, daar waar mensen van diverse afkomst elkaar tegenkomen.

Wat bedoel je daar concreet mee?
Marc Jans: Dat kan op de werkvloer zijn, op het voetbalplein, in een klaslokaal of op de speelplaats van de school, zelfs op de overloop van een appartementsgebouw. Het moesten plaatsen zijn waar mensen van diverse afkomst elkaar tegenkomen. We wilden kijken op welke manier nieuwe vormen van solidariteit tot stand komen en hoe die eruit zien.

Hoe hebben jullie die onderzoeksvraag geoperationaliseerd?
Marc Jans: We hebben vier jaar lang 21 casestudies gedaan in Vlaanderen en Brussel. Dat gebeurde op interdisciplinaire wijze. We hadden sociaal geografen in ons team, maar ook sociologen, politicologen en pedagogen. We wilden van in het begin een project zijn dat relevant was voor beleid en praktijk. Daarom hebben we op tien van die plaatsen een vervolg aan het initiële onderzoek gebreid. Daar hebben we samen met de praktijkpartners actieonderzoek gedaan. We vroegen ons af wat er nog nodig is om de solidariteit en diversiteit nog verder te stimuleren en vorm te geven.

Hoe gingen jullie aan de slag?
Marc Jans: Om te kijken wat er op die plaatsen gedeeld kon worden, hebben we gebruik gemaakt van het werk van Nancy Fraser. Zij maakt een onderscheid tussen economische herverdeling, politieke vertegenwoordiging en sociaal-culturele erkenning. Dat bleek heel bruikbaar.

Kan je dat wat meer concreet maken?
Marc Jans: Neem het project De Torekes van Samenlevingsopbouw Gent. De stadsakker daar levert groenten op. Wie die krijgt, is een kwestie van materiële verdeling. Tegelijk zijn de regels die op de stadsakker gelden, voorwerp van discussie. De mensen die daaraan deelnemen zijn vertegenwoordigd. Maar je zou ook een systeem van solidariteit kunnen ontwikkelen voor diegenen die niet vertegenwoordigd zijn, zodat ook hun belangen verdedigd worden. Tenslotte is er de kwestie van culturele erkenning. Er is plaats voor de gewoontes en projecten van de blanke middenklassers, maar groepen die er andere gebruiken en tradities op nahouden, hebben er hun plek. Hun gewoontes worden niet geproblematiseerd.

Dat lijkt ons niet eenvoudig.
Marc Jans: Nee, maar solidariteit in het hier en nu betekent interactie met elkaar aangaan, nadenken, samen zoeken naar betekenis … Wij zien die onderhandelingen ook als een vorm van solidariteit. Solidariteit is niet altijd alleen materiele dingen delen. Samen dingen doen is ook een vorm van solidariteit. Uiteraard is dat op een concrete plek in het hier en nu veel vanzelfsprekender en haalbaarder dan op het niveau van de complexe natiestaat.

Geen terugtrekkende overheid

Horen we je nu zeggen dat we minder moeten inzetten op die structurele solidariteit en meer op de rechtstreekse solidariteit tussen mensen?
Marc Jans: Nee. Je mag ons onderzoek niet lezen als een pleidooi voor de afbouw van de welvaartstaat, wel integendeel. Met onze focus op concrete, plaatselijke solidariteit tussen mensen willen we net inspiratie bieden om de grote onrechtstreekse solidariteitsmechanismen verder uit te breiden. Het één kan niet ingeruild worden voor het andere, zoals de aanhangers van de participatiesamenleving wel eens bepleiten.

Hoe zien jullie de rol van de overheid daarin?
Marc Jans: Als de overheid de solidariteit tussen mensen wil versterken, kan ze het zich niet permitteren zich terug te trekken. Ze moet net investeren in professionele omkadering en een infrastructuur. Daarnaast moet ze kijken hoe nieuwe vormen van solidariteit, zoals wij ze in ons onderzoek tonen, kunnen relateren aan de grote mechanismen van indirecte solidariteit.

Sociale cohesie

Heb je het gevoel dat de overheid daar vandaag voor open staat?
Marc Jans: Niet echt. Uit onze analyse van overheidsteksten over sociale cohesie bleek dat nogal wat van onze huidige beleidsmakers gedeelde waarden en normen zien als de belangrijkste bron van solidariteit. Onder het concept burgerschap verstaan ze eigenlijk dat een aantal fundamentele waarden eigen zijn aan de westerse samenleving. Die zouden door iedereen gedeeld moeten zijn, willen we tot een leefbaar samenleving komen. Nochtans is dat niet wat uit ons onderzoek blijkt.

Hoezo?
Marc Jans: De huidige politiek is erg gericht op sociale cohesie, waarbij consensus vaak centraal staat. Uit DieGem blijkt dat strijd, discussie en conflict ook een bron van solidariteit kunnen zijn. Het is geen gemakkelijk verhaal, want op korte termijn zet het de solidariteit soms onder druk. Alleen blijken discussies op lange termijn net een hefboom om nieuwe vormen van solidariteit te ontwikkelen. De arbeidersstrijd en de vrouwenemancipatie zijn daar twee goede voorbeelden van.

Evolutie

Dat zijn twee voorbeelden van solidariteit die meer dan een eeuw aan de gang zijn en eigenlijk nog niet helemaal gerealiseerd zijn. Werkt dat niet demotiverend?
Marc Jans: Je zal vandaag op morgen geen omwenteling realiseren. Dat is zo. Het is een evolutie. Maar als je daar op die nederige manier naar kijk, zie je wel dat er interessante dingen gebeuren. Eén initiatief zal de samenleving niet veranderen. Ook de projecten die wij bestudeerd hebben zullen afzonderlijk geen grote impact realiseren, maar schaal ze op en ze hebben die potentie wel.

Kan je zulke projecten zo maar van de ene naar de andere plek overnemen?
Marc Jans: Niet altijd. Als je projecten die in het hier en nu werken, bestudeert dan stel je vast dat de omstandigheden waarin ze opereren steeds net iets anders zijn. Opschaling vraagt daarom van de mensen die hier professioneel mee bezig zijn, zoals opbouwwerkers, dat zij zich voortdurend afvragen wat er in hun specifieke context kan en wat niet. Het voorbeeld dat eerdere projecten op andere plaatsen bieden, kan volgens mij wel een zinvolle houvast zijn voor de keuzes die gemaakt moeten worden.

Solidariteit in Superdiversiteit - handvatten voor concrete actie

Later dit jaar brengen jullie het boek 'Solidariteit in Superdiversiteit - handvatten voor concrete actie' uit. Gaat het een handleiding zijn over hoe je zulke zaken aanpakt?
Marc Jans: Het gaat zeker geen blauwdruk zijn waarin van a tot z wordt uitgelegd wat je als professional nu precies moet doen om solidariteit te gaan ontwikkelen. Dat kan ook niet, vanwege die specificiteit die ik daarnet vernoemde. Wel hebben we op het einde van het boek geprobeerd om professionals duiding te geven bij hun werk. We bespreken ook een aantal spanningsvelden waarmee ze geconfronteerd kunnen worden.

Welke zijn die dan?
Marc Jans: Dat kan ik nog niet verklappen. Daarvoor zal je het boek moeten lezen.


Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.