We mogen mensen niet aan hun lot overlaten en moeten solidair zijn met wie het moeilijk heeft. Daar komt ons systeem van sociale bescherming op neer. Het is een recht dat in onze grondwet is opgenomen. Maar wat blijkt? Duizenden mensen die recht hebben op een vorm van sociale bescherming, nemen dat recht niet op. Zo dient 65% van de Belgen die recht hebben op een leefloon geen aanvraag in en stelt 12,5% om financiële redenen gezondheidszorg uit. Om die onderbescherming aan te pakken, ontwikkelden we vanuit de opbouwwerkpraktijk het model de STEK. Dat deden we samen met Steven Rommel, onderzoeker bij SAM, steunpunt Mens en Samenleving.

Welke zijn de belangrijkste bevindingen die voortvloeien uit het onderzoek dat aan de ontwikkeling van het model de STEK voorafging?

Steven Rommel: “SAM, onderzoekscentrum CRESC en Samenlevingsopbouw kwamen tot een aantal interessante vaststellingen. Eén van onze conclusies was dat veel mensen hun rechten niet kennen en niet weten waar ze naartoe kunnen wanneer ze hulp- en dienstverlening nodig hebben.”

“Daarnaast kwamen we tot de bevinding dat onze sociale bescherming onder druk staat. Sommige uitkeringen, die bedoeld zijn om mensen vooruit te helpen, bevinden zich onder de armoedegrens en hebben daardoor niet altijd de gewenste impact. Verder worden rechten steeds voorwaardelijker. Denk maar aan het leefloon, dat je pas ontvangt als je het heel moeilijk hebt en even geen enkele andere kans op een inkomen hebt. Daar extra voorwaarden aan koppelen, is het systeem van sociale bescherming uithollen. Ten slotte stelden we vast dat de dienstverlening wordt afgebouwd. Bij Inburgering Vlaanderen bijvoorbeeld, waar er een afbouw is van de juridische dienstverlening. Maar ook door digitalisering die loketten doet verdwijnen, terwijl niet iedereen daarin mee is of kan.”

Kan je concreet uitleggen wat een STEK precies is? Hoe zorgt het voor meer sociale bescherming?

Steven Rommel: “Een STEK is om te beginnen een plek waar mensen vrijblijvend kunnen binnenlopen. De toegang is heel laagdrempelig. Binnen een STEK leren mensen sociaal werkers kennen en verbreden ze hun netwerk. Daardoor vinden ze de weg naar het hulp- en dienstverleningsaanbod. De omgeving van een STEK moet mensen ook vertrouwen geven, in zichzelf en in de samenleving. Het is de bedoeling dat ze er hun mening kwijt kunnen en samen kunnen nadenken over oplossingen voor structurele maatschappelijke problemen. Vanuit een STEK moeten signalen tot bij dienstverlenende instanties en het beleid komen.”

“Een STEK komt dus nooit in de plaats van de diensten waaruit sociale bescherming vandaag bestaat, georganiseerd door onder meer de OCMW’s en de CAW’s. Maar het is wel een model om via een goede wisselwerking het huidige systeem te verbeteren en om de garantie in te bouwen dat meer mensen een menswaardig leven kunnen leiden.”

Hoe zie je de toekomst van de STEK?

Steven Rommel: “Er bestaan uiteraard al STEKKEN. Verschillende buurtwerkingen van Samenlevingsopbouw bijvoorbeeld vormen een STEK. Ook andere organisaties hebben al structuren die je een STEK kan noemen. Maar we ontwikkelden het model als inspirerend kader om nieuwe STEKKEN op te richten en om bestaande werkingen verder uit te bouwen. Daar zijn uiteraard blijvende en bijkomende inspanningen en investeringen voor nodig. Hopelijk overtuigt ons kader beleidsmakers op verschillende niveaus om daarvoor te gaan.”

>> Meer over de STEK in een handige brochure.

>> Lees meer over hoe het er in een STEK aan toegaat.


Terug naar het nieuwsoverzicht